DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Adeline Feijl (1751-1831)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken
Adeline Feijl (1751-1831)
Persoonsinformatie
Volledige naam Adeline Feijl
Geboorteplaats Mannheim
Geboortedatum 2 februari 1751
Overl.plaats Deurne
Overl.datum 19 november 1831
Partner(s) Cornelis Johannes Nentwig
Beroep(en) vroedvrouw

Adeline Feijl (1751-1831) was van 1790 tot circa 1821 vroedvrouw van Deurne.


Adeline, in sommige stukken wordt ze ook Allegondis of Adeleidis genoemd, huwde met de chirurgijn Cornelis Nentwig. Ze werd, zeven jaar na de vroege dood van haar man, met ingang van 1 januari 1790 tegen een vast salaris van 50 gulden per jaar aangesteld tot gemeentelijke vroedvrouw of wijze moeder.

Toen in 1806 haar zoon Willem in Tervueren bij Brussel in 't huwelijksbootje stapte bleef ze op haar post in Deurne en gaf schriftelijk toestemming tot het huwelijk.

Het is niet bekend hoe lang zij haar beroep heeft uitgeoefend. Over 1821 kreeg ze in ieder geval nog haar jaarlijkse salaris van 50 gulden van de gemeente. Waarschijnlijk is ze ook tot dat jaar werkzaam gebleven. In dat jaar werd eerst tijdelijk Maria Catharina Muller en later definitief Maria Elisabeth Elen (1783-1854) aangesteld als haar opvolgster met een jaarsalaris van 50 gulden uit de gemeentekas.

Adeline Feijl overleed op 80-jarige leeftijd in 1831 en werd in Deurne begraven. Zij woonde na de dood van haar man van november 1782 tot na 1791 in het zogenaamde armenhuisje, een pand dat op het huidige adres Martinetstraat 11 stond. Dit is opmerkelijk want toen haar man zich met haar in Deurne vestigde konden zij geen ontlastbrief, een bewijs dat ze bij armoede zouden worden onderhouden vanuit hun geboorteplaats of vroegere woonplaats, overleggen. Nentwig ondertekende toen een verklaring dat ze nooit ene beroep zouden doen op de gemeentelijke bijstand. Het tegendeel bleek het geval.