DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Antonius Truijens (1792-1867)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
(Doorverwezen vanaf Antonie Truijen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Antonius Truijens (1792-1867)
.
Persoonsinformatie
Volledige naam Antonius Truijens
Geboorteplaats Deurne
Geboortedatum 27 februari 1792
Overl.plaats Deurne
Overl.datum 30 oktober 1867
Partner(s) Henrica Goossens (1788-1868)
Beroep(en) molenaar, herbergier
Stamboom.png Klik hier voor de
stamboom Truijen

Antonius Truijens (Truijen) 1792-1867 was molenaar in Vlierden en later molenaar en tevens herbergier in Deurne in herberg De Zwaan.


Hij was het tweede kind uit het eerste huwelijk van de Deurnese molenaar en herbergier Jacobus Theodorus Truijen (1768-1848) met Maria van de Mortel (1762-1807). Zijn vader was in Wanlo in Pruisen geboren en zijn moeder was Deurnese van geboorte.

Hij huwde op 8 januari 1820 in Vlierden met Henrica Goosens, (Deurne 18 juli 1788 - Deurne 25 juli 1868), dochter van de Vlierdense landbouwer, herbergier en president-schepen Joannes Goossens (1760-1810) en Joanna Maria van de Mortel (1753-1824).

Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren:

  1. Joannes, (Vlierden 11 maart 1820 - Deurne 4 oktober 1853). Hij bleef ongehuwd.
  2. Johanna Maria Catharina, (Deurne 11 april 1822 - Deurne 9 november 1851). Zij bleef ongehuwd.
  3. Antonia, (Deurne 11 januari 1824 - Deurne 15 december 1906). Zij huwde met Johannis Theodorus van Griensven (1820-1878).
  4. Antonius Wilhelmus, (Deurne 8 december 1826 - Deurne 28 november 1857). Hij bleef ongehuwd.
  5. Johanna Maria Louisa, (Deurne 28 oktober 1828 - Deurne 22 december 1900). Zij huwde met Adriaan Deelen (1834-1892).
  6. Petrus Johannis (Pieter), (Deurne 18 oktober 1832 - Deurne 30 juli 1902). Hij huwde Maria Magdalena Verhoeven (1833-1915).

Voor zijn huwelijk werkte hij waarschijnlijk als knecht op de heimolen bij zijn vader. Op 14 juli 1810 legde hij met zijn vader de vereiste molenaarseed af.

In 1814 was hij zelfstandig molenaar op de Vlierdense windmolen, de voorganger van de huidige windmolen, die nabij het Molenhuis stond. Op 2 mei 1814 legde hij in handen van burgemeester Piet Fransen en ten overstaan van de belastingontvanger Gerard van Schaijk de eed af die volgens artikel 7 van de wet op het gemaal van 17 december 1805 vereist was.

Toen op 1 mei 1815 voor notaris Van Riet door een groot aantal Deurnenaren een fonds werd gesticht, waaruit plaatsvervangers of remplaçanten van de deelnemers aan dit fonds bij eventuele dienstplicht konden worden bekostigd, was hij de enige Vlierdenaar die daaraan deelnam. De daarop volgende dag had namelijk de loting plaats voor de nationale militie.

Toen op 24 september 1823 de inboedel van de familie d'Aumerie op de Hazeldonk werd geveild. kocht Antonie Truijen de volgende goederen:

  • een spiegel voor ƒ 1,80
  • ijzerwerk voor ƒ 1,30
  • gordijnen voor ƒ 0,70

Op 20 april 1824 was Antonie Truijen een van de partijen bij een verdeling ten overstaan van de notaris van een aantal eiken die in Vlierden groeiden en die tot dan gemeenschappelijk bezit waren.

Op 10 december 1824 vond een verdeling plaats van de door zijn schoonouders nagelaten goederen.

In 1827 woonde hij in Deurne. Op 29 augustus van dat jaar kocht hij van Antonetta van de Mortel, Adriaan Corstiaans, Antonij Goossens, Johanna Goossens en Maria Anna Goossens, allen wonende te Deurne, en Hendrik Goossens te Vlierden herberg De Zwaan met een schuur, stalling en hof en vijftien percelen akkerland, grasland en bos te Deurne en een perceel hooiland onder Helmond, samen ruim zeven en ene halve hectare groot, voor 2.500 gulden. De door hem gekochte akkers droegen de namen de Rut ter plaatse genaamd den Helleman, de akker aan de Groeneweg, de Hoekakker, land genaamd de Kerkpad en land genaamd het Hagelkruis.
Hij moest voor de verwerving van De Zwaan op 7 september 1827 een lening aangaan van 2000 gulden bij de Deurnenaren Pieter Jansen, Elisabeth Jansen en Joseph van den Heuvel.

Behalve de vele stukken grond die hij zelf bezat en in de loop der tijd door aankopen vermeerderde, pachtte hij ook nog een groot aantal bouw- en weilanden van baron De Smeth. Daarbij pachtte hij ook nog eens van hem de twee Deurnese windmolens. In het classificatierapport, dat in 1831 voor de invoering van het kadaster gemaakt werd, staat hieromtrent het volgende vermeld:

Men vindt hier twee molens, welke men uit hoofde van derzelver verschil van waarde, ieder op zichzelve heeft moeten begroten.
De eerste is een standaardmolen, geheel in hout, besten staat van onderhoud en voordeligen stand, in de nabijheid van de kom der gemeente en van alle zijden in den wind geplaatst. Hij werkt met twee paar steenen tot het breken van alle graan, welke gelijktijdig kunnen werken. Door den eigenaar, de Baron de Smeth, in onderhandsche huur afgestaan aan Ant. Truijen, voor een onbekende som, zoo heeft men dezelve niet anders als bij vergelijk van andere graanmolens in andere kantons en in verband met de bevolking dezer gemeente kunnen begrooten op eene zuivere huurwaarde van f 350,--.
De tweede is meede eenen standaardmolen van gelijke werking en onderhoud, maar op een half uur afstands van het bewoond gedeelte der gemeente gelegen en mitsdien minder in waarde. Door denzelfden eigenaar aan denzelven pachter, als voren verhuurd en in gebruik, zoo heeft men dezen niet anders als op voormelden voet kunnen schatten op eene zuivere waarde van f 250,--.

Waarschijnlijk waren deze geschatte huurprijzen aan de lage kant want vele jaren later, op 30 december 1854, pachtte hij de twee molens gedurende een periode van tien voor een jaarlijkse huurprijs van 1.100 gulden.

Toen na de Belgische Opstand het Nederlandse leger op oorlogsterkte gebracht werd, was het Park in Eindhoven een belangrijk verzamelplaats van de legereenheden. Veel boeren, ook uit Deurne en Vlierden, moesten voor het leger karrenvrachten verzorgen. Zo ook Antonie Truijen die daarvoor in 1831 een vergoeding van ƒ 17,50 ontving.

Op 24 september 1832 werd onroerend goed, nagelaten door zijn schoonvader, verkocht. De bierbrouwerij aan de kerk ging daarbij naar zijn zwager Hendrik Goossens. Zelf werd hij toen eigenaar van een weiland genaamd den Rut, gelegen naast een gelijknamig weiland aan de Helleman dat hij al in bezit had.

Op 8 oktober 1832 kocht hij voor 145 gulden van zijn schoonfamilie het gebouw dat in gebruik was geweest als bierbrouwerij. De bierbrouwerij zelf was blijkbaar opgeheven of verplaatst. Ook kocht hij toen een weiland van 0,85 hectare voor 404 gulden en een ander stuk weiland van 0,77 hectare voor 75 gulden.

Op 26 maart 1833 was hij namens zijn vrouwe mede-verkoper toen de familie Van de Mortel de volgende onroerende goederen verkocht:

  • aan Jan van Dijk een huis met stal, hof en aangelag 0:15:65 hectare voor 1.930 gulden
  • aan Wouter Janssen een huis, schuur, stal en hof gelegen 0:15:0 hectare voor 1.040 gulden
  • aan Adriaan van Gerwen een perceel land 0:16:70 hectare voor 110 gulden
  • aan Johannis van Eijk een perceel land 0:23:90 hectare voor 47 gulden
  • aan Hendrik Goossens te Vlierden een perceel land 0:32:60 hectare voor 101 gulden
  • aan Hendrik Kuijpers een perceel land en weiland 0:94:50 hectare voor 187 gulden
  • aan Johannis Fransen een perceel bos en heide 0:76:80 hectare voor 53 gulden
  • aan Johannis Wouters een perceel grasland en heide 0:52:80 hectare voor 22 gulden en een perceel land en heide 0:68:0 hectare voor 14 gulden.

Toen op 30 september 1834 in Vlierden door de Helmonder Cornelis Kuijpers enige paarden publiek werden verkocht, was Antonie Truijen een van de kopers.

Op 21 juli 1838 verkocht hij voor 60 gulden aan de Sint-Hubertusschutterij van Liessel een stuk weiland in Liessel, groot 0:31:90 hectare.

Op 24 oktober 1843 leende hij bij Pieter Jansen duizend gulden.

Op 7 april 1845 sloot hij een contract in verband met plaatsvervanging in militaire dienstplicht voor een van zijn kinderen met de Helmonder Hendricus van de Meulenhof.

In 1848 hoorde hij tot de 29 rijkste inwoners van Deurne en Vlierden.

Toen Theodor baron De Smeth op 9 januari 1855 zijn twee molens voor 15.500 gulden aan de gemeente Deurne en Liessel verkocht, trad zijn zoon Antonie op als gevolmachtigde van de baron, die in Den Haag woonde. Na de verkoop aan de gemeente bleven zijn volwassen zonen molenaar op en pachters van de molens.

Op 8 januari 1856 liet hij door de notaris een aantal bomen op stam, eiken, dennen en een iep, publiek verkopen. De verkoop bracht ƒ 75,50 op.