DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Bijenhouderij

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken

De bijenhouderij vanwege de honing speelde vroeger in Deurne en omgeving een relatief belangrijke rol.


Het recht om bijen te houden, de zogenaamde Biestand, was samen met onder anderen het jacht- en visrecht een heerlijk recht dat voorbehouden was aan de heer van Deurne die dat recht meestal verpachtte.

Voor de heerlijkheid Vlierden gold in 1775 dat voor iedere bijenkorf drie stuivers aan de heer moesten worden betaald. In 1702 telde men daar 225 bijenkoren (waarvan alleen al 70 van Peter Wouter IJsbouts), in 1851 waren er dat 186 en in 1866 weer 330. In 1876 had men in Vlierden (tijdelijk) een bijengilde.

De Deurnese imkers zijn sedert 1863 georganiseerd in de bijenhoudersvereniging Sint-Ambrosius, die na een fusie in 1960 met de in 1931 opgerichte bijenhoudersvereniging Peelland, nog altijd bestaat onder de naam Bijenhoudersvereniging St.-Ambrosius-Peelland.

In de 18e eeuw had ieder gehucht van Deurne een eigen plaats in de Peel waar men zijn korven mocht zetten. In Deurne mochten in eerste instantie niet-Deurnenaren binnen de grenzen van de gemeente geen bijenkorven opstellen, maar in 1730 veranderde dat, zij het tegen betaling forse vergoeding aan de heer van Deurne.

Met de Franse Revolutie ging het recht om bijenkorven te plaatsen over van de heerlijkheid naar de gemeente.
Vanaf 1866 hoefde niet langer per korf betaald te worden, maar kon men de standplaats publiek pachten van de gemeente. Dat jaar leverde dat de gemeente 79 gulden op. Er stonden toen 1.470 bijenkorven in de gemeente met een gemiddeld gewicht aan honing per korf van acht kilo en aan was één kilo. In 1871 telde men zelfs 2.500 korven.[1]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Pieter Koolen - Bijen in de Peel, in: D'n Uytbeyndel nr. 45, zomer 2000 blz. 7-12.