DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Boekweitcultuur

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken
Het maaien van boekweit. Foto collectie gemeente Deurne
De boekweit werd dikwijls ter plekke gedorst op een grote doek omdat vervoer van het ongedorste product te veel verlies tijdens het vervoer gaf. Hier wordt boekweit gedorst door de Heidemij in Helenaveen in 1875. Foto collectie gemeente Deurne.
Dit gebouw aan de Douglasweg werd vroeger gebruikt als opslagschuur voor boekweit en als tabaksschuur. Foto coll. André Vervuurt

Boekweitcultuur was in vroeger eeuwen een belangrijk gewas voor de landbouwers op de voedselarme zandgronden rond de Peel. In Deurne bereikte de teelt van boetweit (in Deurnes dialect boegend) qua omvang een hoogtepunt in de tweede helft van de negentiende eeuw.[1]

Voordelen van de boekweitteelt zijn bestendigheid tegen grondverzuring, de korte groeitijd weinig behoefte aan meststoffen. Maar boekweitoogst kon door een enkele flinke hagelbui of een lichte nachtvorst compleet mislukken, vandaar dat het gewas ook wel jammerkoren genoemd werd.

Vroege vermeldingen[bewerken]

Een van de vroegste vermeldingen van boekweit dateert van 1423. In dat jaar verpachtte Daniel van Bruheze het groot goed van Bruheze gedurende acht jaar aan Jan Gherit Terlincs. De pachtsom moest destijds nog in natura betaald worden. Naast 36 mud rogge, vijf mud gerst en vijf mud haver moest de pachter ook jaarlijks vijf mud boekweit leveren.[2]

Uit de rapporten van de districtscommissaris blijkt dat halverwege de negentiende eeuw de rogge als vanouds veruit het belangrijkste landbouwgewas was, met boekweit, haver en aardappelen strijdend om de tweede plaats. Er waren jaren bij dat ook de spurrie aan de wedloop meedeed, maar hoe dan ook, we mogen er van uitgaan dat in die jaren tussen de tien en veertien procent van het akkerland bestemd was voor de boekweitteelt.

Van de Griendt[bewerken]

Met de komst van de gebroeders Van de Griendt naar de Peel maakte de boekweitteelt een explosieve groei door. De ruim zeshonderd hectaren veen die zij in 1853 van de gemeente Deurne kochten, konden niet in één keer afgegraven worden. Om het nog niet aangesneden veen niet renteloos te laten liggen, besloten de gebroeders al gauw een gedeelte te gaan gebruiken voor de teelt van boekweit. Dat moest gebeuren volgens een methode die tot dan toe in de Peel mogelijk nog niet werd toegepast: de veenbrandcultuur. De werkwijze bestond eruit dat de bovenlaag van het veen werd losgehakt, waarna in het voorjaar vanuit een ijzeren vuurkorf stukjes gloeiende turf over de kluiten werden uitgestrooid. De bovenlaag smeulde weg - zulten heette dat op z'n Deurnes - en in de aslaag werd vervolgens het boekweit gezaaid en met een eg ondergewerkt. Het was een soort van roofbouw die men volgens de deskundigen zo'n acht tot hooguit tien jaar achter elkaar kon herhalen.

De bedoeling van de gebroeders Van de Griendt was om met 200 hectare van start te gaan, maar vanwege de aanhoudende regen kon er dat eerste jaar slechts 30 hectare worden ingezaaid. Na die valse start zaten de weersomstandigheden echter mee en kon in de jaren daarop 300 hectare afgebrand veen worden ingezaaid. Volgens een notariële akte bracht de verkoop van de oogst de ondernemers uit Den Bosch in 1857 al meer dan tweeduizend gulden op, een kleine vijf procent van het in de Peel belegde kapitaal.

De Deurnese bestuurderen waren altijd van oordeel geweest dat er in de nog niet in cultuur gebrachte gronden van de gemeente met geene mogelijkheid eenige verbetering kan worden toegebragt en dat ze alzoo in den staat der natuur, waarin dezelve tot dusverre rusten, voor altijd zullen verblijven. Maar sinds de komst van de ondernemers uit Den Bosch ging men daar heel anders over denken. De grondverkoop aan Van de Griendt had al een kleine vijftigduizend gulden in de gemeentekas gebracht en met die veenbrandcultuur zou nu ook de rest van het veen in klinkende munt kunnen worden omgezet. In de herfst van 1857 besloot Deurne dan ook een fors deel van het resterende gemeentelijke veen in percelen op te gaan delen om die te verpachten voor de boekweitteelt. Er bleken voldoende liefhebbers voor te zijn.

Verpachtingen 1857[bewerken]

Begin november 1857 ging bij de notaris de eerste uitgifte van start van percelen veen tot het telen van boekweit en andere vruchten, elk ongeveer één hectare groot. Jan Deckers, hoofdopzichter van Helenaveen en tevens uitbater van de maatschappijwinkel in de veenkolonie, pachtte de eerste zestien percelen. Jan Martens Peereboom, aandeelhouder van de Maatschappij Helenaveen pachtte niet alleen 15 losse percelen maar ook nog eens 27 hectare aan één stuk, waarvoor hij een pachtprijs van 135 gulden betaalde. Op die eerste uitgiftedag was Johannes van der Heijden de grootste pachter met een zestal kleinere stukken en een aaneengesloten stuk van zestig hectare veengrond voor de som van 362,75 gulden.
Dat niet alleen kapitalisten maar ook ambtenaren en kleine zelfstandigen van de boekweitrage profiteerden bewezen de gemeenteontvanger Gabriel Frederik de Martines en de metselaar Mathijs Lutters met de pacht van ieder een hectare waarvoor ze respectievelijk vijf en vier gulden betaalden.

Die eerste veengrondverpachting leverde de gemeente Deurne en Liessel ƒ 1741,60 op. Het succes was zo groot dat besloten werd om later die novembermaand nog eens voor een totaalbedrag van ƒ 1265,35 veengrond te verpachten. Opnieuw wisten Jan Deckers en Jan van der Heijden ieder 16 hectare te pachten. De grootste pachter was deze keer echter Jan Martens Peereboom die 129 hectare aan één stuk wist te pachten voor ƒ 967,50 per jaar. Mogelijk handelde hij als stroman voor een grotere groep beleggers. Peereboom zou er de jaren daarop nog acht hectare bij krijgen, als schadevergoeding voor het feit dat de afwateringssloot van de veenderij Helenaveen naar de Soeloop over zijn land moest, met als gevolg dat het bewerken en verzamelen van de boekweit zeer bemoeilijkt wordt. Hierdoor is een overeenkomst verkregen door deze acht bunder door Peerebooms gratis voor tien jaar te verpachten en daar neemt hij genoegen mee.

Ook de Deurnese burgemeester Hendrik van Baar hoorde tot de pachters van het eerste uur. Hij pachtte acht hectare Peel voor ƒ 50,40. Alle pachten werden aangegaan voor de tijd van 10 jaar.

Dat eerste jaar waren het vooral de kapitaalkrachtigen die gebruik maakten van de mogelijkheid veengrond te pachten voor de boekweitteelt, het jaar daarop stonden ook de wat eenvoudiger inwoners van Deurne en Liessel zich te verdringen om een perceel te bemachtigen.

Verpachting 1858[bewerken]

Op vrijdag 13, zaterdag 14 en donderdag 26 augustus 1858 verpachtte de gemeente weer percelen veengrond voor de boekweitcultuur. Zie hieronder de complete lijst.

nr. pachter beroep en hoedanigheid pachtsom
1 Johannis Janssen landbouwer wonende te Deurne ƒ 11,25
2 Johannis van Berlo landbouwer wonende te Deurne ƒ 8,75
3 Henricus Theodorus Alouis van Baar burgemeester, wonende te Deurne ƒ 24,25
4 Martinus Koppens landbouwer wonende te Deurne ƒ 11,50
5 Martinus Koppens landbouwer wonende te Deurne, als lasthebber van Helena Aldenhuizen, echtgenote van wijlen Antonij Koppens, landbouwster, wonende te Deurne ƒ 22,25
6 Godefridus van Brussel landbouwer wonende te Deurne ƒ 16,--
7 Willem Nooijen landbouwer wonende te Deurne ƒ 14,50
8 Jan Cuijten landbouwer wonende te Deurne ƒ 12,--
9 Piet van den Broek en Antonij Peels landbouwers wonende te Deurne ƒ 10,25.
10 Peter Roijakkers en Johannis van de Kerkhof beide landbouwer wonende te Deurne ƒ 8,--.
11 Johannis van de Kerkhof landbouwer wonende te Deurne ƒ 6,--.
12 Lourens Janssen landbouwer wonende te Deurne ƒ 3,--.
13 Willem van den Heuvel en Jan Bastiaans beide landbouwer wonende te Deurne ƒ 8,--.
14 Adriaan van Gestel en Jan van Heugten beide metselaars wonende te Deurne ƒ 8,--.
15 Adriaan van Gestel en Jan van Heugten beide metselaars wonende te Deurne ƒ 8,--.
16 Marten Kuipers landbouwer wonende te Deurne ƒ 4,--.
17 Antonij van Veggel landbouwer wonende te Deurne ƒ 4,--.
18 Jan Nooijen landbouwer wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Willem Wijnans, landbouwer, wonende te Deurne ƒ 10,--.
19 Pieter Werts landbouwer wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Maria Munsters, landbouwster, wonende te Deurne ƒ 10,--.
20 Henricus Wijnans landbouwer wonende te Deurne ƒ 13,50.
21 Hendrik Lammers landbouwer wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Johannes Lammers, landbouwster, wonende te Deurne ƒ 10,50.
22 Johannis Aarts landbouwer wonende te Deurne ƒ 18,--.
23 Johannis Goossens landbouwer wonende te Deurne ƒ 18,25.
24 Peter de Veth grondeigenaar wonende te Deurne ƒ 22,--.
25 Pieter Goossens smid, wonende te Deurne ƒ 20,--.
26 Peter van den Heuvel, Willem Kusters en Theodorus Martens landbouwers, wonende te Deurne ƒ 18,50.
27 Wilhelmus Wouters landbouwer, wonende te Deurne ƒ 18,--.
28 Gerrit Goossens landbouwer, wonende te Deurne ƒ 13,50.
29 Antonij Sauvé bakker, wonende te Deurne ƒ 15,--.
30 Jan Manders landbouwer wonende te Deurne ƒ 12,--.
31 Hendrik van den Berg landbouwer wonende te Deurne ƒ 13,--.
32 Johannis Kuipers landbouwer wonende te Deurne ƒ 11,50.
33 Martinus van den Berkmortel landbouwer wonende te Deurne ƒ 12,--.
34 Pieter Nooijen landbouwer wonende te Deurne ƒ 10,--.
35 Willem Manders landbouwer wonende te Deurne ƒ 10,--.
36 Jan van der Heijden winkelier wonende te Deurne ƒ 9,--.
37 Martinus Bankers landbouwer wonende te Deurne ƒ 9,--.
38a Johannes Munsters landbouwer wonende te Deurne ƒ 7,--.
38b Jan Meulendijks landbouwer wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Johannes van Bommel, landbouwer, wonende te Deurne ƒ 7,--.
39 Jan Coolen landbouwer wonende te Deurne ƒ 8,25.
40 Jan Kuipers landbouwer wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Joachimus Kuunders, landbouwer, wonende te Deurne ƒ 10,25.
41 Mathijs Lutters metselaar, wonende te Deurne ƒ 10,50.
42 Theodorus van den Boomen landbouwer wonende te Deurne ƒ 10,25.
43 Francis Jacobs landbouwer wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Martinus Ceelen, landbouwer, wonende te Deurne ƒ 11,50.
44 Johannis Jacobs landbouwer, wonende te Deurne ƒ 11,25.
45 Francis Verbeek landbouwer, wonende te Deurne ƒ 13,25.
46 Hendrik Smits landbouwer, wonende te Deurne ƒ 13,--.
47 Pieter Sanders landbouwer wonende te Deurne, als lasthebber van Lourens van den Heuvel, landbouwer, wonende te Deurne ƒ 14,75.
48 Johannis Aarts landbouwer, wonende te Deurne ƒ 13,75.
49 Johannes Lammers landbouwer wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Hendricus Neervens, landbouwer, wonende te Deurne ƒ 14,--.
50 Hendricus Mathijs van Bommel landbouwer, wonende te Deurne ƒ 14,--.
51 Peter Adriaans landbouwer, wonende te Deurne ƒ 13,--.
52a Joachimus Kuunders landbouwer, wonende te Deurne ƒ 14,--.
52b Francis Meulendijks landbouwer, wonende te Deurne ƒ 13,--.
53 Johannes Peter Nooijen landbouwer, wonende te Deurne ƒ 13,25.
54 Adriaan van Weerde landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,--.
55 Jan Aarts landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,25.
56 Martinus Aarts landbouwer, wonende te Deurne ƒ 8,25.
57 Johannes Keunen senior landbouwer, wonende te Deurne ƒ 8,25.
58 Willem de Bruin, Adrianus van Driel en Johannes Nooijen allen landbouwers, wonende te Deurne ƒ 5,50.
59 Antonij van den Boogaart landbouwer wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Geertruida Timmermans, landbouwster, wonende te Deurne f. 4,--.
60 Eimert Munsters landbouwer, wonende te Deurne ƒ 3,--.
61 Francis van Kol landbouwer, wonende te Deurne ƒ 3,25.
62 Johannis Verstappen landbouwer, wonende te Deurne ƒ 7,--.
63 Theodorus van Vosselen landbouwer, wonende te Deurne ƒ 9,50.
64 Johannis van Bommel landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,50.
65 Jacobus van Leunen landbouwer, wonende te Deurne ƒ 11,--.
66 Jan Kuipers landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,--.
67 Jan Seijkens landbouwer, wonende te Deurne ƒ 11,50.
68 Hendrik van der Zanden landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,--.
69 Francis Munsters landbouwer, wonende te Deurne ƒ 9,--.
70 Piet van de Mortel landbouwer, wonende te Deurne ƒ 10,50.
71 Herman Huizing landbouwer, wonende te Deurne ƒ 10,--.
72 Johannes Aarts landbouwer, wonende te Deurne ƒ 8,--.
73 Lucas Smits landbouwer, wonende te Deurne ƒ 8,50.
74 Jan van Bommel landbouwer, wonende te Deurne ƒ 7,50.
75 Johannes Evert Manders landbouwer, wonende te Deurne ƒ 8,--.
76 Hendricus Brangers smid, wonende te Deurne ƒ 11,30.
77 Hendricus Martens landbouwer, wonende te Deurne ƒ 11,30.
78 Johannis van Hombergh bakker, wonende te Liessel, zo voor zich en als lasthebber van Jan Francis van Hombergh, oliemolenaar en Pieter van Gils, leerlooier, beide wonende te Liessel ƒ 10,--.
79 Peter van Moorsel landbouwer, wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Peter van Bree en Johannis Roijakkers, landbouwers te Deurne. ƒ 10,25.
80 Thomas Wijnans smid, wonende te Liessel ƒ 13,--.
81 Antonij Hermans landbouwer, wonende te Liessel ƒ 14,50.
82 Leonardus van Griensven bierbrouwer, wonende te Liessel ƒ 12,50.
83 Jan Smulders landbouwer, wonende te Deurne ƒ 11,25.
84 Mathijs Meulendijks landbouwer, wonende te Deurne ƒ 10,25.
85 Arnoldus Aarts landbouwer, wonende te Deurne ƒ 10,25.
86 Michiel Aarts landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,--.
87 Arnoldus van der Wallen landbouwer, wonende te Deurne ƒ 13,25.
88 Johannes Prinsen landbouwer, wonende te Liessel ƒ 13,50.
89 Jan Francis van Hombergh oliemolenaar, wonende te Liessel ƒ 11,75.
90 Jan Aarts landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,25.
91 Willem Kortooms landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,25.
92 Antonij Seijkens landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,25.
93 Willem Hikspoors landbouwer, wonende te Liessel ƒ 9,--.
94 Mathijs Jansen landbouwer, wonende te Liessel ƒ 9,--.
95 Peter van Gils leerlooier, wonende te Liessel ƒ 10,--.
96 Willem Brouwer particulier, wonende te Liessel, zo voor zich en als lasthebber van Thomas Wijnans, smid en Johannes Joordens, landbouwer, beide wonende te Liessel ƒ 10,--.
97 Godefridus Hikspoors landbouwer, wonende te Liessel ƒ 7,--.
98 Pieter Meulendijks landbouwer, wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Peter Fransen en Jan Smulders, bouwlieden, wonende te Deurne ƒ 10,--.
99 Francis Peeters landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,--.
100 Johannis Klaassen landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,--.
101 Antonij Hoefnagels landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,--.
102 Hendricus Kanters landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,--.
103 Thomas Manders landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,--.
104 Hendrik van Doorne landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,--.
105 Jan Smits en Thomas Manders beide bouwlieden, wonende te Liessel ƒ 10,--.
106 Martinus van den Heuvel landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,--.
107 Johannes Wijlen landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,--.
108 Willem Hikspoors landbouwer, wonende te Liessel, als lasthebber van Arnoldus Meulendijks, landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,--.
109 Antonij Mennen landbouwer, wonende te Liessel ƒ 10,--.
110 Peter Lammers landbouwer, wonende te Deurne ƒ 10,--.
111 Antonij Simons landbouwer, wonende te Deurne ƒ 10,--.
112 Hendrina Jansen, weduwe Johannes Joosten landbouwster, wonende te Deurne ƒ 10,--.
113 Wilhelmina Doense landbouwster, wonende te Deurne ƒ 10,--.
114 Johannes Joosten landbouwer, wonende te Deurne ƒ 10,--.
115 Hendrik Moes arbeider, wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Hendrik Jansen, arbeider, wonende te Deurne ƒ 10,--.
116 Theodorus Hermans en Jan Smits beide landbouwers wonende te Deurne ƒ 10,--.
117 Hendrik Hoeben landbouwer, wonende te Deurne ƒ 5,--.
118 Hendrik Hoeben landbouwer, wonende te Deurne, als lasthebber van Johannes Hoeben, landbouwer, wonende te Deurne ƒ 7,--.
119 Jan Martens landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,--.
120 Johannis Joordens landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,--.
121 Godefridus Loomans landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,50.
122 Hendrik van der Steen landbouwer, wonende te Deurne ƒ 13,50.
123 Hendrik van Bussel landbouwer, wonende te Deurne ƒ 15,--.
124 Hendrik Bellemakers landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,--.
125 Hendrik van Hoek landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,50.
126 Gerard van Heugten landbouwer, wonende te Deurne ƒ 11,--.
127 Peter Verstappen landbouwer, wonende te Deurne ƒ 10,--.
128 Peter Joosten landbouwer, wonende te Deurne ƒ 11,25.
129 Antonij van Rijt landbouwer, wonende te Deurne ƒ 11,25.
130 Jan van de Meerde landbouwer, wonende te Deurne ƒ 10,25.
131 Johannis Martens landbouwer, wonende te Deurne ƒ 9,--.
132 Jan Fransen landbouwer, wonende te Deurne ƒ 9,--.
133 Peter Seelen, Hendrik Manders en Michiel Tijssen alle landbouwers, wonende te Deurne ƒ 8,50.
134 Peter Seelen, Hendrik Manders en Michiel Tijssen alle landbouwers, wonende te Deurne ƒ 9,--.
135 Hendrik Hendriks landbouwer, wonende te Deurne ƒ 7,--.
136a Henricus Theodorus Alouis van Baar burgemeester wonende te Deurne, 14 bunder à ƒ 6,30 per bunder jaarlijks, is samen ƒ 88,20.
136b Nicolaas Claus landbouwer, wonende te Deurne, 2 bunder à ƒ 7,50 per bunder jaarlijks, is samen ƒ 15,--.
137 Willem Munnikhof smid, wonende te Venray, 8 bunder à ƒ 6,67½ per bunder jaarlijks, is samen ƒ 53,40.
138 Goord Kuipers landbouwer, wonende te Bakel, 6 bunder voor een jaarlijkse gezamenlijke huurprijs van ƒ 35,--.
139 Peter Nooijen landbouwer, wonende te Deurne ƒ 7,50.
140 Willem Hubert Jansen arbeider, wonende te Deurne, 2 bunder à ƒ 7,50 per bunder jaarlijks, is samen ƒ 15,--.
141 Antonij Meulendijks landbouwer, wonende te Deurne, zo voor zich en als lasthebber van Gijsbert Peter van den Boogaart, landbouwer, te Deurne ƒ 5,--.
142 Hendricus van der Steen landbouwer, wonende te Deurne ƒ 11,--.
143 Gerrit van den Boogaart landbouwer, wonende te Deurne ƒ 13,--.
144 Pieter van den Boogaart landbouwer, wonende te Deurne ƒ 15,--.
145 Lambert van Rijt landbouwer, wonende te Deurne ƒ 15,--.
146 Francis van Weerde landbouwer, wonende te Deurne ƒ 15,50.
147 Gerard Bots en Hendrik Jansen beide landbouwers, wonende te Deurne ƒ 12,50.
148 Gerard Bots en Hendrik Jansen beide landbouwers, wonende te Deurne ƒ 12,50.
149 Francis Aarts landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,50.
150 Albert Moes en Hendrik Jansen beide landbouwers, wonende te Deurne ƒ 12,50.
151 Albert Munnikhof en Hendrik Jansen resp. timmerman en landbouwer, beide wonende te Deurne ƒ 12,50.
152 Andries Wouters landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,50.
153 Leonard Bots en Hendrik Jansen beide landbouwers, wonende te Deurne ƒ 12,50.
154 Peter Manders en Hendrik Nijssen beide landbouwers, wonende te Deurne ƒ 12,25.
155 Willem Venmans landbouwer, wonende te Deurne ƒ 12,--.
156 Lucas Allarm arbeider, en Albert Munnikhof, timmerman, beide wonende te Deurne ƒ 11,--.
157 Cornelis van Rijt en Hendrik Nijssen beide landbouwers, wonende te Deurne ƒ 11,25.
158 Hendrik Jansen en Hubert Jansen beide landbouwers, wonende te Deurne ƒ 8,50.
159 Hubert Jansen en Hendrik Jansen beide landbouwers, wonende te Deurne ƒ 7,--.
Totaal 1.925,70.

Alleen al in 1858 verpachtte de gemeente Deurne een kleine tweehonderd hectare veengrond voor de boekweitteelt. En al dat veen werd afgebrand. En dat gebeurde niet alleen in de gemeente Deurne. In de lente van 1860 deelde de gemeente Venray mee dat aan de belanghebbenden, die in de Peel veengronden hebben gepacht, die minder dan duizend ellen van de Deurnese grens liggen, namelijk in de Merselosche Peel, Kremmersbult, Heische Peel en Moost, vergunning is verleend om de Peel tot 31 mei voor de teelt van boekweit te mogen branden. Er volgde een lijst van 136 personen, merendeels uit Sevenum en Helden, aan wie brandvergunning was verleend. De brand mocht worden aangestoken bij zonsopgang op 25 april 1860 tot aan de laatste dag van juni. Tijdens het branden moesten per perceel tenminste drie werklieden toezicht houden en na afloop moest door een persoon worden gewaakt tot het vuur geheel gedoofd was.


Veenbrandcultuur al in zeventiende eeuw?[bewerken]

Halverwege de zeventiende eeuw kende Deurne wellicht toch ook al enige vorm van veenbrandcultuur. In de keuren en breuken met betrekking tot de Peel die door de schepenen, de kerkmeesters, de Heilge Geestmeesters en de gemeijne naburen van Deurne' tussen 1525 en 1665 werden vastgesteld, komen enige bepalingen voor die daarop wijzen. Zo mocht er in de Liesselse Peel op Soeij geen turf gestoken worden voor, in, ofte na het saeijen van de boekweijt tenzij anders afgekondigd in de kerk. Ook werd bepaald dat wie vuur opden Pedel brengt, ende dat savonts niet weder int afscheijden van den Peel uijt en doet een geldboete moest betalen van tien oude schilden. Diezelfde bepalingen treffen we aan in het keurboek uit 1712.[3]

Brandgevaar door veenbrandcultuur[bewerken]

Het gevaar voor een uitslaande veenbrand lag altijd op de loer en dat was dan ook de reden dat Jan van de Griendt er in 1870 veel aan was gelegen om de hei grenzend aan de veenkolonie te kunnen pachten. Het jaar daarvoor had de Deurnese gemeenteraad besloten om onderhands nog eens een kleine 150 hectare boekweitland te verhuren. Onmiddellijk nadat Van de Griendt van de voorafgaande verpachting kennis had genomen stuurde hij een aanvraag naar de gemeente om de aan de concessie grenzende gronden onderhands te mogen pachten. Hij verwees daarbij naar het grote brandgevaar dat zou bestaan voor de gestoken en te drogen staande turf als verschillende particulieren veldjes zouden pachten. En hij wilde er graag een billijke pachtsom voor betalen. De Deurnese gemeenteraad had er wel oren naar. Er werd besloten om de grond aan Van de Griendt te verhuren voor 20 gulden per hectare voor tien jaar. Oschoon op die gronden niet langer dan tien jaar achtereen kon worden gebrand was de pachter gerechtigde om die periode met vijf jaar te verlengen omdat er jaren konden komen die niet voor boekweitteelt geschikt waren. Het ging om een totaalbedrag van 29.615 gulden.

Pastoors krijgen gratis boekweitland[bewerken]

De enige die niet hoefde te betalen was de kersverse rector van Helenaveen. De eerwaarde kreeg in het voorjaar van 1860 op eigen verzoek twee bunders boekweitland in de Peel voor de tijd van vijf jaren kosteloos ten gebruike. De schenking werd door het provinciale bestuur goedgekeurd, vanwege het geringe inkomen van de nieuwe parochie in het veen. Overigens zouden ook de pastoors van Deurne en Liessel gratis een stuk veengrond ter beschikking krijgen voor het zaaien van boekweit, die van Deurne acht bunder, die van Liessel vier.

Belastingen[bewerken]

Er was destijds een regeling dat voor nieuw ontgonnen gronden gedurende de eerste tien jaar geen grondbelasting hoefde te worden betaald. De gemeente en de pachters waren van mening dat de boekweitcultuur onder deze regeling viel en dat er dus geen belasting betaald hoefde te worden. De ambtenaren van het kadaster waren echter van mening dat de veenbrandcultuur niet als ontginning kon worden aangemerkt, maar als een belastbare commerciële activiteit.

Het provinciaal bestuur was van mening dat de bezaaiing van hoge veengronden met boekweit, zoals heeft plaatsgehad, ongetwijfeld als ontginning moet worden aangemerkt, maar wel was de gemeente te laat geweest met de aanmelding voor belastingvrijstelling en er werd daarom besloten over de betreffende percelen slechts vijf jaar vrijdom van grondbelasting te geven.

Daarnaast waren de pachtende boekweittelers verplicht om het tiende gedeelte van hun opbrengst als belasting af te dragen. Die verplichting bestond blijkbaar nog niet in 1859, want in juli van dat jaar werd door de directeur der registratie en domeinen te Breda de vraag opgeworpen of de boekweitteelt wel of niet tiendplichtig was en de daarop te heffen novaaltiend aan de staat toekwam. Er werd inderdaad geoordeeld dat er tienden moesten worden afgedragen.

Die afdracht gebeurde overigens niet altijd in natura. Uit een brief van 13 augustus 1862 van de burgemeester van Deurne en Liessel aan de Gedeputeerden van Noord-Brabant blijkt dat men was begonnen met het maaien van de boekweit nadat de telers een bepaald geldbedrag voor de af te dragen tienden hadden geboden maar voordat de ontvanger der registratie daarmee akkoord was gegaan.

De explosieve groei van de boekweitteelt bracht nog een extra voordeeltje voor de gemeentekas. Als gevolg van de toenemende boekweitteelt werden steeds meer bijenstokken op de peelgronden geplaatst. Omdat de gemeente een nog grote toename in de toekomst verwachtte, werd in 1860 besloten dat iedereen vijf cent per korf moest gaan betalen, ook de Deurnenaren zelf, die tot dan toe vrijgesteld waren van het betalen van standgeld. In 1860 schatte het gemeentebestuur dat de bijenbelasting jaarlijks op z'n minst zo'n honderdvijftig gulden in de gemeentekas zou gaan brengen, een bedrag dat men wilde besteden tot vermindering der kosten van het onderwijs, zoals het in het besluit heette.

Schoonheid en ellende[bewerken]

De bloeiende boekweitvelden moeten een prachtig gezicht zijn geweest.

Het is een genot daar op de hoogte der Peel in de verte verscheidene torens te zien, en in de nabijheid eenige honderden morgens boekweit in vollen bloei, waarop duizenden en duizenden bijen dan uitzuigen; het getal bijenkorven is niet telbaar; van heinde en ver komen ze er.

Aldus noteerde de Baarlose pastoor Cremers in die dagen.

De waarnemingen van de eerwaarde waren uiteraard gedaan bij goed lenteweer. In een nat voorjaar werd het allemaal anders. In de Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant verscheen in september 1877 een bericht dat in het gehucht Neerkant zich een welgesteld landbouwer door ophanging van het leven had beroofd. De man was zwaarmoedig en morde in den laatsten tijd vooral over het natte weer, dat zoo nadeelig was voor zijn te veld staande boekweit en zijn gestoken turf in de Peel, aldus het blad.

Het jaar 1879 was dermate slecht door overvloedige regen dat door de gemeente besloten werd de pacht voor dat jaar kwijt te schelden.

De gemeente Deurne zou tot in de zomer van 1883 veen blijven uitgeven voor de boekweitteelt. Weliswaar meenden inmiddels sommige raadsleden dat verpachting aan de nieuwe turfstrooiselindustrie meer zou opleveren, maar die zomer werd er toch nog voor een dikke elfhonderd gulden aan boekweitvelden verpacht. Het was echter ook meteen de laatste verpachting op grote schaal.

De neergang was onherroepelijk. Rond 1870 al raakten de eerste veenboekweitvelden in de Deurnese Peel uitgeput. De veenbrandcultuur was nu eenmaal een vorm van roofbouw die men hooguit tien jaar kon bedrijven.

Men kon de teloorgang aflezen aan het aantal bijenkorven. Op het hoogtepunt van de boekweitteelt werden er bijna drieduizend korven in de Peel geteld, in 1886 waren er daar nog maar zeshonderd van over...

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Dit artikel is vooral gebaseerd op het artikel dat Ed van de Kerkhof schreef in D'n Uytbeyndel nummer 80 (najaar 2013) blz. 8-15 onder de titel Boekweit op het veen: het eerste goud van de Peel. Verder zijn interessante gegevens over dit onderwerp met betrekking tot onze streek te vinden in:
    • André Vervuurt - In... en uit de turf getrokken (2001) blz. 8-10.
    • Frans Aarts - Boeren in Peel en Kempen aan het einde van de Generaliteitsperiode (1800) (december 2011).
  2. Helmonds schepenprotocol inv.nr. 216 fol. 55 verso
  3. Deze keuren zijn te vinden in het deel over Deurne en Liessel uit de reeks Varia Peellandiae Historiae onder redactie van E.J.Th.A.M. van Emstede.