RCC RaboPZ1.JPG
Rabobank Clubkas Campagne 6 t/m 30 april 2017.
Stem op Heemkundekring H.N. Ouwerling Deurne voor het opknappen en overkappen van onze beugelbaan!
En… kom eens beugelen.

Gemeentelijke Oudheidkamer

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken
Deze moor wordt bewaard in de Oudheidkamer.
Foto: Hans van Hoek

De Oudheidkamer is in 1955 begonnen als Gemeentelijke Oudheidkamer.

Oprichting[bewerken]

De Commissie voor de Oudheidkamer van de Gemeente Deurne werd in de vergadering van 23 juni 1955 door de Burgemeester en Wethouders opgericht.
De leden waren:
Antoon Swinkels, wethouder,( Kerkstraat).
Antoon van Griensven oud gemeentesecretaris, (Stationslaan 1) .
Kees van den Broek, D'n Technische, Martinetstraat 30.
Jos Deltrap, architect, Romeinstraat 3.
Frans Jacobs, beeldend kunstenaar, Hogezijdeweg 4, Vlierden.
J. Manders, Kruisstraat 16.

Het gemeentebestuur was niet erg enthousiast omdat men ervan uitging dat er op het gebied van oudheidkundige voorwerpen niet veel meer zou zijn. De Commissie meende echter nog veel nuttig werk te kunnen doen voor het cultureel belang van de gemeente. Men wilde nog zoveel mogelijk bij elkaar brengen van hetgeen de streek eigen was. Daarop kreeg de Oudheidkamer een krediet van 1500 gulden per jaar om voorwerpen aan te kopen.

Op 28 november 1956 werd besloten foto's te laten maken van het huis, toen eigendom van Jan Kuijpers, op Markt 12 (het geboortehuis van Johannes Florentius Martinet (1729-1795)) en van het huis van de familie Brouwers aan het Haageind.

Via artikeltjes en kleine advertenties in het Land- en Tuinbouwblad wilde men de bevolking warm maken om oude voorwerpen aan de Oudheidkamer te schenken, eventueel tegen betaling van een kleine vergoeding. Tot die tijd werden de voorwerpen bewaard in het gemeentehuis.

Kasteelruïne[bewerken]

Krantenartikel.jpg

19 juli 1962 : door het plotselinge overlijden van wethouder Antoon Swinkels zat de Oudheidkamer zonder voorzitter. Burgemeester Frans Hoebens wees Antoon van Griensven aan als nieuwe voorzitter van de Commissie voor de Oudheidkamer.

In 1964 was de Oudheidkamer ondergebracht in de kamer van de kasteelruïne (waar anno 2012 Sociëteit Walhalla gehuisvest is.) 11 december 1964 brachten de leden van de Oudheidkamer na de vergadering een bezoek aan het Dinghuis en de Oudheidkamer in de kasteelruïne : De uitlaat van de schoorsteen was geheel open en er lag veel stof en vuil. De verzameling bevond zich in ronduit deplorabele omstandigheden. Tussen de totaal verroeste landbouwwerktuigen lag een dode duif, waar die toegang had, hadden weer en wind dat ook ! De gemeente stelde voor een selectie te maken van de voorwerpen en deze in uitstalkasten in het voor het publiek toegankelijke gemeentegebouwen ter bezichtiging te stellen. Er werd ook gezocht naar een groter onderkomen omdat enige voorwerpen te groot waren om in de huidige Oudheidkamer te kunnen worden geplaatst.

Gedacht werd aan de boerderij van Tinuske Joosten, Derpsestraat 25 . De boerderij van Hendriks (Pelikaan ), Helmondseweg en de oude jongensschool in de Visser. Daar kwam allemaal niets van.

3 juni 1965 werd er door het gemeentebestuur aan de ruimte van de oudheidkamer in de kasteelruïne een andere bestemming gegeven : de Sociëteit Walhalla

Door de Dienst Openbare Werken werd de oudheidkamer ontruimd en de voorwerpen werden ondergebracht op de zolder van het Dinghuis.

De Commissieleden waren het hiermee niet eens en namen op 5 juni 1965 collectief ontslag en hoopten dat het college de intentie zou hebben het indertijd door wijlen wethouder Swinkels begonnen werk voort te zetten. De Oudheidkamer van de Gemeente Deurne zat "op zijn bekende gat" en lijdde een stoffig bestaan op veel verschillende lokaties.