DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Henriëtte Marie Rudolphine Fagel (1861-1929)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken
Henriëtte Marie Rudolphine Fagel
1924-1929
vrouwe van Deurne
Periode 1861-1929
Voorganger Theodore baron de Smeth
Opvolger Theodore baron de Smeth van Deurne
vrouwe van Liessel
Periode 1861-1929
Voorganger Theodore baron de Smeth
Opvolger Theodore baron de Smeth van Deurne
Vader François René Hendrik Robert Fagel
Moeder Wilhelmina Anna Maria barones Bentinck

Henriëtte Marie Rudolphine (Mary) Fagel ('s-Gravenhage, 21 oktober 1861 - 's-Gravenhage, 24 juli 1929) was een telg uit Nederlands adellijk geslacht Fagel. Fagel droeg het predikaat jonkvrouw en was titulair vrouwe van Deurne.


Na het afschaffen van de laatste heerlijke rechten in 1923 verdween het laatste rudiment van de heerlijkheid. Daardoor was zij na het overlijden van haar echtgenoot Theodore de Smeth naast eigenaresse van het Groot Kasteel en Klein Kasteel aldaar nog slechts titulair vrouwe van Deurne.

Fagel werd geboren als dochter van François René Hendrik Robert baron Fagel, opperhofmaarschalk aan het Nederlandse hof, en Wilhelmina Anna Maria barones Bentinck. In 1891 op 16 juli trouwde zij te Rheden met Samuel Richard Ruijssenaers (1847-1901), en na diens dood in 1904 met Theodore de Smeth, heer van Deurne. Alhoewel zij in Deurne twee kastelen bezaten, woonde het echtpaar De Smeth doorgaans op Lange Voorhout 42 in 's-Gravenhage. Beide huwelijken bleven kinderloos.

Gedurende de periode dat zij de scepter zwaaide over het landgoed in Deurne verkocht zij 110 van de 121 hectare die het landgoed omvatte. Daardoor verdween voor de volgende en laatste kasteelheer van Deurne, Theodore de Smeth van Deurne, de traditionele economische basis voor beheer van het bezit in Deurne.

Na haar dood in 1929 vererfde het onroerend goed, in het bijzonder de twee kastelen, op haar achterneef Theodore de Smeth van Deurne. Diens vader Ferdinand Francois de Smeth erfde de inboedel en het vruchtgebruik van het onroerend goed, omdat Theodore nog minderjarig was.