DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Johannes Casper van Beek (1877-1951)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
(Doorverwezen vanaf Johannes Casper van Beek)
Ga naar: navigatie, zoeken
Johannes Casper van Beek
28.539.JPG
Foto van 16 december 1949
Collectie familie Van Beek
Persoonsinformatie
Volledige naam Johannes Casper van Beek
Roepnaam Jan Casper
Geboorteplaats Berlicum
Geboortedatum 15 april 1877
Overl.plaats Deurne
Overl.datum 7 mei 1951
Partner(s) Maria Hendrika Josepha van den Bosch (1878-1953)
Beroep(en) burgemeester, lid provinciale staten, provinciaal gedeputeerde
Bidprentje NBA
Echtgenote Maria Hendrika Josepha van den Bosch (1878-1953) in 1950. Foto: collectie familie Van Beek

Jan Casper van Beek (1877-1951) was burgemeester van de gemeente Deurne en Liessel en later van de fusiegemeente Deurne van 1917 tot 1939.

Gezin[bewerken]

Jan Casper was een zoon van Willem Matheas van Beek (1843-1912) en Anna Maria van Heeswijk (1840-1899). Zijn vader kwam van Rosmalen en zijn moeder van Vught.
Hij huwde op 10 mei 1910 te Vierlingsbeek met Maria Henrika Josepha van den Bosch, (Vierlingsbeek 25 maart 1878 - Deurne 6 augustus 1953), dochter van Ernest Peter van den Bosch (1835-1889) en Johanna Jacoba Havens (1845-1922).
Zij kregen vijf kinderen:

  1. Maria Jacoba Mathea Ernestina, (Geffen 16 september 1911 - Geffen 20 juni 1914)
  2. Ernestina Petronella Wilhelmina Maria (Erna), (Geffen 27 mei 1913 - Bakel 19 augustus 2004), ongehuwd.
  3. Maria Jacoba Ludolpha Mathea (Maria), (Geffen 9 november 1915 - Deurne 16 april 2006), ongehuwd.
  4. Jacobus Gerardus Ignatius (Sjaak), (Geffen 23 januari 1917), districtsingenieur van Cultuurtechnische Dienst in de kop van Noord-Holland.
  5. Joannes Petrus Mathias Ernestus (Jan), (Deurne 21 mei 1923 - Deurne 14 december 2010)

Studie & Carrière[bewerken]

Johannes Caspar van Beek genoot zijn opleiding op de "Ruwenberg" te St. Michiels-Gestel en werd eerst volontair ter secretarie te Hedikhuizen. Na verdere studie behaalde hij het diploma gemeente-administratie en werd op 23-jarige leeftijd op 18 juni 1900 volontair ter secretarie van de gemeente ’s Hertogenbosch terwijl hij in zijn geboorteplaats Berlicum bleef wonen. Op 11 oktober 1900 volgde daar zijn benoeming tot tweede klerk en reeds op 1 januari 1901 werd hij tot eerste klerk, als opvolger van A. van Lanschot, bevorderd.

Na verdere studie in gemeente-administratie werd hij op 1 juli 1901 benoemd tot gemeentesecretaris van de gemeente Geffen. 29 april 1904 volgde zijn benoeming tot ambtenaar van de burgerlijke stand en ontvanger der gemeente Geffen. Tenslotte werd hij op 21 februari 1912 tot burgemeester van Geffen benoemd met een eedaflegging op 6 maart 1912. Ondertussen was hij in 1911 door de Statenkieskring Den Bosch kandidaat gesteld voor de provinciale staten en ook gekozen.

Benoeming en intocht[bewerken]

Op 5 november 1917 werd hij, als opvolger van Klaas Laan, tot burgemeester van de gemeente Deurne en Liessel benoemd. De tijden waren toen uitermate zorgelijk: Het oorlogsgevaar dreigde en de nood in de vorm van voedselgebrek heerste. Daarom kon er geen sprake zijn van een grootse entree. De nieuw benoemde burgemeester arriveerde op woensdag 21 november 1917 per trein. Aan het station werd hij opgewacht door de beide wethouders en de secretaris, waarna hij per rijtuig door de met vlaggen versierde straten naar het gemeentehuis werd gereden. In het gemeentehuis nam Leonardus van den Eijnden (1846-1921) als oudste wethouder het woord. Na zijn speech hing hij de nieuwe burgemeester de ambtsketen om. Na het dankwoord van de burgemeester volgde een drukbezochte receptie.

De eerste drie maanden van zijn verblijf in Deurne woonde hij in de "Schuivelenbergstraat" A.347 om vervolgens naar het Haageind A.242, de huidige Kerkstraat, te verhuizen. In 1923 liet hij aan de Stationsstraat 53, op de hoek met de Lagekerk, zijn woning bouwen.

Op 8 maart 1918 werd hij tevens aangesteld tot ambtenaar burgerlijke stand. Die benoeming ging in op 21 maart 1918 nadat hij bij de arrondissementsrechtbank in Roermond de eed had afgelegd. Met deze benoeming kwam hij in de Statenkieskring Helmond terecht. Zijn verdiensten waren toen al van dien aard dat ook deze kring hem kandidaat stelde en in 1919 als een der afgevaardigden in de staten gekozen werd.

Onder zijn bestuur kwam op 1 januari 1926 de fusie tussen de voormalige gemeente Deurne en Liessel en de gemeente Vlierden tot stand en werd hij de burgemeester van de nieuwe fusiegemeente Deurne.

In verband met zijn benoeming tot lid van Gedeputeerde Staten der provincie Noord-Brabant vroeg hij op 15 juli 1939, in een periode dat er wederom een oorlogsdreiging heerste, ontslag aan als ambtenaar van de burgerlijke stand en als burgemeester waarop hem per 31 juli 1939 eervol ontslag werd verleend. Als burgemeester werd hij opgevolgd door burgemeester Robert Lambooij.


Maatschappelijke functies[bewerken]

  • Hij was oprichter en voorzitter van de vereniging Peelbelang
  • Medeoprichter van het Wit-Gele Kruis Deurne. Van 25 april 1928 tot 28 september 1945 was hij tevens voorzitter van het oprichtingsbestuur.
  • Ondervoorzitter van het NCB
  • Voorzitter van de Zuid Nederlandse Zuivelbond te Roermond en onder-voorzitter van de Algemeen Nederlandse Zuivelbond.
  • Lid van de Cultuur-Technische Adviescommissie (Ruilverkaveling)
  • Sinds 1919 was hij lid van de bijzondere commissie voor de waterschappen in Noord-Brabant
  • Secretaris raad van toezicht van de kredietvereniging Hanzebank in Den Bosch.
  • In zijn burgemeestersperiode had de Boerenbond Deurne, naast pastoor Roes, een belangrijke steun in het gemeentehuis in zijn persoon. Samen met Roes zat hij in 1927 in het stichtingsbestuur van de Lagere Landbouwschool. In november van datzelfde jaar werd hij als vertegenwoordiger van de R.K. Nederlandsche Boerenbond naar het internationaal Landbouwcongres in Rome afgevaardigd.
  • Als lid van de landelijke Commissie van advies in zake ontginning van woeste gronden zette hij zich enorm in voor de ontginning van de Peel ten behoeve van de landbouw. Als lid van die commissie maakte hij onder meer in 1920 en in 1930 een studiereis naar Denemarken

Tweede Kamer[bewerken]

In augustus 1929 benoemde de voorzitter van het Centraal Stembureau burgemeester Van Beek tot lid van de nieuwgekozen Tweede Kamer. De heer Van Beek bedankte toen ten gunste van de heer Schaepman.

Gedeputeerde[bewerken]

Toen hij in 1939 gedeputeerde werd nam hij afscheid als burgemeester van de gemeente Deurne.

Infrastructuur[bewerken]

  • Hij zorgde voor goede infrastructuur, onder meer de aanleg van de weg Deurne-Oploo.
  • De tramlijnverbinding met Roermond, waarvan hij ook de animator was, werd echter een groot fiasco.
  • Als lid van de Bond van Bedrijfsauto-houders (BBH) pleitte hij ook voor een brugverbinding over de Maas tussen Venlo en Grave en had zitting in een commissie die de totstandkoming moest bevorderen. [1]

Roesbeek[bewerken]

Hij leende met pastoor Roes zijn naam aan de in 1934 opgerichte school Roesbeek aan de Langstraat. Naar verluid zouden beide naamgevers geen voorstander geweest zijn van een zelfstandige parochie en/of school in de Walsberg, maar werden zo door de plaatselijke bevolking min of meer gepaaid door hun beider namen aan de nieuwe school te verbinden.

Burgemeester Van Beekstraat[bewerken]

Op zaterdag 5 augustus 1939 werd in een plechtige vergadering in het gemeentehuis, waar nog volop verbouwingswerkzaamheden plaatsvonden, afscheid van de burgemeester genomen. Wethouder Johannes (Jan) van Deursen (1876-1960) maakte bij die gelegenheid bekend dat de gemeenteraad had besloten om, "ter herdenking aan uw bestuur", de Schuivelenbergstraat om te dopen naar Burgemeester Van Beekstraat en hij mocht als laatste ambtsdaad zelf zijn eigen straatnaambord aan de gevel spijkeren.[2] Kunstschilder Harrie Maas [3] uit Eindhoven kreeg de opdracht gekregen heeft een portret van de scheidende burgemeester te schilderen.

Woning burgemeester J.C. van Beek
Foto: coll. Frans Gloudemans

Vriendschap met Ouwerling[bewerken]

Van Beek raakte bevriend met Hendrik Ouwerling en hij zorgde ervoor dat door de gemeente Deurne postuum diens levenswerk Geschiedenis der dorpen en heerlijkheden Deurne, Liessel en Vlierden werd uitgegeven.

Emigranten[bewerken]

Vanaf 1949 tot kort voor zijn overlijden hielp hij een aantal emigranten uit Deurne en directe omgeving bij de voorbereidingen van hun vertrek naar Nieuw-Zeeland. Dat kon hij doen door zijn contacten met zijn neef Gerrit van Beek, die daar vele jaren als missionaris werkzaam was. Ook na hun vestiging in Nieuw-Zeeland onderhield de emigranten schriftelijk contact met oud-burgemeester Van Beek. Deze correspondentie is bewaard gebleven en bevindt zich in het archief van heemkundekring H.N. Ouwerling.

Onderscheiding[bewerken]

Op 28 augustus 1929 werd burgemeester Van Beek door koningin Wilhelmina benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.[4]

Overlijden en uitvaart[bewerken]

Na eerst nog een wandeling te hebben gemaakt overleed hij op maandag 7 mei 1951 thuis aan een hart-trombose. De uitvaart vond onder enorme belangstelling plaats op donderdag 10 mei. De plechtige requiemmis werd opgedragen door pastoor Van Dinter met assistentie van kapelaan De Nijs en kapelaan Somers. Het graf van burgemeester Van Beek en zijn echtgenote op het r.-k. kerkhof van Deurne-centrum is bewaard gebleven.

Bronnen[bewerken]

Voorganger:
K. Laan
Burgemeester van Deurne en Liessel
1917-1925
Opvolger:
-
Voorganger:
-
Burgemeester van Deurne
1926-1939
Opvolger:
R.J.J. Lambooij
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Nieuwe Rotterdamsche Courant van 30 oktober 1929.]
  2. Deze straatnaam stond model voor het lied Burgemeester Beekmanlaan, geschreven door Friso Wiegersma.
  3. Zoon van onderwijsman, schrijver en journalist Hermanus Hubertus Joannes Maas (1877-1958)
  4. 28-8-1929 personeel gemeente Deurne NAAD map 44/4