DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Johannes Wilhelmus Feylingius (1659-1739)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken
Johannes Wilhelmus Feylingius
Persoonsinformatie
Volledige naam Johannes Wilhelmus Feylingius
Geboorteplaats Deurne
Geboortedatum 20 juni 1659
Overl.plaats Venlo
Overl.datum 18 april 1739
Partner(s) ongehuwd
Beroep(en) (garnizoens)predikant

Johannes Wilhelmus Feylingius (1659-1739) was een in Deurne geboren garnizoenspredikant.

Johannes Wilhelmus was een zoon van Johannes Feylingius (Schlüchtern (D) ± 1630 - Maarheeze 1696). Na eerst door zijn vader te zijn onderwezen, in de voorbereidende wetenschappen, studeerde hij te Utrecht en werd in 1684 proponent onder de classis van Rhenen en Wijk. In 1685 werd hij predikant te Bergambacht. Gedurende de Spaanse successie-oorlog werd hij door de classis van Goude meerdere malen uitgezonden als veldprediker voornamelijk bij de artillerie-afdelingen. Hij trad in 1709 in dienst als garnizoenspredikant te Rijssel. Toen Rijssel in 1713 werd afgestaan aan Frankrijk vertrok hij naar Yperen. Op 3 augustus 1715 werd hij beroepen als garnizoenspredikant te Venlo. In 1730 ging Johannes Wilhelmus met emeritaat.

Kerkbouw[bewerken]

Dat onder Feylingius' toezicht, op zijn 3 standplaatsen: Rijssel, Yperen en Venlo, nieuwe kerken zijn gesticht doet vermoeden dat hij zeker grote belangstelling in - en misschien ook kennis van - kerkbouw heeft gehad.

Werken[bewerken]

Johannes Wilhelmus Feylingius heeft verscheide boeken geschreven waaronder enkelen uitgegeven na zijn dood.

  • De geschetste Heydelbergse Catechismus (Utrecht 1705)
  • De waarheit der Christelijke Religie (Amsterdam 1710)
  • Ontleding en verklaring van den Heidelbergschen Catechismus (Leiden 1740)
  • XXVII uitgezogte Leerredenen, bij verscheide gelegentheden verhandelt en toegepast (Leiden 1742)

Overlijden[bewerken]

Dezen ‘dagh zijner verhuizing’ heeft Feylingius inderdaad ‘met een waarlijk voorbeeldige onverzaagtheit afgewagt’, daar van hem vermeld wordt, dat hij ‘reedts een half jaar voor zijn doodt, zijn Doodtkist heeft laten verveerdigen, en in zijn Kamer stellen; en noch meer bijzonder, dat hij dezelve drie dagen voor zijn doodt ten zijnen aanzien heeft laten bekleden, en op denzelven tijdt met den Lijkbidder zijne Lijkstasie geregelt, en met een verwonderenswaardige bezadigheit over alles, wat daar toe behoort, bestel gegeven heeft.’

Literatuur[bewerken]

V.d. Aa, Biogr. Wdb., i.v. - Molhuysen en Blok, N. Biogr. Wdb., dl. III, kol. 403. - Knuttel, Acta, dl. V, blz. 585. - H. de Jongh Az.,