DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Maurits Wegen

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken

Maurits Wegen was een ongeveer 20-jarige landloper toen hij bij vonnis van 7 oktober 1737 van schepenen van Deurne ter dood werd veroordeeld en opgehangen.


Hij was geboortig van Tegelen dat destijds tot het hertogdom Gulik hoorde. Op 2 oktober 1737 bond hij in de Craijenhut Anneke Knuijts, de vrouw van Michiel van Craijel, aan handen en voeten vast en maakte haar voor zes stuivers aan muntgeld, een kamizool (borstrok), een paar kousen, een neusdoek en een bonte das afhandig. Hij werd later die dag in de herberg van Andries Soeteriks gearresteerd door de vorster Michiel van Schaijk. De door hem gestolen spullen had hij nog bij zich. Wel had hij de gestolen neusdoek aan de herbergier verkocht. Soeteriks was een oude bekende van Maurits Wegen want drie maanden daarvoor had Maurits hem voor zes stuivers een zilveren kruisje verkocht, dat naar zijn zeggen afkomstig was van zijn zuster.
Diezelfde avond wist hij te ontsnappen, maar hij werd uiteindelijk de volgende ochtend toch gegrepen nabij de Moosdijk. Bij deze tweede arrestatie kreeg de vorster de hulp van Abraham Bartels, Jan Willem Lambers en Peter Peter Eimbers, allen uit Liessel. Zij kregen later, samen met Michiel van Craijel, een premie van 150 gulden omdat ze hun bijdrage hadden geleverd bij de gevangenneming van Maurits Wegen. Drossaard Pero de Cassemajor ontving een premie van 100 gulden voor de ter dood veroordeelde.[1]

Op 7 oktober 1737 werd hij door schepenen van Deurne ter dood veroordeeld. Het doodvonnis moest worden uitgevoerd ter plaatse alwaar men gewoon is binnen deese heerlijkheijt te doen de executie van de crimineele justitie. Hoogstwaarschijnlijk is daarmee de galg bedoeld die aan de huidige Helmondsingel, ongeveer ter hoogte van het Buntven, stond.
Blijkbaar was Maurits Wegen bij zijn arrestatie en/of ontsnapping nogal ernstig gewond geraakt, want in het vonnis werd ook nog de volgende bepaling opgenomen: bij aldien den gedetineerden, mids sijne ontfangene quetsuren, deeser weerelt mogt koomen te overlijden, voor dat dese sententie aan hem mogt sijn geëxecuteert, dat alsdan sijn dood lighaam, met de beenen aande galg ten toon sal worden opgehangen.
Nog op diezelfde dag werd de veroordeelde opgehangen.

Later ontstond er een discussie over het proces, het vonnis en de uitbetaling door de rentmeester van de Domeinen van de toegekende premies. Feitelijk had de "buitenlander" Maurits Wegen binnen Deurne geen moord gepleegd en "slechts" een vrouw gekneveld en beroofd, een misdrijf waarop niet de doodstraf stond. Het had tot gevolg dat ruim een half jaar na de veroordeling en executie van de beklaagde nog uitgebreide beëdigde getuigenverhoren moesten plaatsvinden.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Op maandag 20 januari 1738 stemde de Raad van State toe in de uitbetaling van de premies van respectievelijk 150 en 100 gulden. BHIC toegang 178 inv.nr. 329 Resoluties van de Raad van State dienstjaar 1738 deel 1 folio 32.