DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!

U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Hendrik Josephus Maria Wiegersma (1891-1969)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken
Hendrik Wiegersma
17.371.jpg
Foto: collectie Ton Hartjens
Persoonsinformatie
Volledige naam Hendrik Josephus Maria Wiegersma
Roepnaam Henk, Hendrik
Geboorteplaats Lith
Geboortedatum 7 oktober 1891
Overl.plaats Deurne
Overl.datum 5 april 1969
Partner(s) Petronella Johanna Antonia Maria Daniëls (1892-1962)
Beroep(en) huisarts
Bidprentje NBA vrouw
Op de Dam in Amsterdam: Vlnr: Wieger Wiegersma, Nel Wiegersma-Daniels, Sjoert Wiegersma (1927), kinderjuffrouw C.B. Birkenfeld (1910-1966), Friso Wiegersma. Op de achtergrond de Nieuwe Kerk en ook een deel van het koninklijk paleis is nog zichtbaar.
Foto collectie gemeente Deurne
Hendrik en Petronella
Foto: collectie Tij Kools
Collectie: Frans Gloudemans
Het huis in Lith in 1971
Rijksmonument begraafplaats Wiegersma te Vlierden

Hendrik Josephus Maria (Hendrik) Wiegersma (1891-1969) was een Deurnese huisarts, tekenaar, kunstschilder en schrijver. Zijn bijnaam was De Wieger.

Achtergrond en familie[bewerken]

Wiegersma werd geboren als zoon van de huisarts Jakob Hendrik Wiegersma, en Elisabeth Josephine Maria Blancke. Op de katholieke begraafplaats in het centrum van Lith ligt nog het graf van Wiegersma's stiefmoeder, en aan de Lithsedijk aldaar staat het zeventiende-eeuwse huis waar Hendrik werd geboren.

Na zijn studie tot arts trouwde hij op 13 juni 1917 te Nijmegen met Petronella Johanna Antonia Maria (Nel) Daniëls, (Nijmegen 31 juli 1892 - 7 augustus 1962), dochter van Petrus Jacobus Franciscus Daniëls (1845-1930) en Johanna Maria Catharina Sengers (1851-1920). Haar vader was koopman in lederwaren en wethouder, geboren te Nijmegen en haar moeder werd geboren te Megen.

Het echtpaar Wiegersma kreeg vijf zonen:

  1. Jacob Hendrik (Jaap), (Deurne 20 juni 1918 - Penzance (Engeland) juli 1991). Hij huwde met Wanda Bronislawa Boelen.
  2. Piet (Pieter), (Deurne 2 juli 1920 - Brussel 23 mei 2009). Hij huwde met Florentine (Flossy) A.J.H. Goyarts.
  3. Wieger, (Deurne 25 mei 1923 - Werkendam 8 augustus 1941).
  4. Friso, (Deurne 14 oktober 1925 - Amsterdam 5 juni 2006). Levenspartner van Wim Sonneveld en gehuwd met Hans van der Woude.
  5. Sjoert (Sjoerd), (Deurne 19 oktober 1927). Hij huwde met Ava O'Brien.

Op 23 februari 1917 vestigde hij zich in Deurne. Na kort in de kom van Deurne te hebben gewoond, vertrok hij met zijn echtgenote naar een vrijstaand huis aan de Spoorstraat, later Stationsstraat 70 genaamd, dat eigendom was van de familie Bertrams. In 1922 werd zijn landhuis De Wieger gebouwd, onder architectuur van Cor Roffelsen. Dit huis werd gebouwd aan de tegenwoordige Oude Liesselseweg aan de rand van het oude akkercomplex "De Wolfsberg". Het huis en de omgeving stonden model voor het lied Het Dorp, dat Hendriks zoon Friso Wiegersma schreef voor Wim Sonneveld.

Zowel zijn woonhuis-praktijk-atelier als zijn begraafplaats staan op de Rijksmonumentenlijst. Het huis aan de Stationsstraat waar hij van 1917 tot 1922 woonde, draagt een tekstbordje met onder meer Wiegersma's naam erop. De straat achter het huis De Wieger, aangelegd in de voormalige tuin van De Wieger, draagt de naam Wiegershof. In het voormalige woonhuis van Wiegersma is tegenwoordig Museum De Wieger gevestigd.

Zijn carrière[bewerken]

Als dorpsarts[bewerken]

Op 23 januari 1917 werd hem zijn diploma als arts uitgereikt. Een maand later vestigde hij zich als arts in Deurne.

Van 1 juli 1921 tot 1 juli 1926 was hij lid van de gezondheidscommissie te Helmond. Ook de Deurnese Eugenius Johannes Josephus Maria de Leeuw (1869-1935)notaris De Leeuw had zitting in deze commissie.

Dokter Wiegersma genoot als arts een grote, zij het ook omstreden, reputatie. Hij was niet alleen dorpsarts van Deurne maar een nationaal bekend geneesheer. Mensen kwamen zelfs van over de grens naar Deurne om een beroep te doen op zijn geneeskunde.

Die mensen kwamen meestal met de trein naar Deurne. Met benauwde gezichten vroegen ze dan aan de uitgangscontroleur bij het station van Deurne de weg naar het huis van Wiegersma. Later op de dag kwamen ze dan vaak lachend terug naar het station, veelal met het wondermiddel van paarse vloeistof in een flesje. De dorpsdokter had hen zo op zijn eigen wijze verteld waaraan het scheelde.

De mensen vertelden elkaar in de wachtkamer van het stationsgebouw hun ervaringen met dokter Wiegersma, wat meestal neerkwam op een bijzonder vermakelijk relaas, waaraan ook het NS-personeel het grootste plezier beleefde.

Een voorbeeld van een omstreden behandeling is een geval waarbij de dokter zijn patiënt zou hebben laten ingraven in zijn achtertuin, waarna hij er koud water overheen gooide, hetgeen een soort genezing teweeg zou hebben moeten brengen.

Als kunstenaar[bewerken]

Na een kennismaking begin jaren twintig met Moissy Kogan, Ossip Zadkine en Otto van Rees (de laatste bewoonde destijds het Klein Kasteel) begonnen de artistieke talenten van Wiegersma te ontluiken. Tegenwoordig wordt hij beschouwd als de grootste kunstenaar die Deurne rijk is geweest, en een van de belangrijkste van Peelland. Behalve als kunstenaar stond hij ook bekend als kundig arts.

In 1928 kreeg hij al een eerste grote tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam en verder onder andere in oktober 1945 in het stedelijk Van Abbe-museum in Eindhoven. Huize De Wieger in Deurne werd de plek waar schrijvers en kunstenaars elkaar ontmoeten. Jozef Cantré, Antoon Coolen, Jan Engelman , Roland Holst, Henri Jonas, Toon Kelder, Louis Kuitenbrouwer, Lou Lichtveld, Hendrik Marsman, Joep Nicolas, Constant Permeke, Albert Plasschaert, Otto van Rees, Felix Timmermans, Jo Vincent, Wolfgang Weber, Matthieu Wiegman, Piet Wiegman en Ossip Zadkine kwamen daar regelmatig langs. Door zijn connectie met Otto van Rees raakte Wiegersma ook betrokken bij de vormgeving van het tijdschrift De Gemeenschap[1] waarvoor hij tien omslagen zou maken. Daarnaast ontwierp hij banden voor boeken van onder meer Hubert Janssen en Antoon Coolen. In 1930 brak Wiegersma met Joep Nicolas wegens een vermeende affaire die Nicolas met zijn vrouw gehad zou hebben.

Wiegersma zou evolueren tot een van de belangrijkste kunstenaars van het Nederlands expressionisme. Zijn werk vormt de vaste collectie van Museum de Wieger te Deurne.

Maatschappelijke functies[bewerken]

  • In 1925 nam Hendrik Wiegersma het initiatief om, samen met Dorus Engelen en nog enkele anderen, het Sint-Jorisgilde nieuw leven in te blazen. Later werd Wiegersma beschermheer van de rooi schut zoals het Sint-Jorisgilde ook wel genoemd werd. Uit die periode stamt ook de legendarische foto van De Zeele-mennekes die tijdens de jaarlijkse teerdag in 1927 als gildebroeders in de tuin van De Wieger gefotografeerd werden. In 1930 werd hij koning van dit gilde en was, voor zover bekend, de enige koning die zijn eigen schild vervaardigde, zie foto 28.733 (voorzijde) en foto 28.734 (achterzijde).
  • Hij was beschermheer van de Vlierdense fanfare Wilhelmina.
  • Hij was medeoprichter van het Wit-Gele Kruis Deurne en vanaf 25 april 1928 samen met Remy Camile Marie Verhaegen (1894-1955) medisch adviseur in het oprichtingsbestuur.

Archeoloog[bewerken]

Ook op archeologisch terrein was Hendrik Wiegersma actief. In de jaren '20 van de vorige eeuw werd bekend dat ten noorden van Slabroek op de Slabroekse heide, een prehistorische begraafplaats zou zijn. Aan de noordkant bevond zich een uitgestrekt urnenveld met nog tientallen grafheuvels. Het terrein lag binnen een omvangrijk heidegebied dat ten gevolge van de toenemende behoefte aan landbouwgrond ontgonnen en omgezet zou worden in akkerland en productiebos. Toen Wiegersma dit hoorde kocht hij het perceel met het centrale deel van het urnenveld om het tegen plunderen te beschermen en wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken.

Op 9 april 1923 ging Wiegersma met zijn vrouw, zijn zwager Mathe Daniels, die archivaris in Nijmegen was, en de Leidse archeoloog dr. Holwerda het urnenveld bekijken. Holwerda, die tevens directeur van het rijksmuseum van Oudheden te Leiden was, gaf toestemming voor wetenschappelijk onderzoek.

Inspiratiebron voor anderen[bewerken]

Foto: collectie H. vd. Grinten

Wiegersma staat bekend om zijn bijzondere manier van omgaan met mensen. Iedereen was voor hem gelijk, keuterboertje of de notaris. Tegen de kerk ontwikkelde hij een weerzin in de loop van zijn leven; de pastoor stond bovenaan de lijst met mensen die hij niet wenste te behandelen.

Hendriks vader Jacob Wiegersma stond model voor de dorpsdokter in de streekroman Dorp aan de rivier (1934) van Antoon Coolen. Wiegersma zelf illustreerde het boek en de band. Het boek werd in 1958 verfilmd door Fons Rademakers.

Hendrik zelf stond model voor de dokter in de roman van Toon Kortooms Help de dokter verzuipt! (1968). Ook dat boek werd, in 1974, verfilmd. Deze laatste film veroorzaakte destijds nogal wat ophef, omdat actrice Willeke van Ammelrooy - die een zigeunerin speelt - naakt te zien is in de film.

Zijn vriend en schrijver Antoon Coolen noemde diens vierde zoon Peter Hendricus naar Hendrik Wiegersma en zijn vrouw Nel.

In januari 2008 werd een onbekende kluis aangetroffen bij het wegbreken van een muur in De Wieger. De kluis, die pas na twee dagen geopend kon worden, bleek met name papieren en persoonlijke spullen van de verongelukte zoon Wieger te bevatten.

In 1924, tijdens het gouden jubelfeest van de harmonie, ging Wiegersma een kijkje nemen in de versierde Stationsstraat in Deurne. Aan het stuur Hub van Doorne, voorzitter van de harmonie, als zijn persoonlijke chauffeur. Rechts op de foto, aan de Stationsstraat 4 de kruidenierswinkel van Adrianus Stevenaar, daarnaast aan de Stationsstraat 6 de drogisterij van August Peerbooms en links de garage van Frits Obers.
Foto's: collectie Oudheidkamer

Zijn eerste auto[bewerken]

In 1920 kocht Hendrik Wiegersma de auto van Arnoldus van Loon (1861-1939). Voor die tijd bezocht de huisarts zijn patiënten per fiets, motor of te paard. In 1922 werd Wiegersma eigenaar van een prachtige sportwagen, hij woonde toen nog in de Stationsstraat. De latere industrieel Hub van Doorne was enige tijd zijn persoonlijk chauffeur.

In oktober 1932 maakte hij met zijn Ford (kenteken N-22960) een tocht naar Athene. Na terugkomst in Deurne werd hij geïnterviewd door Jac. van der Meulen, Ford dealer te Eindhoven.[2]

Vrijgevigheid[bewerken]

Op 25 augustus 1931 zou op het terrein van Deurania een vermaarde Don Kozakken-ruitergroep optreden. Ze hadden enkele dagen tevoren in Deurne folders verspreid waarop de toegangsprijzen vermeld stonden: zitplaatsen een gulden, eerste rang 60 cent en tweede rang 25 cent. De mensen kwamen massaal naar de voorstelling maar bij de kassa bleek dat ze voor de tweede rang niet 25 maar ook 60 cent moesten betalen. De prijs van 25 cent was bedoeld voor de kinderen, zoals bleek na een snel ingesteld onderzoek door de burgemeester. Het publiek kwam in opstand en de mensen die al binnen waren vroegen hun geld terug. Wiegersma meende uitkomst te bieden door aan de circusmensen honderd gulden te geven als iedereen tegen de aangekondigde prijs binnen mocht. Het circus ging daarmee akkoord. Maar ondertussen drong het publiek door de afrastering het terrein binnen waardoor het een grote chaos werd en de voorstelling helemaal werd afgelast.[3]

Eerbewijzen[bewerken]

  • In 1930 won Hendrik Wiegersma met het schilderij De Drinker de gouden penning van de stad Nijmegen.
  • In november 1950 werd Hendrik Wiegersma benoemd tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten te Brussel. Een en ander als erkenning voor zijn wetenschappelijk werk over beeldende kunst. Hij werd als zodanig door de Belgische kroonprins geïnstalleerd.
  • In Nederland zijn twee straten vernoemd naar Hendrik Wiegersma: de Hendrik Wiegersmalaan in Rosmalen (1969) en de H.J.M. Wiegersmastraat in Waspik, die eind jaren '90 van de vorige eeuw werd aangelegd.

Overlijden en begrafenis[bewerken]

Hendrik Wiegersma overleed op eerste paasdag 1969 en werd, op eigen verzoek, daags na diens overlijden op de particuliere begraafplaats in 't Ven in Vlierden begraven bij zijn vrouw Petronella, zoon Wieger en kleinzoon Wieger. Alleen de naaste familie was hierbij aanwezig.

Hij had die begraafplaats in 1942 laten oprichten, waarna de graven van zijn zoon Wieger, verongelukt in 1941, en zijn moeder, overleden te Lith in 1903, naar Vlierden werden overgebracht.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De Gemeenschap was een in Utrecht gevestigd tijdschrift en een gelijknamige uitgeverij van jonge katholieke intellectuelen tijdens het interbellum (1925 - 1941).
  2. Nieuwe Tilburgsche Courant van 22 oktober 1932
  3. De Zuid-Willemsvaart 26 augustus 1931