DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Thomas Manders (1703-1780)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken
Thomas Manders
.
Persoonsinformatie
Volledige naam Thomas Manders
Geboorteplaats Deurne
Geboortedatum 7 augustus 1703
Overl.plaats Stratum
Overl.datum 22 maart 1780
Partner(s) (1) Wilhelma van de Mortel
(2) Cornelis van Bers
Beroep(en) winkelier, herbergier
Stamboom.png Klik hier voor de
stamboom van Manders

Thomas Manders (1703-1780) was een zoon van Wilhelmus Manders (1669-1741) en Theodora van Heugten (circa 1680-na 1705). Zijn vader was in Bakel geboren en zijn moeder in Vlierden.

Hij huwde (1) op 20 februari 1729 te Deurne met Wilhelma van de Mortel (circa 1700 - 17 december 1731), dochter van Jan Peter van de Mortel.

Uit dit eerste huwelijk werd een kind geboren:

  1. Theodora (Doroté), (Deurne 9 december 1729 - na 1732).

Hij huwde (2) op 8 december 1732 in Deurne met Cornelia van Beers(en), komend van Woensel.

Uit het tweede huwelijk werden de volgende kinderen geboren:

  1. Wilhelmina, (Deurne 31 oktober 1733 - jong overleden).
  2. Joannes (Jan), (Deurne 18 januari 1735). Hij huwde met Maria Smits.
  3. Wilhelma (Willemijn), (Deurne 3 oktober 1736). Zij huwde met Peter Princen.
  4. Henrica (Hendrina), (Deurne 21 mei 1737 - overleden te Antwerpen). Zij huwde met Thomas Schellen.
  5. Maria, (Deurne 17 november 1743 - Eindhoven 31 juli 1816).

Thomas Manders was winkelier. Op 3 mei 1741 daagde hij Adriaan van der Bloemen voor het gerecht omdat die hem nog zes gulden en achttien stuivers schuldig was wegens geleverd brood en tabak.[1]

Op 14 juli 1747 verhuisde hij met zijn vrouw en vijf kinderen naar Stratum.[2] In Stratum was hij herbergier, zoals blijkt uit de onderstaande door hem afgelegde verklaring.

Op 10 oktober 1755 verklaarde Thomas Manders, herbergier te Stratum, op verzoek van de Vlierdense drossaard Petrus de Jongh, dat circa vijf weken daarvoor even voor de middag Jan, de zoon van Jan Vervoordeldonk uit Vlierden, bij hem was gekomen op een groot zwart merriepaard. Nadat hij was afgestapt had hij daar een pintje bier besteld. Hij vertelde de herbergier dat hij ziekelijk was en dat hij het paard gekocht had van zijn baas in 't land van Tergoes waar hij gewerkt had, die het hem goedkoop had verkocht. Manders vroeg hem of hij het paard wilde verkopen. Vervoordeldonk vroeg dertig gulden en Manders bood er twintig. Ze konden het niet eens worden over de koop omdat Jan zei dat hij niet zonder paard kon thuiskomen. Hij zei dat hij zou terugkomen met de kar en dat ze elkaar dan wel nader zouden spreken en zien of ze het dan eens zouden kunnen worden. Meteen daarna vertrok hij te paard.[3] Het paard bleek op 28 augustus 1755 gestolen te zijn in het West-Brabantse Terheijden in het gehucht de Lake aan de Molendijk nabij de molen.[4]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. RHCe Schepenbank Deurne en Liessel, 15e eeuw - 1810 toegang 13183 inv.nr. 2 folio 199 verso.
  2. Ontlastbrief van Deurne voor Stratum - RHCe Schepenbank Deurne en Liessel, 15e eeuw - 1810 toegang 13183 inv.nr. 133 folio 14.
  3. Schepenbank Eindhoven inv. nr. 1559 folio 22
  4. Henk Beijers en Pieter Koolen - Vlierdens Verleden 721-1926 (1996) bladz. 87.