U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
Op maandag- en woensdagochtend ontvangen we alleen op afspraak en onder voorwaarden bezoek in het heemhuis. Dinsdagavond gesloten.

De Brink

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Waterplas afgraving bij steenfabriek. Foto collectie LHE

De Brink, in de volksmond ook wel "Den Brink" genoemd, is een diepe plas, ontstaan als gevolg van zandwinning door de Kalkzandsteenfabriek Hoogdonk.


In eerste instantie werd door mensen en aannemertjes uit de omgeving op de Hoogdonk in Liessel zand gewonnen voor eigen gebruik. In 1954 is de kalkzandsteenfabriek gesticht. Veel inwoners uit de gemeente Deurne, voornamelijk agrariërs uit Liessel, gingen voor halve dagen in de productie van De(n) Brink werken. Zo ontstond de naam De(n) Brink voor deze plas.

Het water is gelegen aan de Snoertsebaan in Liessel. De lengte van het water is 750 meter, de breedte is gemiddeld 375 meter. Het totale wateroppervlak bedraagt ongeveer 30 hectare. De diepte van het water varieert sterk, de grootste diepte is ongeveer 27 meter. Aan de zuidwestzijde heeft de plas een ondiepe uitloper, met een waterdiepte van maximaal twee meter. De taludhelling varieert van matig tot steil. Langs een deel van de plas groeien smalle stroken met bovenwaterplanten, maar een groot deel van de oevers is onbegroeid.

De bodem bestaat uit zand. De plas wordt gevoed door regen- en kwelwater en staat voor vis niet in open verbinding met water uit de omgeving. Anno 2015 vindt er nog steeds zandwinning in De Brink plaats. Omdat De Brink voor het overgrote deel dieper dan vier meter is, kan het worden beschouwd als een diepwatertype.

De plas is sinds september 1968 door Hengelsportvereniging De Peel in gebruik genomen als visvijver. Op grond van de milieuomstandigheden kan De Brink worden getypeerd als een water van het blankvoorn-brasem diepwatertype. In dit watertype wordt over het algemeen een visstand aangetroffen die voornamelijk bestaat uit blankvoorn, brasem, baars, snoek, snoekbaars en (indien uitgezet) paling en karper. Aan de noordelijke oever van de plas werd in de jaren 90 door Vogelwerkgroep De Kulert een kunstmatige wand voor oeverzwaluwen gebouwd.

Het oudste deel van de plas is het gedeelte direct naast de fabriek. Allereerst werd de winningsplas richting de Snoertsebaan en Berktsedijk uitgebreid. Daarna volgde uitbreiding in zuidelijke richting, en vóór 2011 werd de Regenweg doorsneden. Inmiddels (2021) nadert het meest zuidelijke punt van de plas de Biezendreef..