Welkom op DeurneWiki - de Deurnese encyclopedie
Blijf ons steunen door lid of vriend te worden.
Tot 1 september is het heemhuis gesloten

Hubertus Christianus Maria Timmermans (1931)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Huub Timmermans
Huub Timmermans2.JPG
Persoonsinformatie
Volledige naam Hubertus Christianus Maria Timmermans
Roepnaam Huub
Geboorteplaats Asten (parochie Liessel)
Geboortedatum 27 mei 1931
Partner(s) Helena van de Mortel (1936-2020)
Beroep(en) technisch vertaler
Huwelijk Huub Timmermans en Helena van de Mortel.
foto collectie LHE - familie Van Neerven-Seegers
Jan en Huub Timmermans in de schoolbank.
Zie "Mijn schooltijd".
foto collectie LHE – Huub Timmermans
Reünie klasgenoten Huub Timmermans voor gemeenschapshuis De Kastanje in Liessel op 27 mei 2009.
foto collectie LHE – Huub Timmermans

Hubertus Christianus Maria (Huub) Timmermans (1931) emigreerde op 16 mei 1950 met zijn ouders, broer en zussen naar Canada.


Huub is een zoon van de Astense landbouwer Cornelis Timmermans (1893-1988) en de Astense Theodora Verbugt (1892-1994) en een kleinzoon van Leonard Verbugt (1865-1953).

Hij volgde de lagere jongensschool in Liessel, daarna de mulo in Asten en was een actief lid van de Jongeboerenstand. Zijn studie aan de kweekschool in Eindhoven moest hij voortijdig afbreken, nadat het gezin Timmermans in mei 1950 naar Canada emigreerde.

In 1956 werd Huub Timmermans Canadees staatsburger, maar vanwege familieomstandigheden was hij van 1961 tot 1966 weer in Nederland. In die periode werkte hij bij DAF als technisch vertaler. [1]

Hij huwde met Helena Petronella Gertruda Maria (Helena) van de Mortel, (Sint-Oedenrode 6 maart 1936 - Canada 25 maart 2020), dochter van smid Johannes Cornelis van de Mortel (1891-1973) en Petronella Martina van Doorne (1894-1965).

Onderstaand volgen een tweetal persoonlijke herinneringen van Huub Timmermans aan zijn lagere schooltijd.

Mijn schooltijd[bewerken]

Ter herinnering aan mijn schooltijd zegt het bordje. Op de foto zit ik rechts van broer Jan die al stevig pen en papier vasthoudt, terwijl ik hoopvol uitkijk naar dat vogeltje dat uit die meneer zijn apparatuur te voorschijn moet komen.

Het was april 1938 en zuster Anastatia van de bewaarschool knoopte mijn jasje om mijn stevig buikje met de woorden dat ik best een braaf jongetje was geweest. Zo stapte ik fier af naar de 'grootte' school. Het dichtstbijzijnde klaslokaal aan de wegkant vanuit de kom werd voor mij de eerste klas en kwam onder leiding te staan van de kersverse meester Engels. Al gauw besefte ik dat mijn buurjongen, die in maart jarig was, een klas hoger zat dan ik wat me mijn hele verdere leven dwars heeft gezeten want hij bleek in mijn ogen meer 'mans' alleen al omdat hij een klas hoger zat. Men diende voor 1 april van het jaar zeven jaar oud te zijn om toegelaten te worden.

Het klaslokaal zag er indrukwekkend uit met kleurrijke wandborden. Of aanvankelijk leien en griffels gebruikt werden is me niet duidelijk gebleven al herinner ik me die gebruikt te hebben. Tweepersoons lessenaars in rijen vulde het lokaal. Deze hadden een schuin aflopend, opklapbaar blad waaronder men een en ander kon wegleggen zoals de knik met boterhammen voor het middagmaal voor de overblijvers, knikkers en een bolker om mee te bolkeren of 'tiktakken' tijdens de rustpauzes. Een bolker was een ronde bal van ijzer voor tien cent gewoonlijk door de dorpssmid gesmeed. Knikkers waren van geglazuurd klei en kosten 1 cent per 20 stuks in de winkel van Veltmans. De gleuf in de lessenaar was bestemd voor potlood, pen en liniaal. In een rond gat in de bovenkant stond de inktpot. De schrijfpen had een beugeltje dat om een vinger geslagen werd tijdens het schrijven voor wat meer houvast. Ik was een linkspoot en hanteerde automatisch de pen met de linkerhand. Dan kwam meester Engels langs en mepte met de liniaal op mijn vingers. Het moest rechts zijn en niet anders. Schoonschrift zat er voor mij aldus niet aan!

Het eerste schooljaar was amper voorbij of geruchten van mobilisatie deden de ronde. Soldaten hadden we nooit eerder gezien, maar aldra wemelde het ervan. Men sprak van de Peeldivisie. Inkwartiering van soldaten volgde op de voet; ook in de school zelf. Op de binnenplaats van het patronaat/parochiehuis werd een veldkeuken ingericht. Nadien werd de school in beslag genomen en wij leerlingen gingen daarna voor halve dagen naar de meisjesschool.

Vanwege onderbrekingen toen en gedurende de oorlogsjaren – speciaal tegen het einde ervan – kreeg het onderwijs een achterstand te verduren welke me later op de ulo-school door de leraar onder de neus gewreven werd. "Timmermans, je staat twee jaar achter op de leerlingen alhier." Met hard ploeteren behaalde ik toch mijn diploma!

Onderwijzer Martinus G.F. Janssen 1939-1946 te Liessel[bewerken]

(Een wrede ervaring met goede afloop)

Had ik misschien de beer uitgehangen? Wie zal het zeggen. Meester Janssen stond er om bekend onder de klasgenoten dat hij vanaf het schoolbord zijn krijtje precies naar een ondeugende leerling kon werpen. Vaak raak! Dit maal moest ik tot straf op handen en voeten door de gangen kruipen en op de koop toe trappen tegen mijn achterste incasseren!

Toen alles weer tot rust was teruggekeerd nam ik van een gunstige gelegenheid de kans waar plotseling het klaslokaal uit te stormen en het hazenpad huiswaarts te kiezen. De meester liet het er echter niet bij zitten en commandeerde een drietal jongens, die als vechtersbaasjes hem niet vreemd waren, mij te achtervolgen en weer terug te brengen. Bij de winkel van Veltmans stoof ik de Zandstraat in en voorbij hun boomgaard de akkers op, af en toe omkijkend hoe ver ze achter me waren. Ze kregen mij echter niet te pakken!

Thuis aangekomen moest ik uitleg geven waarom ik de school uitgelopen was. Ik durf niet meer naar school terug te gaan, zei ik, want ik heb schrik van de meester. Mijn vader is toen een praatje met hem gaan maken in bijzijn van bovenmeester Van Rijswijk. Het moet geholpen hebben en misschien heeft de meester zelf een les opgedaan want hij benaderde mij naderhand veel vriendelijker.

Ik was een verwoed lezer daar het mijn geliefde bezigheid was en omdat ik tijdens de leesles vaak verder vooruit aan het lezen was hield ik mijn buurman stiekem in de gaten waar diens vinger op de gaande pagina rustte, want klonk mijn naam dan moest ik snel de bijpassende regel weten te vinden.

Een moeilijk woord dook op in de tekst en de meester vroeg wie dit wist uit te spreken. Drie handen staken omhoog waaronder ook die van mij. "Step-hanus" zei een van hen, met iets soortgelijks van de tweede. Wijzend naar mij vroeg hij: "En wat maak jij ervan?" Ik sprak het woord uit als Stefanus, waar hij me gelijk in gaf. "Hoe wist jij dat dan" vroeg hij toen? "Van mijn moeder geleerd", zei ik, uit het boek Lazarus de vriend van Jezus. Het was 1942, ik was elf jaar en zat in de vijfde klas.

Meester Janssen zei toen iets wat ik nooit van hem verwacht had. Als jij zo’n boek gelezen hebt, dan hoef je hier verder niet meer aan de leesles mee te doen, liet me van plaats veranderen, vlak bij de kolenkachel, en gaf mij een prachtig boek te lezen tijdens de leesles, dat ik in mijn lessenaar mocht bewaren. Ook mocht ik tijdens de leesles een kit kolen gaan halen in het kolenhok en de kachel oprakelen. Ik kwam dan langs het klaslokaal van meester Hermans.

Dit alles dankte ik aan de man, meester Janssen, die mij eerder tegen mijn achterste geschopt had! Ik mocht mij trots voelen maar het maakte mij geen vrienden. Integendeel, de jaloersheid liep snel op. De vader van een van die jongens gaf zelfs de "goede" raad mij zoveel mogelijk te vermijden, daar wij schorem waren om mij zo’n boek te laten lezen![2]

Bibliografie[bewerken]

Verder leverde Huub Timmermans een bijdrage aan het boek Liessel brandt (1994) en het boek 'In de voetsporen van Hollidee' (2011) over het onderwerp 'Stront'.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Weekblad voor Deurne, editie 11 mei 2000
  2. Op 19 november 2019 meegedeeld door de 88-jarige Huub Timmermans in Canada.