U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
Wilt u informatie vragen of geven over DeurneWiki? Iedere woensdagochtend van 10 tot 12 uur vrije inloop in het heemhuis.
DeurneWiki is gratis voor u als gebruiker,
en dat willen we zo houden!
Steun ons daarom en stem bij de Rabo ClubSupport op
heemkundekring H.N. Ouwerling Deurne

Onderlinge Paardenverzekering

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Reglement paardenfonds (2).jpg

De Onderling Paardenverzekering, ook wel het Paardenfonds genoemd, bestond in Deurne van 1904 tot en met 1986.


Aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werden er overal op het platteland verenigingen, coöperaties en onderlinge verzekeringen opgericht. Veelal onder het motto met elkaar, voor elkaar. Zo kwam er ook in Deurne op 1 november 1904 een Onderling Paardenfonds. Het fonds werd opgericht binnen de afdeling Deurne van de Nederlandse Christelijke Boerenbond (NCB).

Het was een onderlinge verzekering speciaal voor paarden en het systeem was eenvoudig. De leden verzekerden hun paard bij het fonds, betalen daarvoor een premie en konden bij tegenspoed, als ze hun paard verloren door dood, ziekte of ongeval, een beroep doen op hun gezamenlijke pot. Met elkaar, voor elkaar. Simpel maar wel doeltreffend.

In het voorjaar en in het najaar werden door taxateurs van het fonds de paarden beoordeeld en de waarde daarvan vastgesteld. In de beginjaren werden de paarden daartoe op een aantal vooraf aangekondigde plaatsen verzameld. In november 1912 gebeurde dat bijvoorbeeld bij Johannes van den Eijnden bij het kasteel, Johannes Koppens in Zeilberg, Hub. Kuipers bij het station en de weduwe W. van den Boomen op Vreekwijk.

Bepalend voor de waarde waren onder meer de leeftijd, conditie en marktwaarde van het paard. Verder gold een maximumbedrag waarvoor verzekerd kan worden. Heel dure paarden werden niet in het fonds opgenomen.

Wanneer het paard na beoordeling door een veearts bij het fonds werd aangemeld voor vergoeding kreeg de eigenaar het bij de laatste schatting vastgestelde bedrag uitgekeerd en het paard werd eigendom van het fonds. Wanneer het paard nog geschikt was voor de slacht, kreeg het fonds het slachtgeld.

Bij toetreding tot het fonds werd een inleggeld gevraagd. Daarnaast werd elk halfjaar, of soms ook eerder, een zogenaamde omslag vastgesteld op basis van de uitgekeerde bedragen van het half jaar ervoor. Men betaalde dus de premie achteraf. Zo verscheen in het Weekblad voor de leden van de Boerenbond van Deurne en omstreken van 7 december 1918 de volgende mededeling:

Het bestuur maakt bekend dat er eene bijdrage zal gehouden worden van 20 cent per honderd gulden voor her paard van F. v.d. Eijnden. Het geld moet binnen 8 dagen bij de Wijkmeester zijn op boete van 10 cent. Het Bestuur.

Door mechanisatie in de landbouw verminderde in de loop der tijd het aantal deelnemende paarden sterk en verder werd ook steeds minder betaald voor de slacht. Dit was dan ook de reden dat het fonds in Deurne per 1 januari 1987 werd opgeheven.

Ook Vlierden en Liessel, laatstgenoemd dorp samen met Neerkant, hadden hun eigen Veefonds en Paardenfonds.