Welkom op DeurneWiki - de encyclopedie voor de gemeente Deurne

U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Vroedvrouw in Helenaveen

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De mogelijkheid tot plaatsing van een vroedvrouw in Helenaveen kwam in 1888 voor het eerst ter sprake.

In een brief aan burgemeester Van de Mortel opperde directeur Gerrit Bosch van de Maatschappij Helenaveen die mogelijkheid. Hij informeerde in hoeverre de gemeente, en misschien zelfs het rijk, bereid zou zijn tot subsidieverstrekking. Het gemeentebestuur reageerde welwillend, maar zonder concrete toezegging. Ook de gehuchten Heitrak en Neerkant zouden van een Helenaveense vroedvrouw meeprofiteren. Maar eerst wilde de gemeente weten of de Maatschappij Helenaveen bereid zou zijn om een vroedvrouw, bij vestiging in die plaats, vrije woning met tuin te geven.

De burgemeester vroeg aan de geneeskundige inspectie, de provincie en het rijk een subsidie van ieder 100 gulden. Als alle instanties ja zegden zou de gemeente een vroedvrouw rijker worden zonder dat het de gemeentekas ook maar een cent kostte.

Directeur Bosch had vanaf maart 1889 een woning voor een vroedvrouw beschikbaar en door de gemeente werd een sollicitatieprocedure in gang gezet. Er verschenen advertenties in onder meer De Nieuwe Courier, het Helmondsch Weekblad, de Meiereische Courant en het Nieuws van de Week.
Toen er vragen kwamen van de sollicitanten naar het aantal onvermogenden in Helenaveen dat kosteloos moest worden bijgestaan, naar de maximale beloning per verlossing en naar een omschrijving van de beschikbare woning was de Deurnese burgemeester niet in staat om die te beantwoorden en moest hij te rade gaan bij directeur Bosch. Daarbij moet worden bedacht dat beide heren aan het hoofd stonden van twee bedrijven (Maatschappij Helenaveen en Gemeentelijk Veenbedrijf) die elkaars grote concurrent waren en ze wilden elkaar liever niet in de keuken laten kijken.

Met ingang van 1 januari 1890 werd de 29-jarige Hendrika Philomena Stevens-Linsen in Helenaveen als vroedvrouw benoemd met een jaarwedde van 350 gulden. Maar nog voor ze haar eerste kwartaal had uitgediend bedankte ze voor haar nieuwe baan en moest de sollicitatieprocedure opnieuw worden opgestart.

Ondanks een tip van de inspectie van de Volksgezondheid en een enkele reactie op de geplaatste advertenties lukte het niet om een geschikte en bereidwillige kandidate te vinden. Nadat de jaarwedde was verhoogd tot 400 gulden werd in juli 1891 Maria Wilhelmina Koullen bereid gevonden zich in Helenaveen te vestigen.