DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Paleontologische vondsten Hoogdonk

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken

Bij kalkzandsteenfabriek Hoogdonk in Liessel werden tot 2002 belangrijke paleontologische vondsten gedaan.

Tot het jaar 2002 werd bij de kalkzandsteenfabriek Hoogdonk het zand met een baggerinstallatie uitgebaggerd. Al het materiaal werd daarbij op een grote zeef gestort en op die zeef bleven onder andere ook fossielen achter. De fossielen werden vanaf een diepte tot ongeveer 35 meter naar boven gehaald.

Hoogdonk werkte samen met twee musea, het museum Klok en Peel in Asten en oertijdmuseum De Groene Poort in Boxtel. Groepjes amateurpaleontologen zochten regelmatig samen met medewerkers van Hoogdonk naar bijzondere vondsten in het gedregde zand. Een van de amateurpaleontologen was Noud Peters, samensteller van het boek Brabant tussen walvissen en mastodonten, fossielen uit Liessel. In het boek geeft hij een overzicht van alles wat er in Liessel gevonden werd, zoals haaientanden, walviswervels, resten van vogels, zeeëgels, zeesterren. Ook zaden van planten en artefacten die wijzen op de aanwezigheid van mensen werden aangetroffen, zodat tot op zekere hoogte ook van archeologische vondsten sprake was.

Het overgrote deel van de opgebaggerde fossielen werd door directeur Van den Brink beschikbaar gesteld aan het Klok en Peel Museum in Asten, waar de afdeling Paleontologie een grote en mooie collectie van de vele fossielen toont.

Ook Heemkundekring H.N. Ouwerling heeft een aantal versteende fossielen die afkomstig zijn van de Hoogdonk.

Na 2002 wijzigde de methode van baggeren, waardoor er een einde kwam aan het paleontologisch onderzoek bij de kalkzandsteenfabriek. Er werd eerst gebaggerd met een eigen drijvend kraanschip. Als gevolg van veranderde milieueisen gebeurde dat na 2002 met een ingehuurde elektrische zuiger.

De vindplaats ligt op een geologisch interessante locatie, namelijk op de zogenaamde Peelhorst, ten oosten van de Peelrandbreuk. Oude aardlagen zitten op die horst in verhouding relatief dicht onder het aardoppervlak. Dat verklaart waarom er bij die zandwinning zo veel fossielen zijn gevonden uit met name het laatste deel van het Plioceen en uit het Mioceen. Walvisresten, maar ook veel andere mariene fossielen vormen het bewijs van een verleden waarin dit deel van Nederland zee was (Mioceen). Resten van mastodonten en andere fossielen stammen uit een periode waarin het gebied land was (Plioceen / Pleistoceen).