DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Café Dennenlucht

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken

Café Dennenlucht aan de Langstraat 40 werd in 1954 opgestart door Peter Johannes Gerardus Arts (1923) en daarna gedurende lange tijd uitgebaat door Jan Harmsen en zijn gezin.


Ofschoon het café volgens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel formeel café Arts heette was het in de volksmond van meet af aan café Dennenlucht.
In 1961 werd het café overgenomen door Jan Harmsen. Hij had zich als kuikenbroeder vanuit Doetinchem in Stevensbeek gevestigd, maar na het faillissement van zijn werkgever moest hij op zoek naar een andere baan en een andere woning. Van een goede kennis kreeg hij een tip dat er in Deurne een café te koop was. Het feit dat hij naast twee zoons ook vier bevallige opgroeiende dochters had zal mede een rol gespeeld hebben bij zijn beslissing om in het cafébedrijf te stappen. De naam werd toen ook formeel gewijzigd in café Dennenlucht.
De eerste tijd had Jan Harmsen naast het café nog een kuikenbroederij. Vanaf rond 1965 reed hij als chauffeur met Nederlandse werknemers dagelijks naar Duitsland, die daar in de zoutmijnen werkten.
Lange tijd streefde Harmsen ernaar om een vergunning te bemachtigen voor een benzinepomp bij zijn café. Dit werd tegengewerkt door de concurrerende pomphouders van Shell in IJsselsteijn en Prinssen aan de Helmondsingel bij de kruising met de Bakelseweg.

Het café was een typisch stamgastencafé. De vaste bezoekers werden, behalve door elkaars gezelschap, vooral aangetrokken door de beoefening van de jens- of biljartbeugelsport en het toepspel. Het jensen gebeurde dikwijls met als inzet een sigaar voor de winnaar. Er werd ook een echte beugelvereniging Dennenlucht opgericht die in competitieverband speelde tegen andere cafés zoals Van Buel in Milheeze, Nierke Beijers in de Zeilberg en Van Calis aan de Vlierdenseweg.

Een bijzonder markante figuur bij het beugelen was Has Martens, in de volksmond ook bekend als Has Mond. Als hij met zijn maten, de gebroeders Sjef en Dorus de Wit, Knijnenburg en Tinus Koppens, aan het beugelen was dan ging hij, zolang hij niet aan de beurt was, met zijn keu tussen de knieën, naast de kachel zitten waar hij binnen de kortste keren lekker indoezelde. Telkens moest hij dan door z’n maten worden wakkergeroepen: “Has, ge bèènt àn de beurt!”.
Een andere markant figuur was Tinus Koppens. Hij kwam in de winter te voet op zijn klompen, en als het koud en glad was met zijn sokken daar overheen, vanuit de Zeilberg naar Dennenlucht gewandeld om er zijn partijtje te beugelen.

Bij de jaarlijkse teerdag van de beugelclub werd in café Dennenlucht de maaltijd genuttigde die door moeder Harmsen vakkundig was klaargemaakt.

Een ander tijdverdrijf dat regelmatig in het café plaatsvond was het zingen van oude, van de overlevering bekende, Deurnese volksliedjes. Een bekende en goede zanger was Graard van de Weijer; hij zong onder meer het lied Deurne, parel van de Peel.

In het café werden ook concoursen gehouden. Daarbij werd getoept, barak gespeeld en geraden. Ook was het biljartspel populair waarbij op de rode bal een dobbelsteen lag en bij het punt van de gemaakte carambole de punten van de omgevallen dobbelsteen mochten worden opgeteld.

In het café was ook een spaarkas die jaarlijks rond Deurne-kermis werd geleegd. Met de kermis hadden er in het café overigens geen bijzonder activiteiten plaats.

Het café was in het jachtseizoen tijdens de weekends ook een geliefd verpozingsoord voor jagers uit de verre omgeving, Venlo, Roermond, Sittard enz. Harmsen ronselde tevoren onder de boerenzoons in de buurt vrijwilligers die als drijver wilden meetrekken met de jacht. Na afloop werd gezellig nagepraat, geborreld en gegeten in café Dennenlucht. De trotse buit werd bij aankomst voor het café prachtig uitgestald en de drijvers kregen als dank voor hun inspanning hun deel ervan mee. Moeder Harmsen zorgde ervoor dat de jagers niet met honger thuiskwamen, ze zorgde voor erwtensoep met flink veel vlees erin; ook stond er wel eens zuurkoolstamp of boerenkoolstamp met een goed stuk biefstuk op het menu.

Ook de stropers uit de omgeving wisten hun weg naar café Dennenlucht te vinden. Soms moest men, vluchtend voor de vliegende brigade, een veilig heenkomen in het café zoeken. Daarbij kwam het wel eens voor dat men een stroper, die in zijn nood zijn toevlucht zocht in de doucheruimte, vergeten was te waarschuwen toen de kust eenmaal veilig was en de jongeman urenlang gevangen zat in zijn (douche)cel.

Ofschoon het café officieel geen restaurant was kon de hongerige reiziger er altijd wel een uitsmijter of ander hapje bemachtigen. Het café schonk aanvankelijk het Wertha-bier, later werd deze brouwerij overgenomen door De Drie Hoefijzers en die op zijn beurt weer door Oranjeboom.

Het café is in de loop der jaren niet veel qua vorm en inrichting veranderd. Wel was er in de beginjaren de wc alleen langs buitenom bereikbaar en moesten de behoeften nog op een houten doos gedaan worden. Dit veranderde echter spoedig in inpandige hygiënische moderne toiletten.

Het café had een volledige vergunning en mocht ook sterke drank slijten. In de praktijk werd het café overdag gedreven door moeder Harmsen, op wier naam ook feitelijk de vergunning stond, eventueel met assistentie van een van de dochters.

Dochter Alie Harmsen moest ook het toepen leren om te kunnen meespelen als de stamgasten de hand niet hadden. Dat ging haar meestal goed af maar er waren ook een gast, Cor Verbakel, die zó sterk in het spel was dat Alie geen enkele kans tegen hem had en rondje na rondje verloor, zodat de kas niet kon rinkelen. Vader Harmsen had zijn dochter daarom geadviseerd om, alvorens ze in het café wilde gaan bedienen, door het bovenlicht te kijken of gast Cor Verbakel erbij was, en zo ja, om dan vader of moeder naar voren te laten gaan.

Maar behalve dat er geld in de lade moest komen had het café ook duidelijk een sociale functie, de gasten konden er hun verhaal kwijt, en dat was niet altijd alleen maar luchtige borrelpraat. Ook grote en kommervolle problemen kwamen aan de orde en het was de taak van de kastelein om een luisterend oor, een begripvolle blik en een opbeurend woordje voor zijn gasten te hebben. Die taak van maatschappelijk werker avant-la-lettre ging vader Harmsen als kastelein goed af. Hij dronk zelf niet en als een van zijn gasten teveel gedronken had dan bracht hij die per auto thuis. En ook met de thuishaven van zijn gasten wist hij taktvol om te gaan.

Bij de aanleg van de gasleidingen begin jaren ’60 in Deurne en omgeving waren er ook een aantal Fransen hier werkzaam. Ze logeerden in een zomerhuisje met een viertal slaapplaatsen nabij café Dennenlucht. Het zijn deze Fransen die in het café de Pernod introduceerden. Deze sterke anijsdrank, die aangelengd met water wordt gedronken, werd spoedig ook bekend bij de vaste Deurnese gasten.

In het café was ook nog eens, rond de kerstdagen van circa 1966, een binnenbrand, die ontstaan was ten gevolge van kortsluiting in de koeling. Na deze brand vonden nog wat kleine wijzigingen aan het interieur plaats.[1]

Midden jaren '80 werd het café gekocht door Fridus de Wit. Hij verhuurde het tot 1996 toen hij samen met zijn broer Harrie het café zelf hing uitbaten.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Veel gegevens zijn ontleend aan een interview dat Pieter Koolen op 10 juli 2003 had met de 61-jarige Alie Timmers-Harmsen.