DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Catharina Maria van der Putten (1913-1999)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken
Catharina Maria van der Putten
27.510.jpg
Foto: Hein van Bakel
Persoonsinformatie
Volledige naam Catharina Maria van der Putten
Roepnaam Trieneke
Geboorteplaats Deurne
Geboortedatum 14 juni 1913
Overl.plaats Deurne
Overl.datum 15 november 1999
Partner(s) Marinus Maria van den Broek (1907-1990)
Echtpaar Van den Broek-van der Putten.
Klik op het icoon rechtsonder voor meer informatie

Catharina Maria van der Putten (1913-1999), in de volksmond beter bekend als Trieneke van den Broek was één van de bijzondere mensen die Deurne in het verleden kende.


Triekene was het oudste kind en de enigste dochter van de landbouwer Jacobus Hubertus van der Putten (1880-1944) en Anna van Bommel (1879-1959). Na haar werden er nog vier broers geboren. Haar vader overleed in 1944 ten gevolge van een noodlottig ongeval.

Ze huwde met Marinus van den Broek, (Deurne 28 december 1907 - Deurne 1 januari 1990), zoon van Johannes van den Broek (1869-1931) en Helena Maria van Berlo (1873-1943).

Ze was altijd te voet onderweg en herkenbaar aan de grote rubberlaarzen en de vastgeknoopte hoofddoek die ze altijd droeg. Meestal trok ze een handkar, waarin ze alles verzamelde wat ze onderweg tegenkwam.

Iedereen in Deurne kende Trieneke. Ze liep niet, ze schraaide, op z’n Deurnes gezegd. Onderweg raapte ze alles op wat er op en naast de stoep lag: stukjes hout, bierdopjes, elastiekjes, losse centen, enz. Soms trok ze een handkar naar huis waarin ze oude kranten of afvalhout vervoerde. Ons moeder bewaarde álles, zo herinnert haar zoon zich. Toen het oude hotel Goossens bij het station van Deurne tegen de grond ging, haalde Trieneke het sloophout op, met soms balken van wel 5 meter lang. Ze nam zelf plaats tussen de burries van haar kar, gooide een touw om d’r schouders en trok de kar als een paard zelf naar de Liesselse overweg, waar ze woonde met haar man Marinus van den Broek.

Toen Trieneke stierf, vonden haar kinderen dozen vol papier. Rekeningen, reclamefolders, vergeelde schriftjes, kladblokken; het was de boekhouding van Trieneke. Ze gebruikte hiervoor álles. De achterkanten van bonnetjes, de achterkant van een folder van dansinstituut Hellendoorn, het pakpapier van bakkerij Van den Mortel aan de Liesselscheweg, telefoon 169. Ook papier van de gezusters Reijnders enz.
Ze schreef alles vol op het papier, ze liet geen stukje van het papier ongebruikt. Ze stoorde zich niet aan kantlijnen of spellingsregels. Als van bloedworst de eerste twee letters nog wél op de regel konden, dan ging ze op de tweede regel verder met ..oedworst. Trieneke schreef over het dorsen van een korenmeid als ze een korenmijt bedoelde. Trieneke ontwikkelde een eigen afkortingsysteem. Ze schreef dan bijvoorbeeld:

Ad v half 10 t 5 m v half 11 h gew 4 tasse koffie m k r en 4 l s en 10 peper-munte.

Dit betekende dat Ad van half 10 tot 5 minuten voor half 11 bij haar geweest was en dat ie vier koppen koffie had gedronken met koffieroom en vier lepels suiker in de koffie had gedaan en bovendien nog tien pepermunten had gesnoept.

1 sch v 1987 v Ton Hartjes kapot betekende dat één scheut van de geraniums die ze in 1987 van Ton Hartjens had gekregen, het begeven had. In het laatste jaar van haar leven (1999) had ze haar hele huis vol staan met geraniums en ze gebruikte vellen vol van het laatste kladblok om te noteren van wie welke scheuten het loodje hadden gelegd.
op vrijdag 16 april 1999 bierdopje gevonde en 1 haarspeldje, en 6 sch v d donkere rosse gr v 1993 kapot v Steegs, en 4 sch v d roode gr v Toon Nooie kapot v 1998 en 3 sch v die hangplant v die menschen die ik boone heb geg.

Het oudste briefje stamt uit 1947, ze noteert de prijs van een vrouwenborstrok fl. 3,-, die van 2 vrouwenonderbroeken fl. 3,95 per stuk en 19 cent voor een klosje wit machinegaren. Trieneke woonde toen nog bij haar moeder en haar broer Tinus in de Zeilberg.
Op 5 december 1950 kocht ze van een rondtrekkende koopman het volgende:

Op dinsdag 5 december 1950 gekocht van dat zwetsmenneke 1 pakje naainaalde 35 c een stukje wit lint 25 c en een stukje blauw lint ook 25 c.

In de zomer van 1951 trouwt Trieneke met bakkersknecht Marinus van den Broek. Ze noteert nog steeds alles wat er gebeurt en ze schrijft:

bij Antoon Beijers een ledikant en matras en 2 bedde en 2 kopstukke voor fl. 15,- en een pispot en een watergieter en een kippebakje en een kolebak en 1 kip kapot gegaan.

Soms schreef ze hele vellen vol, alleen over het weer:

Op zond 24 oct. Droog weer. Op maand 25 oct droog weer. Op dinsd 26 oct. Droog weer, woensd 27 oct droog weer mistig, Op donderd 28 oct mistig motregen v half 8 tot half 1 toen droog tot ’s avonds.

Ze noteert hoe laat ze het licht uit en aan doet. Aan het eind van haar leven was er elke dag wel een begrafenis waar ze naar toe ging. Ze ging dan al vroeg naar de kerk om er de stoelen recht te zetten, gaf 10 cent in de schaal en nam altijd twee bidprentjes mee naar huis, want die verzamelde ze. “En 2 knoope gevonde in de kerk en 1 sigd” met sigd bedoelde ze een weggegooid sigarettenpakje. In de laatste maanden voor haar dood noteerde ze alle namen van mensen die bij haar op bezoek kwamen met daarbij wat ze voor haar hadden meegebracht: “Mientje van Dijk h gew en 1 p koekjes v gekr en ... er in, ( ze moest het aantal koekjes nog tellen).
In de jaren tachtig moesten Trieneke en Marinus gaan verhuizen vanwege nieuwbouw. Trieneke had bezoek gehad van een mens met ’n tas onder z’n arm. Maar ouwe bomen kunde toch nie zomaar verplaatsen? Jazeker Trieneke!! En de boosheid van Trieneke richt zich tegen haar man Marinus. Trieneke verhuist alles zelf, haar handkar wordt haar vervoermiddel en die wordt keer op keer volgetast met spullen, totdat het huisje leeg is en Trieneke met Marinus in hun nieuwe onderkomen zijn neergestreken. Trieneke is één van die bijzondere figuren die Deurne in het verleden kende.[1]

Foto's: collectie Fr. Verheijen

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Onder de titel 'Trieneke van den Broek ?-1999 verscheen er van de hand van Beppie van den Berk en Pietje Schonewille een artikel over haar in D'n Uytbeyndel nr. 65 herfst 2007 blz. 16-18.