DeurneWiki een encyclopedie over, voor en door Deurne(naren)!
U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Jan Marten Peereboom (1807-1881)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan Marten Peereboom
Handtekening JM Peereboom.jpg
Persoonsinformatie
Volledige naam Jan Marten Peereboom
Geboorteplaats Oldemarkt
Geboortedatum 29 juni 1807
Overl.plaats Deurne
Overl.datum 15 september 1881
Partner(s) Johanna Margaretha Zeevaarders (1805-1887)
Beroep(en) onderwijzer

Jan Marten Peereboom (1807-1881) was van 1835 tot 1851 onderwijzer in Deurne.


Gezin[bewerken]

Hij werd op 29 juni 1807 geboren te Oldemarkt, een dorpje in de kop van Overijssel, als zoon van Jan Eits Peereboom en Ferdina Havermans.

Hij huwde op 14 juli 1838 in Budel met Johanna Margaretha Zeevaarders, (Budel 6 juli 1805 - Ubbergen 10 februari 1887), dochter van Antonius Zeevaarders (1774-1855) en Helena Oijen (1767-1858).

Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren.

  1. levenloos (meisje), (Deurne 9 juni 1840),
  2. Ferdina Helena, (Deurne 29 december 1841 - Vught 11 april 1915). Zij huwde bij volmacht met Cornelus van Mensch (1840-1926), kapitein bij de Genie.
  3. Antoon Johan, (Deurne 9 februari 1846 - Heerewaarden 28 september 1917). Hij huwde met Anna Maria Ambrosius (1846-1917).

Peereboom was een zwager van de Deurnese secretaris Cornelis Wijnants (1793-1849). Wijnants, gehuwd met Helena Antonia Zeevaarders (1803-1840), raakte aan de drank en toen deze tengevolge daarvan in ernstige financiële problemen raakte, spande Peerebooms zich in om het gezin Wijnants te redden.

Jan Marten Peereboom kwam als pas afgestudeerd onderwijzer waarschijnlijk in Deurne terecht als soldaat tijdens en vanwege de Belgische Opstand van 1830-1839. Veel militairen uit het noorden van ons land werden hier gedurende lange tijd ingekwartierd, dit kwam met name omdat Deurne grensplaats was, want Limburg koos aanvankelijk partij voor de Belgische kant.

Aanstelling[bewerken]

Toen in december 1835 de 78-jarige schoolmeester Pieter Wijnants (1757-1835) overleed stond Peereboom al als hulponderwijzer in Deurne voor de klas en hij volgde Wijnants op. Ook nam hij diens functies als koster, voorlezer, voorzanger en ouderling over.

Zijn aanstelling als onderwijzer verliep verre van vlekkeloos. De aanstellingsprocedure was destijds zo dat een aantal sollicitanten een vergelijkend examen moesten afleggen en dat de beste werd benoemd. Er waren echter een aantal raadsleden die na bijna 200 jaar onderwijs door protestantse leerkrachten weer eens een katholieke meester wilden zien in de Deurnese school. Ze zagen in de jonge Deurnese onderwijzer Hendricus Kuijpers (1816-1851) (Deurne, 23 oktober 1816 - Beek en Donk, 18 januari 1851) een geschikte opvolger, maar deze had slechts de bevoegdheid derde rang terwijl Peereboom die van de tweede rang bezat.
Hoewel Peereboom als beste uit het vergelijkend examen tevoorschijn kwam viel de keuze van het gemeentebestuur toch op Kuijpers. Peereboom protesteerde met succes bij de gouverneur (commissaris van de koning) tegen deze handelwijze en werd, ondanks protesten van de Deurnese raad, alsnog tot onderwijzer aangesteld. Kuijpers kwam in Beek en Donk voor de klas te staan.
Enkele jaren later probeerde de gemeenteraad tevergeefs om Peereboom alsnog een hak te zetten door zijn salaris te korten.

In 1851 nam Peereboom zijn ontslag als schoolmeester en werd hij opgevolgd door monsieur van Baars.
Hij verhuisde naar Helmond en verdiende er de kost met het verrichten van administratieve zaken. Onder meer behartigde ook de belangen van de Maatschappij van Welstand in Deurne en Vlierden. Begin jaren 1860 hield hij zich ondemeer intensief bezig met de ontginning en boekweitcultuur in de Peel. In een notariële akte van 1861 wordt hij zelfs aangeduid als landbouwer.
In oktober 1880 kwam Peereboom weer terug naar Deurne. Lang heeft hij hier niet van zijn rust mogen genieten, nog geen jaar na zijn terugkomst stierf hij hier.

Begraafplaats[bewerken]

Jan Marten Peereboom was ook degene die ervoor zorgde dat er een drietal van de in 1837 opgegraven urnen terechtkwam in het oudheidkundig museum in Leiden.

Peereboom had ook een speciale relatie met de kerk en het kerkhof. Bij zijn aanstelling als koster werd bepaald dat hij het kerkhof moest zuiver houden. Hij mocht daarbij nuttig gebruik maken van de afval van de bomen en heggen. In de kerk moest hij elke maand de ragebol hanteren, de banken stoffen en wit zand op de vloer strooien.

In 1859 stelde hij de wijze waarop door het Deurnese gemeentebestuur het toen nog openbare kerkhof (niet) werd onderhouden aan de kaak. Dit leidde uiteindelijk tot het ontslag van burgemeester Henricus Theodorus Alouisius van Baar (1827-1878).

Hij ijverde, samen met een aantal collega-schoolmeesters uit de buurt, al in 1839(!) voor invoering van de schoolplicht en bepleitte afschaffing van het toen nog wijdverbreide gebruik dat de schoolmeesters er een handeltje in schrijfbehoeften op nahielden.

Ontginningsplan[bewerken]

In 1848 bij de wijziging van de grondwet stuurde Peereboom zijn zienswijze naar de Tweede Kamer met betrekking tot de onteigening van grond voor algemeen nut. Hij pleitte er sterk voor dat onteigening niet alleen toepasbaar moest zijn voor wegen en waterwegen maar ook om grootschalige ontginning van woeste gronden mogelijk te maken. In 1846-1847 had Peereboom zelf al een tevergeefse poging ondernomen om 2000 hectare heide van de gemeente Deurne en Liessel te kopen. Ondanks sterk aandringen van het provinciaal bestuur bleef de gemeente weigeren om de gronden af te staan.
Peereboom liet zijn ontginningsplannen niet los. In 1849 presenteerde hij zelfs een eigen uitgewerkt ambitieus plan om de Noord-Brabantse zandgronden vruchtbaar te maken door het stroomgebied van de Maas zodanig te veranderen dat deze van Maashees tot Bergen op Zoom de Noord-Brabantse gronden kon bevloeien.

Graf[bewerken]

Hij ligt begraven op de protestantse begraafplaats aan de Helmondseweg.
Zijn graf werd geruimd maar de grote steen is bewaard gebleven.