U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
Op maandag- en woensdagochtend ontvangen we alleen op afspraak en onder voorwaarden bezoek in het heemhuis. Dinsdagavond gesloten.

George Jan Willem Carp (1798-1867)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
George Jan Willem Carp
Persoonsinformatie
Volledige naam George Jan Willem Carp
Geboorteplaats Waardenburg
Doopdatum 14 april 1798
Overl.plaats Kleef
Overl.datum 11 februari 1867
Partner(s) (1) Anna Petronella Goverdina van Benthem van den Bergh (1796-1852)
(2) Elisabeth Sophia Greeve (1821-1893)
Beroep(en) ondernemer

George Jan Willem Carp (1798-1867) speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van Helenaveen omdat hij samen met de gebroeders Jan en Nicolaas Van de Griendt in 1853 een perceel van 610 hectaren veengrond van de gemeente Deurne en Liessel kocht en daarmee de basis legde voor een veenkolonie en het dorp Helenaveen.

Familie[bewerken | brontekst bewerken]

George was een zoon van predikant Willem Carp (Amsterdam 1763-1821 Den Haag) en Gerarda Sebilla Schwartz (1767-1809 Den Haag).

Hij huwde op 15 juli 1824 in Zaltbommel met Anna Petronella Goverdina van Benthem van den Bergh, (Zaltbommel 14 februari 1796 - Zaltbommel 4 oktober 1852), dochter van Eduard van Benthem van den Bergh (Nijmegen 1767-1833 Zaltbommel) en Anna Maria Verploegh (Zaltbommel 1770-1855 Zaltbommel).

Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:

  1. Gerarda Sibijlla Wilhelmina, (Zaltbommel 9 mei 1825 - Zwolle 15 oktober 1887). Zij huwde met Johan Willem Albert Roijaards (Utrecht 1823-1893 Utrecht).
  2. Eduard Anne Marius, (Zaltbommel 28 december 1831). Hij huwde met Georgette Louize Elize Brade ('s-Gravenhage 1845-). Zij emigreerden op 22 september 1892 met twee kinderen naar Noord-Amerika.

Na het overlijden van zijn vrouw Anna, hertrouwde George op 17 oktober 1860 in Barneveld met Elisabeth Sophia Greeve, (Utrecht 7 juni 1821 - Apeldoorn 27 mei 1893), dochter van arts Gerard Greeve (Utrecht 1791-1856 Winterswijk) en Amelia Louisa van der Leeuw (Dordrecht 1796-1879 Apeldoorn).

Algemeen[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds het begin van de jaren 1830 was de gemeente verplicht om accijns te heffen op alle gestoken turf. Aan de uiterste zuid-oostgrens van Deurne en Liessel werd door inwoners van Meijel en Helden veel illegaal turf gestoken en controle op naleving van de veenderijwet was in deze afgelegen streek vrijwel ondoenlijk. Nadat de accijnsbeambten de situatie ter plekke hadden opgenomen en de gemeente confronteerden met een flinke belastingaanslag kwam het gemeentebestuur in actie. Er werd op 16 juli 1846 een commissie benoemd, bestaande uit de assessor Jan van Eijk en het raadslid Gabriël Frederik de Martines. Zij moesten de problemen van de gemeente Deurne en Liessel voorleggen aan de gouverneur in Den Bosch.

Tegen deze achtergrond én met de kennis dat de spoorlijn Eindhoven-Venlo hier dwars door de Peel geprojecteerd was, maakte Carp, mogelijk daartoe ook geïnspireerd door de gouverneur zelf, een plan om de Peel rendabel te maken. Hij verzekerde zich ook van de instemming van de Helmondse kasteelheer en districtscommissaris Wesselman en diens zoon.
Op 19 december 1846 stelde hij, anoniem blijvend en waarschijnlijk met bemiddeling van de zoon van Wesselman, aan het gemeentebestuur van Deurne en Liessel voor om 1500 hectaren peel tegen de uiterste zuidoostgrens van Deurne aan hem te verkopen. Hij gaf daarbij de garantie dat tenminste 100 arbeiders het grootste gedeelte van het jaar bij hem te werk gesteld konden worden.
De raad raakte daardoor in verwarring, was bang voor kolonisatie van buitenaf en vroeg in een brief van 9 januari 1847 aan Carp wat hij met die grond wilde gaan doen en wat voor soort fabrieken er zouden verschijnen.
Op 23 januari antwoordde Carp dat het niet de bedoeling was dat er kolonisten naar Deurne zouden trekken maar dat na de vervening op iedere 20 tot hectaren ontgonnen grond een boerderij gesticht zou worden. De turf zou worden gebruikt voor steen- en aardewerkfabrieken, die, in overleg met de gemeente, elders in Deurne zouden verschijnen of eventueel elders langs de Zuidwillemvaart.
Omdat Carp hierop geen antwoord meer ontving van de gemeente Deurne en Liessel besloot hij de bemiddeling in te roepen van de gouverneur van Noord-Brabant. Op 30 maart 1847 vroeg hij hem om:

tusschen beide te treden, ten einde dat gemeentebestuur in te lichten van de belangrijkheid eener dergelijke onderneeming, zoo voor het Rijk, de Provincie als voor de gemeente op een terrein, dat voor de gemeente van geene waarde is, en zelden door iemand uit de gemeente gezien of betreden wordt.

Het gemeentebestuur, dat aanvankelijk positief stond tegenover het plan, bleek plotseling tegen te zijn en wilde tegenover hun eigen burgemeester (de protestantse burgemeester-notaris Gerrit van Riet) en de districtscommissaris (eveneens protestant) de ware reden daarvoor niet noemen. Mogelijk had men er lucht van gekregen dat het initiatief afkomstig was van een protestant en keerde men zich om godsdienstige redenen ertegen.

In 1853 werd het plan van Carp, zij het in afgeslankte vorm en met medewerking van de gebroeders Van de Griendt, alsnog gerealiseerd en ontstond in snel tempo het dorp Helenaveen.