U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
Tot nader bericht geen woensdagochtendbijeenkomsten in het heemhuis.

Jan Stoffels

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jan Stoffels, ook wel Stoefels of Stoffelsen, was na de Vrede van Münster de eerste gereformeerde schoolmeester van Deurne als opvolger van de katholieke schoolmeester Laurens de Louw.


Hij kwam uit 's-Hertogenbosch en was gehuwd met Elisabeth Jans. Bij zijn komst naar Deurne had hij vijf kinderen.

Hij was eigenlijk al aangesteld als schoolmeester van Nuenen, maar door de predikant en kerkenraad van die plaats werd de voorkeur gegeven aan een andere kandidaat.

In eerste instantie was voor Deurne meester Gillis Roelofs aangewezen, maar toen die van zijn betrekking hier afzag, kwam Stoffels als koster-schoolmeester naar hier. Dat gebeurde waarschijnlijk nog in 1648. Aanvankelijk had hij zo'n twintig leerlingen, maar nadat pastoor Jacobs op de Grotenberg, net over de grens met Venray, een kapel annex schoolhuis had laten bouwen, liep de school van Stoffels leeg.

In december 1649 werd Stoffels voor het gerecht gedaagd omdat hij bij de bakker en kruidenier Jan Lambert Isbouts een schuld had van bijna 36 gulden.

In juni 1650 deed hij bij de hoge overheid zijn beklag over zijn situatie in Deurne. Hij kon hier geen geschikte woning vinden. Ook kreeg hij hier inkomsten voor het luiden van de klokken en het begraven van de doden, de zogeheten corporele diensten. Het was daardoor moeilijk voor hem om de kost voor zijn gezin met vijf kinderen te verdienen. Van overheidswege werd het gemeentebestuur opgedragen om hem een goede woning te geven en als schoolmeester en koster voldoende salaris te geven.

De letterlijke tekst van de behandeling van zijn klacht in de zitting van de Raad van State van maandag 5 december 1650 luidt als volgt:

Jan Stoffelsen, schoolmeester tot Deurne in de Meijerije van Den Bosch claeght bij requeste dat hij aldaer geen wooninge heeft cunnen becomen, noch oock niet tot de baten en proffijten van 't luijden en begraven van dooden en anderssins, soo als elders wert genoten. Biddende dat daerin mach werden versien, opdat hij met sijn vrouw en 5 kinderen can leven. Waerop is goetgevonden te stellen dat de regeerders van 't dorp gehouden sijn de suppliant met wooninge ende om school te houden tot haren coste te versien ende hem oock te laten genieten sijn corporelen dienst, soo als in andere dorpen is geschiedende, waeraan de rentmeester van de geestelijcke goederen van dat quartier de goede handt sal houden dat zulx behoorlijck werde naegecomen.

Zijn klachten hadden effect. Hij kreeg van Aart van Rest een huurwoning, waarvoor de gemeente een jaarhuur van 20 gulden en een peperkoek van vijf pond betaald. Zijn voorganger meester Laurens de Louw moest zijn verdiensten opgeven voor het bijhouden van het uurwerk, het iedere middag luiden van de klokken, het onderwijs aan arme kinderen en het luiden van de klokken voor de kerkdiensten. Ook mocht hij een akkertje bij de kerk gebruiken of in plaats daarvan jaarlijks vijf gulden ontvangen. Van de kerk kreeg hij jaarlijks elf gulden en van de gemeente vijf gulden.[1] Meester Jan Stoffels ging er mee akkoord dat deze vergoedingen ook voor hem zouden gaan gelden. Er werd nog specifiek vastgelegd wat hem het luiden van de klokken bij een begrafenis opleverde: voor een volwassen overledene werd de grote klok geluid voor vijf of zes stuivers en voor een kind 2 stuivers.

In de armenrekening van maart 1650 tot oktober 1651 komt een post van 17 gulden voor, betaald aan Joan Stoffels koster voor 't mud rog geleverd aan schamel kinderen. Waarschijnlijk gaat het hier om een vaste vergoeding die jaarlijks aan de schoolmeester gegeven werd, waarvoor hij gratis onderwijs moest geven aan kinderen van ouders die geen schoolgeld konden betalen.

In 1652 huurde hij met zijn gezin het huis van Anneke, de weduwe van Jacob Gevaerts.

Weliswaar werd er in 1652 voor meester Stoffels een gestoelte in de school gemaakt, waaraan hij kon schrijven en de kinderen overhoren, maar hij was allerminst tevreden over zijn situatie, zoals uit een door hem zelf geschreven mededeling blijkt:

Ondergeschreven Jan Stoeffels, schoolmeester van Deurne en Vlierden, nu omtrent vier jaeren van hare beroep aff tot haer leetwesen geseten sonder eenige cinder ter schoolen te comen behouden alles daeruijt ontstaende, om dat den geheurder paepschen schoolmeester van Helmond tot Deursen hem alder ordinair onthout met de kindren uijt en 't huijsgaen.

De gehuurde paapse schoolmeester uit Helmond, die met de kinderen uit en thuisging was Jan Verhagen senior die dagelijks met zijn klas naar de Grotenberg liep om daar les te geven.

Omdat zijn schooltje leegstond had Jan Stoffels voldoende tijd om elders wat bij te verdienen. Zo werkte hij bij het opknappen van de Deurnese pastorie 38 werkdagen in dienst van de rentmeester der geestelijke goederen Pieterson. Daarvoor zou hij een vergoeding krijgen van 16 stuivers per dag. Toen de uitbetaling daarvan achterwege bleef, trok zijn vrouw op 14 mei 1652 aan de bel en eiste zij de afgesproken vergoeding op.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Uit een aantekening van meester Stoffels blijkt dat deze vijf gulden betaald zouden worden om de ingezetenen het recht te geven goederen in de kerk te laten bewaren. Blijkbaar had het kerkgebouw ook een kluisfunctie. Letterlijk staat er: Nota soude dese vijff guldens schijnen gegeven te worden voor het op doen sluijdten ende bewaeren van de naerbueren goederen in de kercke.