U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
Iedere eerste maandag- en woensdagochtend van de maand van 10 tot 12 uur kunt u ons bezoeken in het heemhuis (met uitzondering van augustus).

Paardsvlaas

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Versie door Pieter K (overleg | bijdragen) op 31 dec 2021 om 17:41
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bezig met het laden van de kaart...
De Paardsvlaas of Persvlaas op de topografische kaart 1891-1917.

Paardsvlaas (Paardsflaas, Persvlaas) was de naam van een vlaas of ven ten zuidoosten van de huidige splitsing van de Breemortelweg en de Berktweg. Het toponiem Paardsflaas werd door het kadaster in 1832 ook gebruikt voor een gebied aan de Milhezeweg.


Paarsvlaas aan de Breemortel

De Paardsvlaas stond in 1832 in rechtstreekse verbinding met het meer naar het zuidoosten gelegen Ven. Het Ven en de Paardsvlaas vormden samen in 1880 nog de oorsprong van de Grote Vreekwijkse loop. Het Ven was al voor 1883 in cultuur gebracht. De Paardsvlaas was, zoals uit bijgaande kaart blijkt, nog intact bij de samenstelling van de topografische kaart 1891-1917.

Op 10 maart 1925 werd door de douairière baronesse De Smeth van Deurne bij een openbare verkoop van vijf boerderijen ook een perceel bouwland genaamd de Paardsvlaas, kadaster sectie E nummer 1050, groot 19,20 aren en belend door W. Adriaans en J. van Bommel Mzn. te koop aangeboden.

De Paardsflaas aan de Milhezerweg

Het toponiem De Paardsflaas (Paardsvlaas) werd bij de invoering van het kadaster gegeven aan een enclave van ontgonnen gronden parallel aan en ten westen van de Milhezerweg, gelegen te midden van de Deurnsche Heide. Het was een strook tussen de (huidige) Kouterdreef en de Kwadestaartweg en omvatte de kadastrale percelen sectie C nummers 203 tot en met 220, bestaande uit weilanden, een woning, een schuur en vier percelen bouwland. Het huis met twee percelen bouwland was, tot aan zijn dood in 1830, eigendom van Petrus Munsters. Zijn kinderen verkochten het huis nog in 1830 aan Mathijs Hermans, die het op zijn beurt in november 1855 weer verkocht aan Johannes van Mierlo. De schuur, die voor 1880 werd afgebroken, was eigendom van Theodorus van den Berkmortel.