U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
Iedere eerste maandag- en woensdagochtend van de maand van 10 tot 12 uur kunt u ons bezoeken in het heemhuis (met uitzondering van augustus).

Biesdeel 16

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Versie door Pieter K (overleg | bijdragen) op 16 sep 2020 om 22:05
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het huidige adres Biesdeel 16 en onmiddellijke omgeving kent een bewoningsgeschiedenis die teruggaat tot 1904.


Rakt B36a / B39[bewerken | brontekst bewerken]

Op het tegenwoordige adres Biesdeel 16 stond vroeger, achter de in 1866 gebouwde wachtpost 28, het huis van de familie Koolen met adres Rakt B.36a. De eenvoudige keuterboerderij werd in 1904 gebouwd in opdracht van de gepensioneerde Gerardus Koolen en zijn echtgenote Petronella Schattevor. Gerardus Koolen, spoorwegarbeider en bewoner van wachtpost 28, werd in zijn functie opgevolgd door zijn zoons Willem en Frans en verliet om die reden de dienstwoning. De straat Biesdeel bestond anno 1900 formeel nog niet. In oudere documenten zoals bevolkingsregisters uit die tijd en vroeger, spreekt men telkens van De Rakt. Het huis achter de wachtpost droeg dan ook het adres "Rakt B.36a", later gewijzigd in "Rakt B.39".

Eigenaren en bewoners[bewerken | brontekst bewerken]

Het ouderlijk huis werd in 1910 na de dood van Petronella Schattevor geërfd door de kinderen uit het eerste en tweede huwelijk. Het huis bleef in bezit van de kinderen nadat het na een veiling begin mei 1910 onverkocht bleef. Zoon Frans kocht uiteindelijk het huis van zijn broers en zussen. Anders dan voorzien, blijkbaar. Het huis werd tot zijn huwelijk in mei 1911 verhuurd aan kleermaker Peter Koolen en echtgenote. Daarna aan diens halfzus Hendrika (Drika), gehuwd met Gerard van de Weijer.

Op 18 mei 1911 woonden Frans Koolen en zijn echtgenote Elisabeth Verberkt op het adres Rakt B.39 en al hun kinderen werden hier geboren.

In 1925 verkocht de inmiddels in Deurne wonende Frans Koolen het woonhuis in de Rakt aan de Boxtelse koopman en houthandelaar Lambert Spierings. Wie het huis bewoonde(n) is niet duidelijk.

De kinderen van Lambert Spierings verkochten het huis rond 1938 aan de voorwerker bij het Waterschap De Aa Pieter Mathijs van Helden. Op 26 september 1940 liet hij het huis veilen in café de Barier. Het geheel werd toen omschreven als: Een huis met stallen, kippenkooi, boomgaard en bouwland, gelegen te Deurne ter plaatse de Rakt groot 49.30 aren. Het pand bevat: drie kamers, keuken, opkamer, kelder en ruimen zolder. Voorts: boomgaard met ongeveer 20 fruitboomen.[1] De koopman en grondbezitter Gerard Schrama werd toen de nieuwe eigenaar. Kort na de aankoop droeg hij het huis over aan zijn in 1941 gehuwde zoon Wim Schrama. Die verkocht het huis rond 1952 aan de landbouwer Piet Thijssen. Zijn zoon Harrie nam het huis rond 1961 over en sloopte het rond 1968. De wachtpost stond er overigens toen al lang niet meer.

Er zijn enkele foto's van het huis bekend, allen daterend uit eind jaren '30.

Herinneringen aan het huis in de Rakt[bewerken | brontekst bewerken]

Anna Geurts- Koolen (dochter van Frans Koolen) werd in 1919 geboren in Rakt B.39. Zij kon zich later het huis qua vorm en indeling nog vaag herinneren. Ze was 6 jaar toen zij met haar ouders verhuisde naar Deurne. Ze beschreef het huis als een armzalige en kleine keuterboerderij. Ze wist nog te vertellen: "In de zomer zette ons moeder ons altijd buiten, met bed en al in de frisse boslucht".

Dat wachtpost 28 en het nabijgelegen woonhuis ver van de bewoonde wereld lagen, blijkt uit het volgende stukje, eens opgeschreven door Theo Koolen:

Eens per week kwam er een motor langs, wij als kinderen renden naar buiten om op de stoffige zandweg de benzinegeur op te kunnen snuiven. Nooit kwam er iemand voorbij, we woonden volledig geïsoleerd, alleen "pastörke" Van Thiel kwam eens per week op de koffie.

Ook schrijft hij:

De tuin was omringd door een dichte beukenhaag en aan de voorzijde van het huis stonden drie lindebomen. Aan de voorzijde van het huis lag een stoep bestaande uit rode en blauwe plavuizen. Het huis zelf was uit rode baksteen opgetrokken en kende een grijs pannendak. De schuiframen, één aan elke zijde van de groengeverfde voordeur, kenden kleine ruiten. Ook lag in de voorgevel het zgn. "poortje" naar "achterom" (blijkbaar zat er in de voorgevel ook een deur die toegang gaf tot de stal). Beneden was er een huiskamer (d'n herd), een keuken en een tweetal slaapkamers. Vanuit de keuken kon je naar de stal waarin geiten en varkens stonden. Boven, de zolder, was open en werd gebruikt als slaapkamer.

Geïsoleerd lagen de twee huizen zeker, de twee halfbroers Frans en Willem waren dan ook sterk op elkaar aangewezen. Contact met nabijgelegen buren zoals de familie Matheij van wachtpost 27, de familie Schrama en Mourits, was er wel.

Bronnen, noten en/of referenties