U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
Op maandag- en woensdagochtend ontvangen we alleen op afspraak en onder voorwaarden bezoek in het heemhuis. Dinsdagavond gesloten.

Internaat Vreekwijk

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Meester de Jonghlaan, ingang van het internaat.
Foto: collectie Hennie Slaats
Kamp Vreekwijk
Afbeelding Kamp Vreekwijk 1944.

Internaat Vreekwijk, vroeger Kamp Vreekwijk, is gelegen aan de Meester de Jonghlaan 4 in het buurtschap Vreekwijk en is een jongensinternaat, opgericht om probleemjongeren een vak te leren en orde, regelmaat en verantwoordelijkheid bij te brengen.


Ontstaan[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het kamp in gebruik als NAD-kamp Vreekwijk (zie aldaar). Direct na de bevrijding werd het kamp bemand door geallieerde soldaten. Een vermakelijk voorval uit die periode wordt beschreven in de Deurnesche Courant van 20 april 1945:[1]

LIESSEL. In Liessel waren twee meisjes, die erg bevriend waren met twee Tommy's in hei kamp van Vreekwijk en daarom moesten zij dan ook vaak op bezoek. Zij kregen voor hun leuke manieren veel chocolade, zeep en sigaretten (of namen zij soms eieren mee?). Zij hadden ieder een fiets, die eens om hier niet nader te noemen redenen, alleen werden achtergelaten, en wat was het geval: deze fietsen waren in een boom geklommen tot groot vermaak van de buurt. En de buit der meisjes hing erbij en zij keerden huiswaarts met achterlating van al hun fijne spullen. Toen het donker was geworden hebben de vaders van deze jonge dames de fietsen met ladders en andere materialen uit den boom gehaald. Er zijn volgens de laatste berichten tranen met tuiten geschreid van het lachen.

Kinderrechter G.T.J. de Jongh ontdekte de mogelijkheid om sociaal-labiele jongens te plaatsen in een vakkamp om deze jongeren daar, door een eenvoudige vakopleiding, meer toekomstperspectief aan te bieden. In samenwerking met het ministerie van Justitie en het ministerie van Sociale Zaken werd in 1948 in het voormalig kamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst (N.A.D.) het jongensinternaat Vreekwijk opgericht. In het begin werd het Kamp Vreekwijk genoemd, waar probleemjongeren een vak leerden en waar orde, regelmaat en verantwoordelijkheid hoog in het vaandel stonden.

De eerste jaren werden de jongens nog militaristisch aangepakt. Op het middenterrein werd in de morgen de vlag gehesen en daarna marcheerde men, gewapend met een schop, naar de bossen in de omgeving. Er was in de houten barakken ook een werkplaats waar men de vakken metaal- en houtbewerking, maar ook schilderen en metselen kon leren. Alles stond onder leiding van commandant Jan de Graaf en zijn adjudant Ruud Steenmeijer.

Van kamp naar internaat[bewerken | brontekst bewerken]

In de vijftiger en zestiger jaren wijzigde het een en ander. Het internaat kwam te vallen onder het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk (C.R.M.). Het kampwerk kreeg toen een andere naam: Bijzonder Jeugdwerk (B.J. Vreekwijk). In de jaren zeventig werden ook veel houten barakken vervangen door meer comfortabele stenen gebouwen. Ook werden de doelstellingen aangepast.

Het bijzonder jeugdwerk had in de beginperiode de volgende aandachtspunten:

  • Het bijzonder jeugdwerk richt zich op kinderen die in hun persoonlijke en of maatschappelijke ontplooiing worden belemmerd.
  • Aan de hulpverlening en intensieve benadering wordt in de internaten systematisch, deskundig en vanuit de goede grondhouding te worden gewerkt.
  • De orthopedagogische benadering dient hand in hand te gaan met het aanbieden van situaties en activiteiten welke de vorming van het kind beogen.
  • Professionalisering moet verder worden door gezet o.a. door bijscholing in specifieke BJ-aspecten en trainingen in nieuwe methoden.
  • Verder komt er meer professioneler personeel. De bezetting van jongens in de paviljoens worden kleiner en de groepsleiding wordt uit gebreid.

Een van de oud-leerlingen vertelde:

Ik was de jongste uit een eenouder gezin. Een moeder met vijf kinderen. Rond 1954 - 1956 werd ik in dit Internaat geplaatst. Het complex bestond uit vier aparte groepen. Elke groep bestond uit een aparte huiskamer, met een grote slaapzaal.. Aan het hoofd van elke groep stond een vader/begeleider. In mijn groep was dat meneer Freiters. Gezamenlijk werd er ontbeten, geluncht en avondgegeten. Overdag werden me in de vakschool de grondbeginselen van metaalbewerking bijgebracht. Ik heb thuis nog steeds een oliekannetje staan, dat ik daar heb gemaakt. Kamp Vreekwijk was gelegen in de bossen en eens in de zoveel tijd hadden we 's avonds een bosspel. Een keer in de week aten we macaroni met halmblokjes. Dan was het een eetfestijn. Na afronding van de opleiding mocht ik na ruim een jaar, met certificaat, weer naar huis. Alles bij elkaar heb ik daar wel een prettige tijd gehad.

Nieuwbouw 1978[bewerken | brontekst bewerken]

In 1978 werden er twee nieuwe servicegebouwen neergezet op het internaatterrein, waarin het administratief personeel, kamers van de dokter, maatschappelijk werker, psycholoog en diensthoofden, de grote eetzaal, tevens speel- en theaterruimte, de keuken en zes les-units werden gehuisvest. Dit nieuwbouwproject kostte vier miljoen gulden. De eerste steen voor deze nieuwbouw werd in april 1978 gelegd door de scheidende directeur Jan de Graaf.

Privatisering[bewerken | brontekst bewerken]

In 1988 kwam voor het personeel een grote verandering. De organisatie viel niet meer onder een ministerie maar werd zelfstandig. Iedere medewerker werd ambtenaar-af en kreeg een nieuwe functie. Ook kwam het personeel onder een ander pensioenfonds te vallen. Er werden afspraken met scholen in de omgeving gemaakt en de directie kreeg zijn kantoor in Helmond.

Er kwam samenwerking met de Dr. Hub van Doorneschool in Deurne, de L.T.S. in Helmond en ander regulier onderwijs, waardoor de jongeren na hun opleiding een regulier diploma krijgen.

In 1990 haalden hier de eerste jongeren een intern behaalde LTS-diploma. De lessen werden geheel op Vreekwijk gevolgd en aan het einde van de periode werd de studie middels een landelijk examen afgerond.

Vakinternaat Vreekwijk[bewerken | brontekst bewerken]

In januari 2009 startte men met het opbouwen van het zogeheten agrarisch zorgbedrijf. Daaraan droegen ook de jongeren onder leiding van een werkmeester bij. Ze legden zelf de moestuin aan en bouwden het dierenverblijf.

Vakinternaat Vreekwijk werd de gebruikelijke naam en kreeg in 2010 een nieuw onderdeel: het agrarisch zorgbedrijf met de naam D’n Hof. Er kwam een nieuwe tuin met veldschuur en kas en beslaat een halve hectare dat ligt aan de achterzijde van Vreekwijk.

Het internaat valt onder Bijzonder Jeugdwerk Brabant. Het is een laagdrempelige organisatie voor jeugdhulpverlening. Het centraal bureau is gevestigd op Vreekwijk.

Sinds 2015 is de naam veranderd naar Stichting Bijzonder Jeugdwerk.

Bronnen, noten en/of referenties