Welkom op DeurneWiki - de encyclopedie voor de gemeente Deurne

U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Jaap van de Leijsing

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Ga naar: navigatie, zoeken
De kei op de Markt in Deurne. Achter de Kei de vooroorlogse kiosk op de Markt zien we links de De Gouden Leeuw en rechts het geboortehuis van Jan Floris Martinet op Markt 12. (foto coll. fam. P. vd Loo-Peerbooms).
Jaap van de Leijsing in december jaren '60
Jaap van de Leijsing in 2010
Coll PK P1040074 jaap vd leijsing detail.JPG

Jaap van de Leijsing (Leijzing) is een van de twee grote zwerfkeien die onder Liessel gevonden zijn.


Het gaat om een blok kwartsiet uit de zgn. Formatie van Veghel A.
De kei Jaap van de Leijsing dankt zijn naam aan de plek waar hij bij ontginningswerken gevonden werd, in de hoek van de huidige Poldersteeg en Bremweg in Liessel. Het heette daar toentertijd de Leizing, een naam die we in de geschriften ook wel terugvinden als Lijzing of Leijzing en nadien ook als Leijsing wordt geschreven. De gemeente Deurne gebruikt tegenwoordig die laatste schrijfwijze en zo staat het ook op het naamkaartje van deze kei.

Wanneer de kei bovengronds is gekomen, is niet precies bekend. Maar uit een krantenbericht uit 1978, toen Jaap een vaste plaats in Liessel kreeg, kan geconcludeerd worden dat de kei rond 1918 is ontdekt. Er werd geprobeerd de kei met een mallejan (een as met twee wielen) uit het veld te trekken. Toen dat niet lukte werd de kei weer onder het zand gestopt. Drie jaar later werd een nieuwe poging gedaan en toen kreeg men het gevaarte met kunst en vliegwerk op een wagen. [1]

De zwerfkei werd vervolgens in opdracht van de burgemeester van Deurne en Liessel – zoals de gemeente toen nog heette – op 14 april 1921 naar de Markt van Deurne getransporteerd, door voerman Piet Dielissen.[2]

Een der oudste inwoners onzer parochie, huizende op de Leizing is vertrokken. Reeds vroeger zijn meerdere pogingen aangewend om hem tot vertrek te bewegen, maar die bleken steeds tevergeefs. Nadat onze Burgemeester hem Woensdag met een bezoek had vereerd en Sinjeur was gefotografeerd, schijnt de zaak veranderd. Zo juist passeerde hij door ons dorp. Op de kar van voerman Dielissen. Uit ieder huis kwamen belanghebbenden en nieuwschierigen om Jaap van de Leizing goeden dag te zeggen. Bij het Boerenbondsgebouw werd door Meester Van Helden en Engels het signalement vastgesteld. Wigvormig, hoog 1.80 M, dik ruim 60 c.M., breed 1.20 M, gewicht 1780 kilo’s. Men beweert dat de reuzenkei in de Ardennen is geboren.

Op de markt in Deurne leunde Jaap jarenlang tegen een boom.

In de raadsvergadering 7 augustus 1931 werd het verzoek behandeld om de zwerfsteen Jaap van de Leijsing af te staan voor een monument in Nuenen voor de schilder Vincent van Gogh.

Hendrik Wiegersma – die lid was van het landelijk comité voor de oprichting van het monument - kwam met deze suggestie om de kosten binnen de perken te houden. Hij wilde letterlijk een steentje bijdragen. Hij nam contact op met burgemeester Van Beek omdat hij wist dat er op de Markt in Deurne nog een heel grote oude steen lag: Jaap van de Leijsing. Die steen zou goed gebruikt kunnen worden als onderdeel van het monument.

Het betreffende agendapunt luidde: Verzoek van het Comité ter huldiging van den Brabander Vincent van Gogh om den zwerfsteen staande op de markt, alhier, af te staan voor een in de gemeente Nuenen c.a. te plaatsen gedenkteeken. Burgemeester Van Beek licht te toe dat Wiegersma met dat verzoek bij hem was geweest. De steen zou als voetstuk dienen voor het op te richten monument voor de bekende schilder. Burgemeester en wethouders hadden echter in meerderheid gemeend niet op het verzoek te kunnen ingaan en stelden daarom voor afwijzend te beschikken.

De raadsleden deden uitvoerig hun zegje over dit agendapunt. Sommige raadsleden vonden het een sympathiek idee dat de steen voor het beoogde doel werd afgestaan. Een tegengeluid was dat het niet paste de steen af te geven omdat die als een erfdeel is gekregen en daarom moet worden bewaard. Hierna kwam het voorstel om niet op het verzoek van het comité in te gaan, in stemming. Dat voorstel werd met tien tegen vijf stemmen aangenomen. De raadsleden Willem Wijnen, Fransen en Aarts wilden de zwerfkei wel beschikbaar stellen. Raadslid Jochem van den Berkmortel bracht daar tegen in: De steen is indertijd door particulieren aan de gemeente afgestaan. De gemeente mag heur nu niet weggeven.[3]

In de nacht van 9 op 10 mei (Hemelvaartsdag) 1956 werd de kei gestolen door leden van de Jonge Middenstanders van Asten. De kei werd op de markt voor het gemeentehuis van Asten geplaatst en op de Markt in Deurne lieten de dieven een grote zak achter, gevuld met kaf.[4]

De nacht daarop werd de kei door de jonge Somerense middenstand in Asten weggehaald en naar het marktplein in Someren verplaatst. Al vrij snel keerde het gevaarte weer terug naar Asten. Maar op zaterdagavond 12 mei slaagde een sterke afvaardiging van de jonge Deurnese middenstand, gehuld in waterdichte kleding ter bescherming tegen eventuele Astense brandweerslangen, er in om de steen weer terug naar Deurne te halen.

Uiteindelijk keerde de kei terug naar Liessel. Op 18 november 1978 kreeg hij een vaste plaats op het marktplein in Liessel, net als de Buntse Kei, die ook in Liessel is gevonden.

Carnavalsstichting De Kei is bij de oprichting op 19 april 1955 vernoemd naar de kei Jaap van de Leijsing. Die kei moest het symbool worden van Liessels onverzettelijkheid en doorzettingsvermogen. Aanvankelijk was het dus al bij de oprichting van de carnavalsvereniging de bedoeling om deze kei terug te halen naar Liessel. Na de vondst van de Buntse kei in 1957 was de belangstelling voor Jaap (voorlopig) over en werd die tweede kei geadopteerd.

Sinds 1997 is de kei Jaap van de Leijsing ieder jaar het middelpunt van een carnavalsactiviteit. De Prinsengarde van carnavalsstichting De Kei start op carnavalsmaandag haar ‘Rozen Môndig’ bij de kei. Later op de middag wordt een speciale onderscheiding uitgereikt aan iemand die lid is van de Prinsengarde en dat ereteken is het ‘Jepke’ gaan heten.

De geschiedenis van deze kei, ook in relatie tot carnaval, wordt uitvoerig beschreven in het in 2010 geschreven boek Wat ne Kei is dat.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Wat ne Kei is dat Helmonds Dagblad 10 november 1978.
  2. RHCe Krant De Zuidwillemsvaart van 15 april 1921.
  3. Informatie afkomstig van Ton de Brouwer uit Nuenen, schrijver van het boek Van Gogh en Nuenen. In de herdruk van 2018 is een hoofdstuk toegevoegd over het gedoe rond de oprichting van een monument voor de schilder Vincent van Gogh. Zie ook het verslag van de gemeenteraadsvergadering in De Zuid-Willemsvaart van 10 augustus 1931.
  4. Een onbekend krantenknipsel van 11 mei 1956, waarbij ook een drietal foto's van de nachtelijke kaping werden geplaatst, een bericht in De Tijd van diezelfde dag en het Land- en Tuinbouwblad van 29 december 1956.