U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
We zijn weer op afspraak en onder voorwaarden op woensdagochtend
van 10 tot 12 uur in het heemhuis. Maak hier je afspraak..

Uit de donkere gewesten

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Uit de donkere gewesten
Uit de donkere gewesten.jpg
Auteur(s) H.N. Ouwerling
Titel Uit de donkere gewesten
Publicatiedatum 1908
Soort boek
Locatie 10.A.20

Uit de donkere gewesten is de titel van een door Hendrik Ouwerling geschreven en in 1908 verschenen boek van 170 bladzijden, gedrukt en uitgegeven bij Van Moorsel & Van den Boogaart in Helmond, met de ondertitel naar aanleiding van Verstooteling, een moderne roman van H.H.J. Maas.


Met dit boek, met op de voorpagine het motto Staat op uten slape, 't is nu den tijt, wilde Ouwerling zijn vriend Herman Maas verdedigen en ondersteunen door de sociale wantoestanden in het zuiden, die Maas in zijn roman Verstooteling aan de kaak stelde, te adstrueren met praktijkgevallen, ook in historisch perspectief. Het boek werd later door Tij Kools in herdruk uitgegeven in de Turfjes-serie.

Het verschijnen van dit boek leidde zelfs tot een vraag in de Tweede Kamer over kinderarbeid door de Nederlandsche Heidemaatschappij.

Uit de Handelingen van de Tweede Kamer van 22 december 1908:

De heer ter Laan: Mijnheer de Voorzitter! Ik heb van de Heidemaatschappij nooit iets anders dan goeds gezien en gehoord en steeds haar werk met de grootste waardeering gadegeslagen. Maar nu heb ik toch een mededeeling gelezen over deze Maatschappij, waarop ik de aandacht van den Minister wil vestigen. Ik kon dit eerst nu doen, omdat die mededeeling voorkomt in een boek dat pas is verschenen, namelijk: "Uit de donkere gewesten", door H. N. Ouwerling, uitgegeven bij van Moorsel en van den Boogaart, Helmond, 1908. Daar lees ik op bladz. 80: "Onontwikkeldheid is de oorzaak van de ellendigste kinderexploitatie die in deze streek meer dan bar is. 'k Las juist in de krant, dat op de gehuchtscholen vele ouders gebruik maken van hun recht om in den zomer zes weken verlof te eischen voor hun kroost, ('t Is ongelofelijk, hoe zoo iets wet kon worden!) en ze verhuren in dienst van de Nederlandsche Heidemaatschappij! Schande voor zulke ouders, welke echter wel uit armoede zoo zullen handelen, doch driedubbel schande voor die Heidemaatschappij!" Dit heeft betrekking op het Land, of volgens een onzer medeafgevaardigden, het paradijs van Weert, en de krant die bedoeld wordt, zal De Zuid-Willemsvaart zijn. Ik weet niet of dit bericht waarheid bevat, en daarom zou ik den Minister willen verzoeken na te gaan, of dit het geval is. Zoo ja, dan ben ik er van overtuigd, dat het hoofdbestuur van de Heidemaatschappij onbekend is met dit feit en twijfel ik er ook niet aan, of de Minister zal in overleg met het hoofdbestuur een einde maken aan het euvel, dat. nog leerplichtige kinderen in dienst dezer Maatschappij arbeid verrichten.
De heer Talma, Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel: Mijnheer de Voorzitter! Ik heb volstrekt geen bezwaar de aandacht van het bestuur van de Heidemaatschappij te vestigen op het door den heer ter Laan medegedeelde en te vragen wat hiervan is.

Het boek is, ook digitaal, raadpleegbaar in de bibliotheek van de heemkundekring.