U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
Wilt u informatie vragen of geven over DeurneWiki? Iedere woensdagochtend van 10 tot 12 uur vrije inloop in het heemhuis.

Hermanus Hubertus Joannes Maas (1877-1958)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Herman Maas
23.223.jpg
Foto afkomstig uit portretalbum H.N. Ouwerling.
Ter beschikking gesteld door Frederik Röder (Alling, Duitsland).
Persoonsinformatie
Volledige naam Hermanus Hubertus Joannes Maas
Roepnaam Herman
Geboorteplaats Venray
Geboortedatum 24 februari 1877
Overl.plaats Eindhoven
Overl.datum 27 januari 1958
Partner(s) Hendrika Hubertina Josephina Braem (1875-1948)
Beroep(en) onderwijzer, verzekeringsagent, leraar, schrijver, journalist
Herman Hubertus Joannes Maas

Hermanus Hubertus Joannes (Herman) Maas (1877-1958) was onderwijzer, leraar, verzekeringsagent, schrijver en journalist en hekelde de sociale misstanden in de Peel.


Gezin en familie[bewerken | brontekst bewerken]

Herman Maas was een zoon van de landbouwer Gerardus Maas (Venray 1852-1920 Venray) en Anna Gertrudis Deenen (Venray 1845-1930 Venray).

Hij huwde op 23 juni 1903 in Arcen met Hendrika Hubertina Josephina (Henriette) Braem, (Arcen 18 april 1875 - Vught 17 februari 1948), dochter van molenaar Antonius Hubertus Braem (Arcen 1838-1914 Arcen) en Johanna Maria van de Kamp (Cuijk 1838-1919 Lottum).

Het echtpaar kreeg drie kinderen:

  1. Herman Henri Jozef, (Nederweert 23 mei 1904 - Eindhoven 9 oktober 1940). Hij bleef ongehuwd.
  2. Henri Frans Hubert (Harrie), (Nederweert 23 juli 1906 - Eindhoven 4 juni 1982). Hij huwde met Antoinette Cecilia Catharina Michels (1919-1995 Eindhoven).
  3. Willy Antoon Victor (Willy), (Roermond 4 februari 1913 - Veghel 30 oktober 1963). Hij bleef ongehuwd.

Zijn zoon Harrie Maas, werd kunstschilder en schilderde onder meer het ambtsportret van burgemeester Van Beek, dat in het gemeentehuis hangt.

Schrijver met boodschap[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de ontwikkeling van zijn schrijversloopbaan speelde Hendrik Ouwerling uit Deurne een belangrijke rol. Maas schreef zijn eerste stuk in 1896 in het Venrayse weekblad Peel en Maas en gebruikte daarbij de schuilnaam Peter van Venrode. Gedurende zijn hele leven bleef zijn geboortestreek De Peel een belangrijke bron van inspiratie. Maas bleef tot op zijn 80e levensjaar als schrijver actief. Hij had als bijnaam de Limburgse Zola.

In 1900 begon Maas met literaire bijdragen met een kritische boodschap. Wat later werden deze ook politiek van aard. Zijn eerste roman uit 1901 kan exemplarisch geacht worden voor het latere werk. Maas kaart daarin sociale wantoestanden, kleinburgerlijkheid en wanbestuur aan. Zijn roman Verstooteling uit 1907 levert Maas dermate veel problemen op dat hij op zoek moest naar een andere baan.

Maas bleef zich zijn leven lang verzetten tegen het conservatief-katholieke milieu dat hem omringde. In een in memoriam werd hij "een groot hekelaar van kleine potentaten" genoemd. Volgens de schrijver Toon Kortooms ging hij met zijn vlijmscherpe pen schijnheiligheid, gekonkel en onrechtvaardigheid te lijf.

De liberaal Maas had veel oog voor de benarde toestanden waaronder veel arbeiders leefden en werkten, bijvoorbeeld in de turfwinning in de Peel. Hij mengde zich actief in het debat over de 'sociale kwestie'. Later zijn wetenschappers het er niet over eens of de romans van Maas als bron of spiegel voor de sociaal-economisch-culturele beschrijving van Noord- en Midden-Limburg en Oost-Brabant rond 1900 kunnen worden opgevat.

Ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag schreef Frans Babylon het volgende sonnet:

Fel hekelaar van dorpse potentaten,
Die veilig in hun protserige kasteel
Van macht de slaven in de barre Peel
Misbruiken bleven voor de gouden baten.
Hij zette hen die heerschappij bezaten
Het vlijmend mes van aanklacht op de keel.
Zij overleefden ’n aanslag financieel,
Terwijl hem zelfs zijn vrienden nog vergaten.
Een wijze man, nu hij na tachtig jaren
Met veel verbeten strijd voor recht beproefd,
Glimlachen kan en geen gelijk behoeft.
Het winterlicht glanst in zijn witte haren,
Nu hij in "’t Rozenknopje" wat bedroefd
Als laatste troost nog ouwe klare proeft.

Leraar[bewerken | brontekst bewerken]

Maas begon zijn carrière als onderwijzer op lagere scholen in Oirlo en Ospel. Vervolgens werkte hij vier jaar als verzekeringsagent. In 1915 werd hij leraar aan de kweekschool te Venlo.

Maas was actief in de vakbond en stak zijn ideeën over de onderwijzersopleiding niet onder stoelen of banken. Diverse polemieken werden hierover gevoerd.

Al snel leidden deze publicaties tot kritiek vanuit de gevestigde orde waaronder de rooms-katholieke geestelijkheid die in die jaren in Zuid-Nederland het publieke debat domineerde. Maas, die een gelovig katholiek was met liberale en anticlericale standpunten, werd er soms van beschuldigd socialist te zijn.

Van 1915 tot 1923 was Maas leraar aan de Rijksnormaalschool te Venlo. Hij combineerde deze baan met zijn werk als journalist voor het blad Limburgs Belang en zijn deelname aan de plaatselijke politiek in zijn woonplaats Roermond. Overigens kwam er veel verzet tegen de aanstelling van Maas. Hierbij waren ook de katholieke Tweede Kamerleden dr. W. Nolens uit Venlo, Van Wijnbergen en Ruijs en later J.A. Poels uit Venray betrokken. Tijdens een discussie over de benoeming in de Tweede Kamer nam Tweede Kamerlid K. ter Laan van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) het voor Maas op. Met name Van Wijnbergen poneerde zeer kritische stellingen in het debat.

Toen in 1923 de Venlose Rijksnormaalschool werd opgeheven kon Maas directeur worden bij eenzelfde instelling in Doetinchem. Om onduidelijke redenen werd Maas daar in 1925 ontslagen. Er werd gesuggereerd dat een relatie met een studente hierbij een rol speelde. Hierna volgden nog enkele aanstellingen als onderwijzer die geen van allen langer dan enkele jaren duurden. In Nijmegen kwam Maas in contact met pater J. van Well, jezuïet. Deze had waardering voor de in de loop der jaren verschenen romans en moedigde zijn schrijfactiviteiten aan. Mede vanwege de financiën blijft de slecht verdienende onderwijzer schrijven op verschillende terreinen; zowel politiek als onderwijskundig en literair.

Fascisme[bewerken | brontekst bewerken]

Maas is zich altijd blijven verzetten tegen de vergaande invloed van de confessionele coalitie op de maatschappelijke ontwikkelingen. Vanaf 1933 had hij door blijvende werkloosheid met slechts een klein wachtgeld te kampen met miserabele levensomstandigheden. Zijn echtgenote werd in dat jaar met een chronische depressie blijvend opgenomen op een gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting. Mede onder invloed van zijn oudste zoon Herman raakte hij steeds meer betrokken bij de fascistische wereldbeschouwing. Deze zoon overleed in 1940 op 36 jarige leeftijd. Tijdens de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog was Maas lid van het Nationaal Front, de organisatie van Arnold Meijer en ook van de Nederlandsche Kultuurkamer.

Deze ogenschijnlijk vreemde politieke stap van Maas wordt begrijpelijker als we bedenken dat het Nationaal Front in de eerste plaats antikapitalistisch was. Men was op de (lange tijd algemeen bejubelde) fascisten van Mussolini georiënteerd, maar had weinig op met de nazi's, die de beweging in 1941 verboden.

Herman Maasboom[bewerken | brontekst bewerken]

In het voorjaar van 1976 werd op Venrays grondgebied de Herman Maasboom geplant als een stil protest tegen de Deurnese gemeentepolitiek van die tijd, om deze schrijver vanwege zijn politieke verleden geen straatnaam te geven.

Romans[bewerken | brontekst bewerken]

  • Jan van Houtum's schetsen van over de Peel, waarin het maatschappelijk en politiek leven der gemeente Veldheim, gelegen tussen Oost-Friesland en de Schelde, beschreven wordt, 1901.
  • Verstooteling, 1907.
  • Het Goud van de Peel, 1909.
  • Landelijke eenvoud, 1910.
  • Om de school, een roman uit den schoolstrijd, 1913.
  • Hoofdzonden op het land, 1930.
  • De hamerslagen, 1934.
  • Een hoekje stad, 1936.
  • Menschen van het gehucht, 1939.
  • Onder de Gloeilamp. Deel I: De liefde van Jo Faro, 1947.
  • De dochters van de nieuwe Witjesboer, 1970.
  • Peelomnibus, 1969. Inleiding en bewerking door Toon Kortooms.

Daarnaast diverse bijdragen aan tijdschriften en kranten en vertalingen van boeken vanuit het Frans en het Engels.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Thuis in Brabant: H.H.J. Maas
  • Dr. J.P.A. van den Dam en Drs. J.M.W.G. Lucassen - H.H.J. Maas, 1877 -1958 onderwijsman, literator en journalist 1976, deel 37 van Bijdragen tot de Geschiedenis van het Zuiden van Nederland onder redactie van Prof. Dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt