U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
We zijn weer op afspraak en onder voorwaarden op woensdagochtend
van 10 tot 12 uur in het heemhuis. Maak hier je afspraak..

Langs nieuwe banen

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Langs nieuwe banen
Langs nieuwe banen LR.jpg
Auteur(s) A.F. van Beurden
Titel Langs nieuwe banen
Publicatiedatum 1917
Soort boek
Locatie 02.G.23
A.F. van Beurden

Langs nieuwe banen is de titel van een in 1917 gedrukte studie door de landmeter Alexander Franciscus van Beurden (1857-1934) over het verkeerswezen in Peelland.


De studie telt 78 bladzijden. In de studie wordt de noodzakelijkheid van een intensief spoorwegnet in onze streek benadrukt. Voor Deurne was dit vooral de geplande maar nooit gerealiseerde tramspoorlijn Venray-Deurne-Bakel-Helmond. Bij de beschrijving van dit traject behandelt Van Beurden ook de historische context van de verschillende locaties zoals de kapel op de Grotenberg, de Craijenhut, de kastelen en de Boerenbond.

Onderstaand de, niet altijd foutloze, letterlijke tekst van de bladzijden 60 tot en met 69 betreffende Lijn Venraij - Deurne - Helmond

Lengte 31269 Meter - Doorloopt de gemeenten Venraij, Deurne, Bakel en Helmond.

Zooals reeds elders gezegd is, waren de gemeentebesturen van Venraij, Deurne en Helmond zóó doordrongen van de noodzakelijkheid eener verbinding door de Peel heen, dat zo reeds een grooten broeden grintweg maakten tusschen beide plaatsen.

Alle pacht- en verhuurcontracten van gronden, gemaakt onder burgemeester O. van de Loo, langs dien weg, bevatten de bepaling, dat men een strook langs den weg terug kan nemen voor den aanleg van een spoorweg. Deze richting werd daarom ook in de plannen opgenomen.

De los- en ladingplaats Venraij-station ligt tegenover de kerk van Oostrum, de bekende bedevaartsplaats, op het terrein van den Staatsspoorweg, tusschen de bestaande opzichterswoning en het bijgebouwtje ten Noorden van het perron en station, binnen de het terrein omgrenzende Molenbeek, die aan de overzijde een watermolen drijft. De beek moet verlegd worden en overbrugd met 3.5 Meter overspanning.

Voor ruim 30 jaren zijn tengevolge van den bouw der lijn Venlo-Nijmegen al de huizen aan de Oosten Westzijde van het station gesticht, is de groote leerlooierij met de villa gebouwd, zijn de stoomzuivelfabriek, het postkantoor, de schuren en bergplaatsen, en tal van woningen verrezen en er komen er nog steeds bij, wel een bewijs wat verbeterde communicatie brengen kan. De Buurtspoorweg zal nog meer vertier brengen.

Vanaf het station Venraij buigt de Buurtspoorweg Westwaarts af, om het dorp te kunnen bereiken, loopt door het veld onder het snijden van eenige waterlossingen en landwegen tot aan den grintweg Venraij-Maashees-Boxmeer, kort achter de huizen langs.

Hier ligt bij de eerste huizen het los- en laadterrein Venraij-stad, 400 meter lang met stationsgebouw, wachtkamer, goederenloods, watervoorziening voor locomotieven, veelading, dus ten Noorden van Venraij, maar juist daaraan grenzende, bij de bestaande Gasfabriek. Het terrein ligt op ruim drie Kilometer van het Station S.S.

Bij deze losplaats ligt ook de splitsing der lijn. Een tak zwenkt met een bocht naar het Noorden naar Boxmeer, Mill, Grave, Oss en is reeds beschreven; de andere, dien wij hier op het oog hebben, gaat met een bocht Zuidwaarts, langs de huizen op, naar Veltum toe, een gehucht met een aardig kapelletje, schilderachtig gelegen boerderijen, waar het halve bemoste stroodak nog in eere is. Venraij is goed bedacht; ook dáár komt nog een wisselplaats Veltum, precies vóór den nieuwen grintweg naar Deurne. Wij durven gerust voorspellen, dat hier spoedig eenige huizen zullen verrijzen. De lijn loopt langs den nieuwen weg voorbij woonhuizen, schuren, de café's van Dijk en Willems, de Nachtegaal, afwisselend door bouwland, dennenbosch, heide en grasland.

Wanneer wij nu gaan stijgen en de hoogte bereiken ligt op eens de onafzienbare Peel voor ons. Links blinkt tusschen de bruine heide een groot, biesomzet ven, de van ouds bekende badplaats van Venraij, de Rouwkuilen, daarnaast eene groote weide van den wethouder Janssen uit Venraij, die steeds zoovele zorgen wijdde aan de ontwikkeling der Peel en zelf een goed voorbeeld gaf. Rechts liggen perceelen bouwland, diep geploegd met ossenkracht, en schuren, de voorloopers van woonhuizen en boerderijen; verder groote heidevelden, die nog op het ploegkouter wachten en nog verder dáár waar de horizon lichtend blauw aan den donkeren peelbodem sluit, de roode daken der Venraijsche gemeentehoeven, de huizen van Twist, de lange toren van Bakel, die van Deurne, Vlierden en de hooge schoorsteenen van de Griendtsveensche fabrieken. Een dergelijk ruimgezicht wordt in Nederland zeldzaam. Wij sporen met vollen stoom de Peel in. Midden in, daar waar de oude meertjes ontwaterd zijn en de bodem lager ligt, dus meer te verwachten geeft dan op plaatsen waar de zandrug zich afteekent als een glanzend, witgele, onregelmatige reeks heuveltjes, komt ook een halte. De gemeente Venraij heeft er reeds op gerekend, want de groote dwarsweg door de Peel snijdt daar den weg naar Deurne.

Dan bereiken wij de Craijenhut, op de grens van Limburg en Noord-Brabant, van Venraij en Deurne, aldus geheeten naar den eersten eigenaar Michiel van Craij, die ze later aan den brouwer, schepen Joost de Veth, overdeed.

Bij de Craijenhut op den Grooten berg zien wij op Limburgsch terrein eene hoogte met een zevental lindeboomen en daaronder een kruis met een opschrift, dat herinnert aan den tijd toen daar een noodkerk voor de Deurnesche Katholieken stond, waarin de Katholieken van Deurne, Liessel, Vlierden, Bakel 24 jaren lang ter kerke kwamen, wijl de Staten de vrije uitoefening van den eeredienst verboden hadden.

Van hier naar het Zuiden, naar het station Helenaveen-Griendtsveen liggen moerassen, waaruit men vroeger turf haalde, den anderen kant uit naar 't Noorden, eveneens een laag gedeelte, dat ontwaterd moet worden.

De 400 Meter lange los- en laadplaats, de Craijenhut, ligt half op het Limburgsche, half op het Noord-Brabantsche en wel 7 kilometer van Veltum, 10 Kilometer van Venraij, 13.3 kilometer van het station Venraij S.S. Wij zien nog een kilometer ver van de Craijenhut veen, dat daarna in heide overgaat. Bij de woonhuizen verschijnt al dennen- en bouwland, ofschoon van lichte kwaliteit.

Maar dra wordt het beter. De lijn verlaat den weg Venraij-Deurne en gaat op 17.5 kilometer van station Venraij S.S. over in de los- en ladingplaats Deurne-Oost, die in de dennenbosschen ligt.

Op hét landgoed tot het zoogenaamde groot Deurnesche kasteel behoorende, door Baron de Smeth met zooveel kunst gerestaureerd, gaan wij over de Bakelsche Aa of de Vlier, die overbrugd wordt met een stroomingswijdte van 4 Meter.

Het oude kasteel der heeren uit het geslacht van Doirne is het zoogenaamde klein kasteel, tegenover het eerstgenoemde gelegen. Het groot kasteel was het Hof van Deurne, dat eens toebehoorde aan Pero de Cassemajor, drossaard; van hem kreeg het zijne dochter Ursulina Philippine, gehuwd met den predikant H. Sluijter; het kasteel ging dan over aan Catharina Sluijter, dochter, gehuwd met H. C. Hanewinkel, predikant te Nuenen, die het in 1785 overdroeg aan Agatha Alewijn, wed. Theod. de Smeth.

Wij volgen de groote in noordwestelijke richting gaande bocht (met 200 Meter straal, booglengte 334.5 M.) benoorden het dorp.

Daar ligt het emplacement Deurne, 400 Meter lang, 50 Meter breed, 19.2 kilometer van Station Venraij S.S. Deurne is een heerlijk dorp, dat prijkt met prachtig geboomte. Statige eiken verheffen hunne kruinen langs de goed geplaveide wegen en tal van villa's brengen afwisseling in het landschap. De markt is ruim; hier staat het groote gemeentehuis, waarop het wapen der oude Doirnes, op dat van Peelland, in den top en een fraai postkantoor.

Deurne is de geboorteplaats van verschillende beroemde personen, en herinneren aan Martinet en uit onze dagen aan de zeer begaafde oratorium-zangeres Mevrouw Reddingius-Noordewier.

Het wegennet van Deurne is groot en wordt uit de gemeentekas onderhouden. Alleen de weg van Helmond langs het kasteel Deurne naar Venraij maakt daarop een uitzondering. Deurne ligt hoog, maar toch stijgt men naar de Peel toe. De gemeente is welvarend. Daartoe heeft het Peelbezit onder goed beheer in de eerste plaats het zijne bijgedragen, maar ook een oordeelkundig samengaan der landbouwers. Wij willen dit thema, dat nauw verband houdt met den weg die de welvaart overal gaat brengen, eenigszins nader omschrijven.

Oorspronkelijk hadden ondernemende lieden, waartoe in de eerste plaats de Heer Jan Hermans, thans niet meer te Deurne wonende, gerekend moet worden, een landbouwclub gesticht met niet veel leden. Ze dreven samen koop en verkoop in het klein. Maar in 1896 werden de boeren wakker. Een Boerenbond werd gesticht, die aanvankelijk zijne artikelen van de landbouwclub betrok. Dit duurde niet lang, want de landbouwclub eischte van den Boerenbond, dat diegenen, welke geen lid van de club waren, meer voor de waren betalen zouden.

Toen ging de Boerenbond apart werken, men huurde een oude schuur aan de Lage kerk en verkocht raapkoek en zaden. Maar men had geen kapitaal. Eerst moest men bij de boeren gaan vragen, hoeveel ze noodig hadden, tot men een wagon bijeen had; dan werd gekocht op 2 maanden crediet, men leverde aan de boeren à contant en behaalde aldus wat winst.

Maar de onvermoeide Jan Hermans liet zelf een pakhuis bouwen; de bond betaalde alleen rente; de eerste pakhuisknecht was een wever, die weinig van administratie wist, maar die een onvergelijkelijk geheugen had. Daarna werd het pakhuis verkocht aan den toekomstigen tram, die nooit gekomen is. Toen kwamen de boerenleenbanken op, die de boeren uit de handen der hen exploiteerende slimmerikken, om geen anderen naam te gebruiken, haalden. Na enkele jaren kon de Bond uit zijne redelijke winsten zelf het pakhuis koopen, hij ging allerlei artikelen leveren; voornamelijk gaf de doorslag het inslaan van groote hoeveelheden kunstmest, waardoor de ontginning op groote schaal mogelijk gemaakt werd. Vooral kapelaan Roes, vroeger te Deurne, thans Pastoor te Kessel N.-Br., hielp door woord en daad de boeren in de goede richting. Er moest nog meer bergruimte komen, eene loods werd gebouwd van 40 X 18 Meter, maalmachines voor lijnkoeken en mais werden ten dienste gesteld. In den tijd toen de Thomasslakken in Duitschland goedkoop waren, bestelde men die in massa's, van 80 tot 100 wagons, en verdiende dan 20 à 30 Mark per wagon.

Men stelde voor de leden zaai- en trieermachines beschikbaar, men zorgde voor goed zaaizaad. Men bouwde een weegbrug, die ad 5 cts. per keer, druk gebruikt wordt ; ook een veebalans, die nog te weinig gebruikt wordt, waar men weten kan en moet dat er nog misbruiken bestaan.

De zaak werkt onder toezicht van kundige ambtenaren; men heeft in twintig jaren uit eerlijke winst een halve ton verdiend.

Hoe gering de winst per stuk is, die men neemt, blijkt hieruit, dat als men bij een omzet van 5 ton per jaar de waren 1/10 cent per kilo minder verkoopen zou er verlies zou zijn. Hier ziet men de macht van de vereeniging, maar ook die van het kleine.

Nog op één zaak wensch ik te wijzen, het afkoopen der tienden door de Coöperatie ten bate van het algemeen.

Deurne had een groote tiende om het dorp, nog eene aan het Vloeiend en eene op Bottel, dan nog tienden op den Moostdijk en den Heitrak, benevens de zoogenaamde novaliatienden op later ontgonnen gronden. De tienden waren ouderwetsch, onevenredig en hinderlijk.

Toen de Staat ze wilde doen verdwijnen en laten afkoopen, waren er eenige grondbezitters, die ze ad f 40.- per hectare afkochten van den Staat. Maar de Boerenleenbank deed dat anders. Vier eigenaars uit iederen tiendklamp kochten ze en deden ze over aan de Boerenleenbank. Deze stelde in overeenstemming met den Staat allen in de gelegenheid ze voor f f 10.- per hectare af te koopen. Dit had goed gevolg; bijna zonder uitzondering verdwenen de tienden.

Maar enkele onwilligen deden niet mede. Zij werden aan den Staat bekend gemaakt, vielen er buiten, en betalen nu nog aan het Rijk. Aldus heeft de Boerenbond naar vele zijden zegenrijk gewerkt. Velen zien nu ook met belangstelling uit naar de nieuwe lijn, die voor Deurne nog meer welvaart zal brengen.

Na den grintweg van Deurne naar Bakel gekruist te hebben, volgt de Buurtspoor dezen, door bouw- en graslanden, over de opnieuw overbrugde Bakelsche Aa of Vlier en, op de grens van Deurne en Bakel, over de Kaweische Aa. Het stamwoord aa, dat water beteekent, is in meer noordelijke provincies overgegaan in ee, Edam, Ewijk, Ede, Eeburg, maar in Brabant is het voor alle vloeiende watertjes in eere gebleven. Wij gaan naar Bakel, het bekende Baculon uit de oude charters, in het begin der zestiende eeuw met 204 huizen, thans met 1850 inwoners, welks monumentale toren wij reeds in de Peel boven de heiden en weiden, de bosschen en weiland zagen uitsteken.

Bakel is een zeer oud dorp. De parochiekerk van Bakel was de moederkerk van die van Deurne, Liessel, Milheeze, Gemert en Vlierden, vroeg gekerstend door den H. Willebrordus, die aan den ingang van den sierlijken toren in beeltenis staat. Zelfs wordt gezegd. dat reeds toen door Herelaef een kerkgebouw gesticht was. De naam leidt men af van bach of bac, heuvel en laos, afgekort tot el bewoonde plaats.

Bakel bezit vele gemeentegronden, die het 1 Maart 1325 van Hertog Jan van Brabant verkregen had. Tot 1 Juli 1864 waren de gemeentegronden gemeenschappelijk bezit met Helmond, Aarle-Rixtel en Beek en Donk. De genoemde gemeenten hadden echter niet dezelfde rechten. Bij de verdeeling kreeg Bakel en Milheeze ½, Helmond ¼ en Aarle-Rixtel en Beek en Donk ieder ⅛ van Jan van Brabants erfgoed.

Er zijn menschen, die voor alles wat nu niet even hard als zij zelf loopt om de grillige nukken van den echten of verkeerden vooruitgang te volgen of bij te houden, voor achterlijk verslijten.

Bakel, een Peeldorp, houdt er geen stadsche manieren op na, en dat is voor sommigen al genoeg, om er de schouders voor op te halen. Maar men moet de zaken eens beschouwen in het raam, waarin ze behooren. En dan valt 't nog al eens mede. In Bakel zeker 't boerenbedrijf. Daar heeft men 't eerste een handkracht-boterfabriek op durven richten, toen er in heel Limburg nog maar eene was, als we ons niet vergissen alleen die van Tungelroij. Dat fabriekje droeg den naam van „De jonge Prins", zoo'n beetje ter eere van den heer Prinzen te Helmond, een destijds daar veel koopende boterhandelaar. Dat fabriekje werd langzamerhand verbeterd, men gevoelde, dat er veel aan ontbrak. Ook Milheeze volgde spoedig. Maar men kon op den duur niet concurreeren met de overal verrijzende stoomfabrieken.

Toen sloeg men de handen bijeen en 8 Juli 1911 werd met 108 leden eene stoomzuivelfabriek gesticht door den Boerenbond, afdeeling Bakel. En nu moet men maar eens komen zien, of men zich hier ook op 't boerenvak toelegt. Er staat een groot pakhuis voor kunstmeststoffen, een fouragemagazijn, een berg- en verkoopplaats voor brandstoffen, een stierenstal met vier gepremieerde stieren, een varkensstal enz., bewijzen van de kracht der Coöperatie en van goed beheer.

Bakel is in de zeventiger jaren verbonden door den grooten weg Helmond-Bakel-Milheeze. In 1884 met Deurne en met Gemert. De ontginningen aan de Rips achter Milheeze zijn van grooten omvang. De heer Roelvink verbond zijne ontginningen met een eigen grintweg met den grooten weg Gemert-Boxmeer. Na den oorlog zullen de ontginningen nog grooter vlucht nemen. Wanneer er kortbij een goed groot en snel vervoermiddel komt, dan zal achter Milheeze midden in de Peel spoedig een gehucht ontstaan, kerk en school gebouwd worden en menig gezin een vreedzaam en goed bestaan vinden.

Het doet goed te zien, hoe ook in de kleinere dorpen de openbare gebouwen, raadhuis, stoomzuivelfabrieken, landbouwbondspakhuizen en scholen goed verzorgd zijn.

Door de ontgonnen Deurnesche heide, langs weiden en het gehucht Kawei, en langs Overschot komen wij met een bocht van 275 Meter straal op de 500 Meter lange los- en ladingplaats Bakel aan den hier bestraten weg Bakel-Helmond. De lijn Uden-Oss wordt hier opgenomen. Men is hier 25 kilometer vanaf Venraij S.S., 6 kilometer van Deurne.

Langs de huizen, gelegen aan den weg Bakel-Helmond, kruist de buurtspoorweg de rivier de Aa, waarover een brug geslagen is van 7 meter wijdte. Dennenbosschen, heuvels en heidevelden en kortbij het gehucht Rijpelberg, volgen nu in bonte mengeling, gevolgd door kreupelhout. Op 30.5 kilometer van het beginpunt loopt de lijn over den grintweg Deurne-Helmond en dan langs de lijn van den S.S. en den Stoomtram Eindhoven-Geldrop, tot op het emplacement Helmond, met goederenloods, locomotiefremise, stationsgebouw met wachtkamer, woning voor den chef, overgavesporen en al datgene wat voor eene plaats van beteekenis als Helmond met zijn 17000 inwoners noodig is.

Helmond was al vroeg zeer bekend en telde in de XVIe eeuw binnen en buiten de muren bij de vierhonderd bewoonde huizen, het had eene abdij en een vrouwenklooster in de Hage, benevens een gasthuis. Thans vertoont Helmond een trouw beeld van de stuwkracht der industrie en van het nut van goede verkeerswegen.

Helmond:

Jaar Aantal inwoners
1815 2817
1830 3778
1845 4818
1860 5934
1875 6896
1890 9351
1905 13612
1910 15147
1913 16810

Helmond heeft een gasfabriek, hoogwaterleiding, telefoon, een klokkenspel, een courant, drukkerijen, goede scholen, onder welke een R. H. Burgerschool, teeken- en avondscholen, een handelscursus, ververijen, een machinefabriek, ketelmakerij, kleurenververij, katoendrukkerij, ook fabrieken van stroohulzen, ijzer, cacao, meel, meubels, sigaren, dekens; daarbij stoomwasscherijen, bleek- en strijkinrichtingen; het werkt zich op tot een beduidende fabrieksplaats.

De ligging aan het kanaal is daarvoor zeer voordeelig. Het kanaal met zijn schepen en schroefstoombooten met geregelde vaart op Rotterdam en Amsterdam bevordert den handel en het verkeer. Helmond strekt zich ook in de lengte uit langs eene breede straat van aanzienlijke lengte, die zich aan de Markt verbreed, en waarop verschillende zijstraten uitkomen. Bij de Zuidwillemsvaart ligt het groote kasteel, bewoond door Jonkheer Wesselman van Helmond. De kloosters den Hage en Binderen, die wij reeds vermeldden, zijn reeds lang verdwenen. Eene fraaie wandelplaats de Warande met statig geboomte ligt kortbij. De Warande is meer dan dertig hectaren groot. Bij een reuzeneik ligt een gebouwtje, dat als de Kluis bekend staat, terwijl verder op een eilandje de grafkelder der kasteelheeren ligt.

Wij vertrouwen dat de nieuwe lijn ook hier welvaart zal brengen.