Rondom de Mussenkeet
Ed van de Kerkhof vertelt in 276 pagina's de bewogen geschiedenis van de Deurnese en Liesselse Peel.
Voorintekening tot 20 oktober aanstaande voor slechts € 14,95: Klik hier!

Groot Kasteel

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Groot Kasteel
25.015.jpg
Het Groot Kasteel in juli 1944, kort voor de verwoesting
Locatie Haageind
Gebruik jongerensociëteit
Start bouw voor 1397
Gereed voor 1397
Status kasteelruïne
Bouwstijl gothiek, classicisme
Monumentnummer 12366
Monument status Rijksmonument
Exterieur van het Groot Kasteel in 1889. Generaties Deurnenaren hebben het Groot Kasteel op deze manier gekend.
Exterieur van het Groot Kasteel na de verbouwing van 1906-1908. Na het wegbreken van de sobere ommanteling met vele blinde raampartijen kreeg het kasteel zijn uiterlijk zoals het tussen ca 1660 en 1760 eruitzag. Het kasteel heeft uiteindelijk maar 36 jaar in deze vorm bestaan.
De hal van het Groot Kasteel in 1912. Dit beeld kreeg men, als men na de ingang de trap naar boven had genomen. Men kijkt hier in de richting van het Haageind. De boog op de voorgrond is nog altijd aanwezig. Zou je na het betreden van de ruïne drie meter hoger staan dan tegenwoordig, dan stond je op dezelfde plek als de fotograaf van dit beeld. Het raam op de achtergrond keek dus uit over het Haageind. Links is nog net het kozijn zichtbaar van de deur die toegang gaf tot wat tegenwoordig de ruimte van Sociëteit Walhalla is.
Theodore de Smeth (1919-1988), laatste kasteelheer, staat tweede van rechts, bij zijn vader. Links heeft zijn stiefmoeder het jongste kind, de halfbroer van Theodore, op schoot. Het gezin woonde destijds te Schoonhoven; het Groot Kasteel fungeerde als buitenverblijf (collectie RKD, Den Haag).
De kasteelruïne gezien vanuit de lucht

Het Groot Kasteel is een 14e-eeuws kasteel aan het Haageind 37 in Deurne. Sinds 1944 is het een ruïne met geconsolideerde muurresten.[1]

Ligging, eigendom en gebruik[bewerken]

Het kasteel, gelegen aan het Haageind te Deurne in het beekdal van de Vlier, werd vóór 1397 gebouwd, waarschijnlijk door een telg uit het geslacht Van Doerne. Het werd in genoemd jaar een leengoed van de hertogen van Brabant.[1]

Van Doerne[bewerken]

In 1397 werd het Huis te Deurne bezeten en bewoond door Gevard van Doerne, edelman en gedurende korte tijd pandheer van de hertog(in) van Brabant van de hoge jurisdictie. Hij wordt echter niet als heer van Deurne beschouwd; die eer ligt bij zijn gelijknamige achterneef Gevard van Doerne, bewoner van het Klein Kasteel en leenman van de lage jurisdictie, welke jurisdictie je de status van heer van een heerlijkheid bezorgde.

Het Groot Kasteel was in de 15e eeuw slechts een edelmanswoning. De eigenaren, de familie Van Doerne, bewoonden het kasteel, dat toen nog Huis te Deurne werd genoemd, slechts weinig. Zij hadden veelal in andere gebieden voorname functies, in elk geval niet in Deurne zelf. Begin 16e eeuw kocht de rijke adellijke eigenaar van het Groot Kasteel, Everard van Doerne, zowel de heerlijkheid (lage jurisdictie) als het Klein Kasteel van de familie Taye.

Pas toen werd het Groot Kasteel ofwel Nieuw Kasteel de residentie van de heerlijkheid, doordat de oudste zoon en beoogd opvolger van Everard meer zag in het Groot Kasteel als residentie, dan het quaet en ongevallig Klein Kasteel. Beweringen van H.N. Ouwerling hebben ervoor gezorgd dat in veel toeristische brochures, handboeken over Brabantse kastelen en onderzoeksrapporten ten behoeve van cultuurhistorische beleidsplannen tot op heden het foutieve jaartal 1462 staat vermeld. Soms wordt daar ook een verkeerde bouwheer aan gekoppeld, bijvoorbeeld Ywan de Mol, die destijds als heer van Deurne echter het Klein Kasteel bewoonde. Archiefonderzoek toonde echter al in 2003 onomstotelijk aan dat het Groot Kasteel minstens 65 jaar ouder moet zijn en aan het geslacht Van Doerne toebehoorde.

Van Leeffdael, Coymans en De Smeth[bewerken]

In 1653 kwam het kasteel voor het eerst in handen van een familie die niets met de Van Doernes van doen had: Rogier van Leeffdael kocht het. Na zijn geslacht volgden de families Coymans (1728-1759) en De Smeth (1759-1949). Deze twee Amsterdamse families gebruikten het kasteel als verblijf voor de zomer en de feestdagen. Het kasteel werd door hen van een passende inrichting voorzien. Het Groot Kasteel werd tijdelijk ook wel door andere families bewoond, zoals de familie Van Riet.

Dat halverwege de 19e eeuw het kasteel een belangrijke verzamelplaats van schilderkunst was, blijkt uit een grote verkoop die daar in 1850 plaatsvond. Na het overlijden van notaris Gerrit van Riet in dat jaar en waarschijnlijk daarmee samenhangend werd op 9 oktober 1850 de omvangrijke schilderijencollectie Huygens van Löwendal in het kasteel geveild. Het is aannemelijk dat deze schilderijen daarvoor de vertrekken van het kasteel sierden.

In 1914 stelde Theodore baron de Smeth (1855-1924) het Groot Kasteel ter beschikking aan het Rode Kruis. Een jaar later bracht prins Hendrik, de man van koningin Wilhelmina, in zijn hoedanigheid van voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis, een bezoek aan het Groot Kasteel.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden er door defensie plannen gemaakt voor het geval ook het neutrale Nederland in de oorlog betrokken zou raken. In die plannen was het kasteel bestemd als hulpziekenhuis. Dat was weliswaar niet in overeenstemming met de destijds geldende oorlogsvoorschriften, omdat Deurne geen eigenlijk evacuatiestation was, maar op de hulpverbandplaatsen in Helmond en Asten zou men niet gedurende langere tijd gewonden kunnen verplegen.[2]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte onder meer Catharina Maria van Deursen (1918-2016) als dienstmeid op het Groot Kasteel. De laatste kasteelheer, Theodore baron de Smeth (1919-1988), woonde sinds 13 september 1939 als hoofdbewoner op het kasteel, adres Kasteel D.23. Hij woonde voorheen op Achter den Dom 20 te Utrecht. Later zou daar ook zijn secretaresse Maria Johanna Snethlage komen wonen, met wie de verwoesting van het kasteel in de kelder overleefde en hij in oktober 1944 zou trouwen.

Theehuis, oudheidkamer en Walhalla[bewerken]

In september 1944 werd het kasteel door brand verwoest. Aanvankelijk was het de bedoeling om een theehuis in de kasteelruïne te vestigen maar dit is op een mislukking uitgelopen. Toon van de Goor, uitbater van De Peelpoort had het van de gemeente Deurne gehuurd. Het liep echter niet; de ober stond vele uren per dag naar het verkeer in de straat te kijken. Na het gereedkomen van de Helmondsingel werd het verkeer langs het kasteel ook nog veel minder. Daarna is de oudheidkamer in de kasteelruïne gevestigd geweest. Sinds 1966 wordt de kasteelruïne gebruikt door de in 1964 opgerichte Sociëteit Walhalla. Zij draagt onder meer zorg voor het beheer van het interieur (kaal metselwerk en een kroeg) en heeft in de negentiger jaren ook de beschoeiing van de gracht vernieuwd.

Eigenaren van het Groot Kasteel[bewerken]

Hieronder volgt een lijst van de eigenaren van het Groot Kasteel, die dit leengoed aanvankelijk in leen hielden van de hertog van Brabant en later van de Haagse raad die de belangen van het generaliteitsland behartigde. Na 1795, toen het leenstelsel werd afgeschaft, ging het uitsluitend nog om het feitelijke eigendom. Tussen 1519 en 1949 komt de lijst (vrijwel) overeen met de lijst van heren en vrouwen van Deurne.

Periode Eigenaar Sociale status
vóór 1397-ca 1408 Gevard van Doerne leenman van de hoge jurisdictie
ca 1408-vóór 1462 Everard van Doerne kwartierschout van Peelland
vóór 1462-1508 Hendrick van Doerne kastelein van Empel en Meerwijk
1508-1526 Everard van Doerne hoogschout van 's-Hertogenbosch, heer van Deurne, Vlierden en Bakel
1527-1545 Hendrick van Doerne heer van Deurne en Vlierden, kanunnik te Tongeren
1545-1606 Jan van Doerne heer van Deurne en Bakel
1606-1619 Wolfaart Evert van Wittenhorst heer van Deurne
1619-1645 Margreta van Wittenhorst vrouwe van Deurne, Rossum en Broekhuizen
1645-1649 Johan François Godefroid Huijn van Geleen heer van Deurne
1649-1651 Willem de Lamargelle heer van Deurne
1653-1699 Rogier van Leefdael (1617-1699) heer van Deurne en Liessel, rentmeester der geestelijke goederen
1699-1714 Johan van Leefdael heer van Deurne en Liessel, rentmeester der geestelijke goederen
1714-1728 Gerardus Sulyard (1691-1730) heer van Deurne en Liessel
1728-1759 Balthasar Coymans (1699-1759) heer van Deurne en Liessel, Amsterdams koopman
1760-1772 Theodorus de Smeth (1710-1772) heer van Deurne, Liessel en Alphen & Rietveld
1772-1801 Agatha Alewijn (1721-1801) vrouwe van Deurne, Liessel en Alphen & Rietveld
1801-1859 Theodorus de Smeth (1779-1859) heer van Deurne, Liessel en Alphen & Rietveld
1859-1870 Henri baron de Smeth heer van Deurne, Liessel en Alphen & Rietveld
1870-1924 Theodore baron de Smeth (titulair) heer van Deurne en Liessel
1924-1929 Henriëtte Marie Rudolphine Fagel titulair vrouwe van Deurne en Liessel
1929-1949 Theodore baron de Smeth van Deurne titulair heer van Deurne en Liessel, burgemeester van Batenburg, Appeltern en Jutphaas
1949-heden Gemeente Deurne[3] sinds 1966 verhuurd aan Sociëteit Walhalla

Bouwgeschiedenis[bewerken]

14e-17e eeuw[bewerken]

Het Groot Kasteel werd in de late 14e eeuw in gotische stijl gebouwd als donjon met vier uitgekraagde hoektorentjes en vierkante plattegrond. In de 16e eeuw werd aan de zuidwestzijde een vierkante hoektoren toegevoegd en in de 17e eeuw onder leiding van Rogier van Leefdael een sobere, classicistische oostvleugel met uitspringende vierkante toren en twee forse vierkante hoekschoorstenen, die aan torentjes doen denken. Van Leefdael liet tevens een poortgebouw bouwen. Deze bouwwerkzaamheden vonden wat eerder plaats dan de bouw van het Gelderse kasteel Middachten, dat in 1694-1697 nieuw verrees op de plek van het oude kasteel. Beide kastelen zijn gebouwd in een classicistische bouwstijl; de bouwheer en -vrouw van Middachten waren een nicht en aangetrouwde neef van Rogier van Leefdael.

18-19e eeuw[bewerken]

Rond 1765 werd het Groot Kasteel onherkenbaar verbouwd onder leiding van Theodorus de Smeth, telg uit het geslacht De Smeth. Hij liet de middeleeuwse muren ommantelen met een sobere gevel met vele blinde raampartijen. De ruimte tussen de oorspronkelijke en nieuwe buitenmuren werden vervolgens als lange, smalle kamers gebruikt. Ook liet De Smeth het poortgebouw, dat er net zo'n honderd jaar stond, weer afbreken.

1906-1944[bewerken]

Zijn nazaat Theodore baron de Smeth (1855-1924) liet tussen 1906 en 1908 het kasteel terugrestaureren naar de vroeg-18e-eeuwse toestand en liet de ommanteling verwijderen. Het was daarbij een meevaller dat men in de 18e eeuw de middeleeuwse gevels niet had weggebroken. Bepaalde onderdelen, zoals het noordwestelijke arkeltorentje, moesten echter volledig herbouwd worden; de aanzet ervan was aan de gevel nog zichtbaar. Ook werden voormalige doorgangen in de oorspronkelijke buitengevel dichtgezet en raam- en deurpartijen gewijzigd. Hierbij werden onder meer oude raamopeningen, die in een eerder stadium waren dichtgezet, weer geopend. De grote schoorstenen op het grote dak en op het dak van de 16e-eeuwse toren werden verwijderd. De vooruitstekende ingangspartij, ook nu nog aanwezig, is het enige gehandhaafde restant van de ommanteling.[4] Het ontwerp en de bouwbegeleiding was in handen van architect Jacob Willem Hubert Berden (1861-1940), vanaf 1881 bouwkundig opzichter van het bureau van de Rijksgebouwen voor onderwijs, kunsten en wetenschappen. Hij was onder meer ook verantwoordelijk voor de restauraties van het Muiderslot en kasteel Heeze en was daardoor een echte kasteelrestaurateur.

Zie voor meer informatie onder de gedaantewisselingen van het Groot Kasteel in de 20e eeuw.

In oktober 1940 werden er reparatiewerkzaamheden aan het dak uitgevoerd. Het kasteel was langere tijd niet (permanent) bewoond geweest, en enige ingrepen waren noodzakelijk.[5]

1944-heden[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bood baron De Smeth op het kasteel nog enige tijd gastvrijheid aan de leerlingen van de huishoudschool nadat het leslokaal aan de Visser door de Duitsers was gevorderd.

Op 24 september 1944 werd het Groot Kasteel vanuit de Zeilbergsestraat en door geallieerd vuur, 3rd Royal Tank Regiment (B Sqn.), in puin geschoten met Armor-Piercing-granaten. Deze granaten drongen allereerst door de muur heen, om daarna pas tot ontploffing te komen. Toen ontstond er een kasteelruïne. Men vermoedde dat zich Duitsers in het kasteel verschanst hadden, deze bevonden zich echter achter het kasteel en waren voornamelijk bewapend met Nebelwerfer (raketwerpers).

Bij de brand ging de volledige inboedel, die juist kort ervoor weer naar het Groot Kasteel was gebracht, verloren. Hieronder bevonden zich vermoedelijk schilderijen van Antoon van Dyck en Peter Paul Rubens. [6] Een goed overzicht van wat er verloren ging bij de brand is er niet. De weinige foto's van het interieur laten een groot aantal schilderijen zien, die leden van de familie De Smeth zouden zijn. Inderdaad is bekend dat een portret van Theodorus de Smeth (1779-1859) bij de brand verloren is gegaan. Twee krantenartikelen uit 1926 loven de renaissancebetimmering aan de wanden van de eetzaal met zijn vele details. Het plafond van de eetzaal was spaarzaam met een klein schelpornament ingezet. Op dat moment was het kasteel al langere tijd onbewoond en lagen er lakens over de meubels. Centrale verwarming was toen al aanwezig. De auteur van het stuk, Joh. D. Looyen, liet ook een tekening van de lambrisering en de vensters met glas-in-lood afbeelden. De voordeur had Lodewijk XV-vormen en erachter ging een majestueuse eikenhouten trap schuil, die naar de woonverdieping leidde. De boog daarachter was met eikenhout omtimmerd. De trap was duidelijk het hoofdelement van de hall. Beneden lagen de dienstvertrekken, keuken, provisie- en bergruimten. Gewelfkelders trof Looyen niet aan, hetgeen merkwaardig is, omdat we nu weten dat er nog altijd twee kleine gewelfkelders aanwezig zijn. Boven lagen zoals gezegd de eetzaal (in het oude deel) en de grote zaal met zijvertrekken (in de 17e-eeuwse uitbreiding, volgens Looyen als bouwconstructie door lokale ambachtslieden uitgevoerd). Looyen stipt aan dat de middeleeuwse kruisvensters afsteken tegen de verder 18e-eeuwse (Lodewijk XV-)sfeer binnen. Uit een interieurfoto uit de collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed weten we, dat in 1700 een deel van de stucplafonds vernieuwd moet zijn. Looyen schatte in dat dit niet door plaatselijke ambachtslieden uitgevoerd kon zijn. Exterieur en interieur moest van andere hand zijn.[7]

De vraag is of álles wel verloren is gegaan. We kennen verschillende veilingen waar items uit het Groot Kasteel kunnen zijn geveild. Een vroege is de veiling van boeken, prenten en handschriften uit de nalatenschap van Th. Baron de Smeth van Deurne en Liessel in 1860 bij W.P. van Stockum in Den Haag.[8] In maart 1938 werden verder bij Van Marle en Gignell te Den Haag schilderijen en antiquiteiten geveild, onder meer uit de nalatenschap van mevrouw M.S. baronesse De Smeth van Deurne.[9] Een zeer belangrijke voor de laatste bewoningsperiode van het Groot Kasteel is de verkoop in opdracht van Theodore baron de Smeth van Deurne via notaris Tromp op 14 april 1948 van tafels, stoelen, kasten, kachels, schemerlamp, rijtuigje, enkele landbouwgereedschappen en wat verder te koop zal worden aangeboden. Plaats van handeling waren de stallen (lees: Dinghuis) achter het Groot Kasteel.[10] Verder werd in mei 1972 een ander deel van collectie van Th. Baron de Smeth van Deurne te Jutphaas geveild bij Paul Brandt N.V. te Amsterdam.[11] Heemkundekring H.N. Ouwerling bezit een stoel die uit het kasteel afkomstig zou zijn. Bij een particulier in Deurne bevinden zich nog vertimmerde houten meubels uit het kasteel. Beide items zouden via de verkoop van 1948 in particuliere handen geraakt kunnen zijn. Een deel zal dus tijdens de brand nog in het Dinghuis (toen stalgebouw) of elders opgeslagen zijn geweest. Uit bovenstaande kunnen we afleiden dat, alhoewel er veel verloren zal zijn gegaan op 24 september 1944, er nog de nodige stukken moeten bestaan die ooit een plek in het Groot Kasteel van Deurne hadden.[12]

Consolidatie[bewerken]

De gemeenteraad van Deurne besloot in haar vergadering van 30 juni 1949 tot aankoop van het kleine landgoed van elf hectare en tot bestemming van openbaar wandelpark. [13] In 1952 werd de kasteelruïne onder leiding van architect Cees Geenen geconsolideerd. Daarbij werden delen van binnenmuren gesloopt wegens bouwvalligheid, evenals een gedeelte van de oostgevel met de beide markante hoekschoorstenen. Met name de 14e-eeuwse noord- en westgevel en de gevel van de 16e-eeuwse hoektoren bleven bewaard, evenals de eetzaal op de eerste verdieping en de twee gewelfkelders onder de eetzaal. Het overige muurwerk, met name aan de zuid- en oostzijde, is nog te herkennen als muurtjes van nog geen meter hoog.
In 2002 vond, in opdracht van de gemeente Deurne, andermaal een consolidatie van het muurwerk plaats. Hierbij werden de in 1952 dichtgemetselde venstergaten geopend en werden de natuurstenen kozijnen vervangen. Tevens werden nog aanwezige bouwsporen beter zichtbaar.

Revitalisatieplannen[bewerken]

Reeds kort na de oorlog werd gesproken over herbouw van het kasteel. Dat bleek destijds echter niet haalbaar, ondanks het feit dat er tekeningen lagen. Daarbij zou het middeleeuwse volume van de donjon hersteld worden en het grondplan van de 17e-eeuwse uitbreiding als terras in gebruik worden genomen. Hiervan werd echter afgezien.[4] Het duurde tot 1994 voordat onder burgemeester Jan Smeets nieuwe ideeën werden ontwikkeld. Enkele ontwerpbureau's maakten futuristische ontwerpen voor de omgeving, variërend van het inunderen van de volledige kasteelomgeving en daarmee opgeven van het middeleeuwse grachten- en afwateringenpatroon (Mecanoo) tot het bouwen van een enorme 'doos' bovenop de kasteelruïne met een verzonken museumzaal in de gracht. De laatste werd tot winnaar uitgeroepen, doch van een uitvoering kwam het nooit.

Bijgebouwen, parken en tuinen[bewerken]

Opgravingen in 1998 brachten sporen van een waterleiding onder het Haageind, en van een poortgebouw bij de brug over de gracht aan het licht. Het poortgebouw moet in de 17e eeuw zijn gebouwd onder Rogier van Leefdael, en in de 18e eeuw onder De Smeth weer zijn afgebroken.[14] Tevens werd muurwerk gevonden onder de aanpalende weg, het Haageind, en werd aangetoond dat het Haageind eens bestaan moet hebben uit één of meerdere waterlopen.

Op het terrein achter het Groot Kasteel ligt het Dinghuis. De voorganger van dit pand werd vermoedelijk als neerhof gebouwd. Die functie kan het ook nog gehad hebben toen dit pand in de 16e eeuw werd gebouwd. Vanaf de 17e eeuw was er de plaatselijke rechtbank gevestigd, waar gedingen werden gehouden. Daar is de naam van afgeleid.

Zie voor meer informatie onder Kasteelpark (Groot Kasteel).

Grafkelder[bewerken]

In de Sint-Willibrorduskerk van Deurne ligt een grafsteen van Hendrick van Doerne (overleden in 1508) en zijn echtgenote Christina van Hemert (overleden in 1499), eigenaren van het Groot Kasteel. Hun zoon zou later heer van Deurne worden; Hendrick zelf was dat niet, evenmin als zijn vader. De grafsteen hoorde waarschijnlijk bij de in 2004 heropende grafkelder onder het hoogkoor van deze kerk, waarin de stoffelijke resten van zeventien personen werden aangetroffen. Mogelijk horen ook Hendrick en Christina zelf daarbij. De stoffelijke resten zijn inmiddels nader onderzocht.

Geruchten[bewerken]

Herhaaldelijk, onder meer op de Facebooksite Ge wit dè de ge van de geminte Deurze bènt, as ge ôk nog wit dè..., verschijnt verhalen dat er tussen het Groot Kasteel en het Klein Kasteel een tunnel zou zijn (geweest), dat de toenmalige kasteelheer tijdens de begindagen van mei 1940 goederen in de gracht gegooid zou hebben en dat er spullen in die vermeende tunnel zouden zijn verstopt. Ook dat in de jaren ‘50-’60 van de vorige eeuw een verzoek zou zijn geweest aan de gemeente om deze tunnel te mogen verkennen en/of betreden maar dat dit destijds verboden werd omdat men bang was dat er giftige dampen of stoffen in de tunnel zouden zijn. Bij graafwerkzaamheden voor de aanleg van een wateropvangbassin, bekabeling, aanleg van nieuwe rioleringen en bij het schoonmaken van de kasteelgrachten is hiervan niets gebleken. Dergelijke verhalen zijn op geen enkel feit gebaseerd en kunnen onder de categorie broodjeaapverhalen worden gerangschikt. Mogelijk worden deze verhalen gevoed door het feit dat er onder het Haageind een duiker ligt die de gracht van het Klein Kasteel verbindt met die van het Groot Kasteel.

In de media[bewerken]

  • Bij de quiz Twee voor twaalf (ook: 2voor12), uitgezonden op 10 november 2017 bij de NPO, werd een vraag gesteld over dit kasteel. Daarbij moesten de deelnemers de plaatsnaam geven. Het werd opgezocht, dus Deurne was even in beeld. Er mag geen gebruik gemaakt worden van internet. Wel werden bovenstaande gegevens genoemd en was er een afbeelding van de kasteelruïne te zien.

Onderstaande animaties van de bouw van het kasteel werden gemaakt door Jan Louwers

Bronnen, noten en/of referenties

Externe links:


  1. 1,0 1,1 Keunen, L.J., 2004. "De relatie tussen drie adellijke Deurnese complexen: Ter Vloet, Klein Kasteel en Groot Kasteel." Het Brabants Kasteel. Jaargang 25 (2002), nr. 1/2 , uitgave oktober 2004, p. 3-40. Vereniging Vrienden van Brabantse Kastelen, Tilburg.
  2. Hans van de Laarschot - Deurne in de verdediging in '14-'18 in D'n Uytbeyndel nummer 96, oktober 2018 blz. 41-63.
  3. In juni 1949 nam de gemeenteraad een besluit om de ruïne van het `Groot Kasteel Deurne, over te nemen voor het bedrag van f 60.300,-. Voor consolidering van het geheel (met het Dinghuis, een oude boerderij en de kasteeltuin) werd nog een bedrag van f 23.368,46 uitgetrokken.
  4. 4,0 4,1 Documentatie RCE, Amersfoort
  5. Haagsche Courant, 3 oktober 1940; Het Nieuws van den Dag, 3 oktober 1940
  6. In de film De bevrijding van Deurne wordt uitvoerig ingegaan op het hoe en waarom van de beschieting.
  7. Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant, 3 april 1926 en 8 mei 1926
  8. Algemeen Handelsblad, 9 april 1860
  9. Algemeen Handelsblad, 26 maart 1938
  10. Het Licht, jaargang 4, nummer 15, 10 april 1948; de originele notariële bescheiden kunnen meer licht werpen op wat er precies werd verkocht, en aan wie.
  11. Het Parool, 5 mei 1972
  12. Van geen van de veilingen is de inhoud van de ongetwijfeld gepubliceerde veilingcatalogi bekend. Die kunnen waardevolle informatie bevatten over deze stukken.
  13. Land- en Tuinbouwblad van zaterdag 6 mei 1950.
  14. Ouwerling. H.N., 1933. Geschiedenis der dorpen en heerlijkheden Deurne, Liessel en Vlierden. Helmond.



















DeurneWiki TR Plekke: DeurneWiki_TR_Plekke_POI[bewerken]

De informatie die hier staat wordt gebruikt om over te hevelen naar WikiTude. Dit is onderdeel van het DeurneWiki TR Plekke project dat als doel heeft geselekteerde artikelen uit DeurneWiki over te brengen naar WikiTude, een nlwikipedia:Toegevoegde realiteit. Zie hier onder hoe WikiTude te installeren. Voor meer informatie, zie artikel DeurneWiki TR Plekke.

DeurneWiki TR Plekke: DeurneWiki_TR_Plekke_POI
Naam Groot Kasteel
Wereld DeurneWiki_TR_Plekke_POI
Korte WikiTude text van object Het Groot Kasteel werd kort vóór 1397 gebouwd in opdracht van een telg uit het geslacht Van Doerne. In 1508 verwierf de kasteelheer de heerlijke rechten, en vanaf dat moment werd het kasteel de residentie van de heren van Deurne. Eerder was het Klein Kasteel dat, waar een andere tak van dezelfde familie woonde. Vanaf 1759 werd het kasteel bijna twee eeuwen lang bewoond door de in 1772 in de adelstand verheven familie De Smeth. Zij hebben ook het huidige park in Engelse landschapsstijl laten aanleggen. Op zondag 24 september 1944 werd het kasteel door de Engelsen in brand geschoten om de aanwezige Duitsers te verdrijven. In de kasteelruïne is nu jongerensociëteit Walhalla gehuisvest.
Bestandsnaam van plaatje bij object voor WikiTude 27.636.JPG
Getoond plaatje 160px
Coordinaten van het object in WikiTude 51.469836° N, 5.802931° E
Lokatie op kaart
Bezig met het laden van de kaart...

Installeren van WikiTude op uw android of iPhone mobiel[bewerken]

Installeer WikiTude voor uw android toestel: Android robot.svg of WikiTude voor uw iPhone: IPhone.svg door op de links te klikken of via de app-market van uw toestel.